Shield
Huissen, Gelderland / Over-Betuwe

De Umdracht van Huissen

Tier 0+ - Publiek 5 min Legende
Flag
Advertentie
OthalaOthalaHandgebouwde websites die je zelf bezit

Twee weken na Pinksteren hangt Huissen vol vlaggen en bloemen. Door de straten van het stadje aan de Rijn trekt dan de Umdracht, de sacramentsprocessie waarin een priester onder een baldakijn de monstrans met de gewijde hostie ronddraagt. In de rest van Nederland boven de grote rivieren was zo’n optocht ruim honderdvijftig jaar bij wet verboden. In Huissen niet. Dat is geen gunst en geen toeval, maar de erfenis van een merkwaardige geschiedenis: bijna zes eeuwen lang hoorde dit stadje niet bij Gelderland, maar bij Kleef, later bij Brandenburg en Pruisen, een katholieke enclave midden in protestants gebied. De Umdracht is wat daarvan overbleef.

HW HW

1 Een stukje Kleef tussen Rijn en Betuwe

Huissen wordt al in 814 vermeld als Hosenhym, maar zijn eigenzinnige geschiedenis begint in 1242, toen graaf Diederik van Kleef de plaats in handen kreeg. De Kleefse graven richtten een tol in aan de Rijn en bouwden een burcht, en omdat het omliggende land aan de graven van Gelre kwam, werd Huissen met het buurtschap Malburgen een Kleefse enclave binnen het hertogdom Gelre. Dat bleef zo tot 1816. Wie van Arnhem naar Huissen liep, stak eeuwenlang een landsgrens over.

Zo’n vreemd stukje buitenland lag geregeld onder vuur. In 1502 sloeg hertog Karel van Gelre het beleg voor de stad; na ruim een maand werd hij door Kleefse troepen verdreven. Het beleg en ontzet van Huissen wordt tot vandaag elk jaar door de gilden nagespeeld.

De echte betekenis van de enclave bleek na de reformatie. In 1582 werd de katholieke eredienst in Gelderland verboden, maar Kleef behield in Huissen de vrije uitoefening van het oude geloof. De grote stadskerk bleef altijd katholiek, en uit de wijde omtrek trokken gelovigen langs kerkepaden naar Huissen ter kerke. Ook de sacramentsprocessie kon er gewoon blijven bestaan. De overlevering noemt 1560 als het jaar waarin zij voor het eerst werd gehouden; historici vonden daarvoor geen bewijs, maar achten wel aannemelijk dat de processie uit de tweede helft van de zestiende eeuw stamt. Met zekerheid duikt zij in de bronnen op in 1641.

2 Volksfeest en burgerlijke ongehoorzaamheid

Vanaf de zeventiende eeuw groeide de Umdracht uit tot een grote demonstratie van katholieke geloofsbeleving. Voor gelovigen uit Gelderland was Sacramentsdag de ene dag in het jaar waarop zij zich openlijk konden afzetten tegen de protestantse overheden, en massaal trok men naar Huissen. Toen de apostolisch vicaris Johannes van Neercassel tussen 1675 en 1679 zijn toevlucht in het stadje had gezocht, kreeg de processie extra glans; in 1678 liep zelfs kardinaal Luigi Bevilaqua mee, pauselijk gezant bij de vredesonderhandelingen in Nijmegen. Reizigers uit Utrecht die in 1720 de omgang zagen, noteerden een menigte volks die was uitgelopen om het schouwspel te zien.

De Umdracht werd ook een volksfeest. Naast de religieuze versiering stond de stad vol kramen en tafels, en de Geldersche Volksalmanak rekende de processie gemakshalve tot de jaarmarkten. Tot 1920 voeren er op Sacramentsdag zelfs boten met pelgrims van Arnhem en Nijmegen naar Huissen.

De zwaarste beproeving kwam onder Frans bestuur. In 1812 werden processies verboden, maar burgemeester Johann Friedrich Pilgrim lapte het verbod aan zijn laars en liet de Umdracht in 1812 en 1813 gewoon doorgaan. Die burgerlijke ongehoorzaamheid bleek goud waard. Toen Huissen in 1816 aan Nederland was overgedragen, kon het stadje bij de regelgeving van 1822 en 1848 als enige plaats in Gelderland boven de rivieren aantonen dat de processie zonder onderbreking jaarlijks had plaatsgevonden. Daarmee viel de Umdracht buiten het processieverbod dat elders in Nederland tot 1983 van kracht bleef. Sinds 1912 trekt zij niet meer op donderdag, maar op de zondag twee weken na Pinksteren.

3 Langs de puinhopen

In de Tweede Wereldoorlog werd Huissen frontstad en een van de zwaarst getroffen plaatsen van Nederland. Na een brandbombardement in mei 1943 volgde op 2 oktober 1944, tijdens de gevechten na de Slag om Arnhem, een bombardement op het oude centrum dat ongeveer honderd mensen het leven kostte. In totaal kwamen door het oorlogsgeweld meer dan honderdzeventig Huissenaren om. Beide katholieke kerken en de protestantse kerk werden verwoest, en in het najaar van 1944 moest de hele bevolking uit de Over-Betuwe evacueren. Toen Canadese militairen Huissen op 2 april 1945 bevrijdden, was er geen Huissenaar om het te zien.

Op 11 juni 1945, Sacramentsdag, lag het stadje in puin en waren veel bewoners nog niet terug. Maar de Huissenaren wisten wat er op het spel stond: het processierecht gold alleen zolang de Umdracht elk jaar plaatsvond. De processie werd daarom uitgesteld, niet afgesteld. Op zondag 26 augustus 1945 trok de Umdracht door de straten, langs de puinhopen van de verwoeste stadskerk.

De stad werd herbouwd, en in 1962 kreeg de stadskerk haar vijfenveertig meter hoge toren terug. De Umdracht overleefde ook de kerkelijke vernieuwingen van de jaren zestig en zeventig, al kreeg zij meer het karakter van een tocht met een jaarlijks thema. Nog altijd lopen de eeuwenoude gilden mee en heet de dag in het dialect kortweg de Umdracht. Al zo’n vier eeuwen trekt de processie door Huissen, en wie haar ziet passeren, kijkt naar het langste geheugen van het stadje.

Bron: Emile Smit, De Huissense Umdracht (Het Verhaal van Gelderland, mijngelderland.nl); Geschiedenis van Huissen (nl.wikipedia); bibliografie Historische Kring Huessen (huessen.nl), o.a. J.H.F. Zweers en J.A.J.M. Brons, Huissense Umdracht in bron en beeld (2010).
Wist je dat? Tot 1920 voeren op Sacramentsdag pelgrimsboten van Arnhem en Nijmegen naar Huissen. Het Sint-Gangulphusgilde, dat in de processie meeloopt, ontstond in 1536 uit de fusie van twee middeleeuwse verdedigingsgilden en bestaat nog steeds. In het Huissense dialect heet de omgang kortweg de Umdracht, en sinds 1912 valt hij op de zondag twee weken na Pinksteren.
Heimweer Heimweer

Heimweer.be — Europees Erfgoed Bewaard