Het Duivelspakt van Schallebroek
In het kleine gehucht Schallebroek, tussen de heuvels van Limburg, wordt nog steeds gefluisterd over de man die een pact met de duivel sloot. Het verhaal is oud, waarschijnlijk ouder dan het huis waarin het zich afspeelde, en het is een verhaal van hebzucht, wanhoop en de schaduwlijke prijs van het verlangen naar meer.
1 De komst van de hond
Het was op een grauwe wintermiddag dat de man – zeggen ze dat hij Jozef heette, maar niemand durft de naam hardop uit te spreken – aankondigde dat hij een wonder kon doen. In de kroeg van Schallebroek, waar de mannen samenkwamen met hun ales en hun verhalen, zei hij met luide stem dat hij een hond naar binnen kon bevelen. Niet zomaar een hond, maar een hond die niet kon worden aangeraakt, niet kon worden vastgegrepen, niet kon worden aangesproken. Wie het zou proberen zou erfenis van verderf ondergaan.
De dorpelingen lachten om zijn pralligheid. Maar er was iets aan zijn blik – diep, stil, vol met iets wat niet van deze wereld was – dat hen deed verstommen. En op die avond zelf, toen het donker was geworden en de wind begon te huilen door de straten van Schallebroek, verscheen de hond.
Het dier was zwart. Niet zwart zoals een gewone hond zwart kan zijn, maar zwart zoals de nacht zwart is als alle sterren zijn uitgeblazen. Zijn ogen waren rood, niet bloeddooropen rood, maar rood zoals vuur rood is wanneer het hongert. En waar hij liep, voelden de mensen in hun huizen – veilig achter hun gesloten deuren – iets van koude en verdriet langs hun ruggengraat glijden. De hond kwam in Jozefs huis, stapte naar binnen of zweefde naar binnen – niemand kon het goed zeggen – en ging op de haardmat liggen. En daar bleef hij.
2 De waarschuwing die niet werd gehoord
Weken gingen voorbij. Jozef’s huis werd bekend als het huis van de zwarte hond, en hoewel niemand wist wat het beest daar deed, wist iedereen dat het daar was. Soms zag men het in het raam zittend, zijn rode ogen naar buiten starend, kijkend naar voorbijgangers op een manier die hun harten samentrok. En Jozef – hij veranderde. Hij sprak minder. Hij lachte niet meer. Maar hij bezat nu dingen die hij nooit eerder kon bezitten: geld, land, vrouwen die om hem heen drongen. Het pact was gesloten, en het betaalde hem uit in alles wat zijn hart begeerte had.
Er was een kind in Schallebroek, een meisje dat Maria heette, dat vol nieuwsgierigheid was en zonder angst. Terwijl de anderen uit de weg gingen van Jozef’s huis, liep zij er voorbij en keek ze naar binnen. Ze wilde zien wat al die sterke mannen niet durfden zien. En op een dag, toen de deur voor een moment openstond, voelde ze de behoefte – onweerstaanbaar, als een stem die van binnenuit sprak – om het huis in te gaan. De dorpelingen zagen het gebeuren. Een oud vrouwtje riep haar terug. ’Maria! Maria!’ schreeuwde ze. ’Raak het beest niet aan! Geen enkele aanraking, meisje, geen enkele!’
Maar het was al te laat. De deur was achter Maria dichtgeslagen. En wat daarbinnen gebeurde, hoorden de dorpelingen niet. Ze hoorden niets. Alleen, na enige tijd, hoorden ze Maria’s gil – niet een gil van pijn, maar een gil van iets ergers, iets wat alle betekenis uit het leven zuigt.
3 Het einde van het pact
Maria kwam uit het huis, maar ze was niet meer hetzelfde. Ze sprak niet meer. Haar ogen waren leeg op een manier waarop ogen niet leeg horen te zijn – alsof iets van binnenuit was weggenomen, als een kandelaar waarvan het licht is verdwenen. En Jozef – hij verliet het huis niet meer. Geen enkele persoon zag hem daarna buiten de deur verschijnen. De dorpelingen zeggen dat de hond hem opsloot op dezelfde manier waarop een man zijn geld opslaat – voor later, voor altijd.
Jaren voorbij gingen, en het huis stond nog steeds. Niemand durfde het in te gaan. De ramen werden blind van vuil. Het dak begon in te zetten. En toen, op een nacht, zagen de mensen van Schallebroek het licht. Vlammen, zeggen sommigen. Anderen zeggen dat het iets ergers was – een licht dat van geen enkele natuurlijke bron afkomstig kon zijn. En toen was het voorbij. Het huis was weg, compleet verdwenen, en er bleef niets dan een stuk verbrande aarde achter.
Ze zeggen dat Jozef nog steeds daar is, op dat stuk grond, vastgebonden aan de plek door zijn eigen woord, door zijn eigen akkoord. Soms, zeggen ze, als het maanloos is en de wind uit het noorden waait, zien kinderen van Schallebroek – of zij die kind van hart zijn – voetsporen in het gras. Zwarte voetsporen, zeggen ze, als van een hond. En als je ernaar kijkt, voel je je plotseling erg alleen, en veel ouder dan je bent. En je weet dat je iets onweerstaanbaars hebt gezien – iets wat niet voorbij had mogen gaan, iets wat nooit vergeven kan worden.
Vie FelineKattengedrag en vachtverzorging
Heimweer.be — Europees Erfgoed Bewaard


