Shield
Aldeboarn, Friesland / It Lege Midden

De tuorkemjitters van Aldeboarn

Tier 0+ - Publiek 5 min Sage
Flag
Advertentie
OthalaOthalaHandgebouwde websites die je zelf bezit

Midden in It Lege Midden, het lage veenland waar de Boarn traag tussen de weilanden door kronkelt, ligt Aldeboarn, een van de oudste dorpen van Friesland. Wie het dorp nadert, ziet eerst de kerktoren, en wie goed kijkt, ziet dat die toren anderhalve meter uit het lood staat, alsof hij zich nog altijd een beetje geneert. Dat mag ook wel. Aan deze toren hangt namelijk het bekendste spotverhaal van het Friese platteland: de geschiedenis van de tuorkemjitters, de torenmeters. Het is het verhaal van een dorp dat koste wat het kost de hoogste toren van Friesland wilde bezitten, van een lange lijn met een knoop erin, en van een herberg in Tzum waar een mes klaarlag.

HW HW

1 Een toren voor het trotse Boarn

Aldeboarn was ooit een van de belangrijkste plaatsen van Friesland. Het dorp aan de rivier de Boarn was een oude handelsplaats, en kerkelijk stond het aan het hoofd van een heel gebied: de Sint-Pancratiuskerk was de moederkerk van het dekenaat Bornego, met achtendertig dochterkapellen in de wijde omtrek. De Friese edelman Jancko Douwama schreef in de zestiende eeuw dat er in Oldeboorn, zoals het dorp toen heette, een kathedrale kerk stond. Kerk en toren waren opgetrokken uit duur tufsteen, wat erop wijst dat ze uiterlijk rond 1200 gebouwd moeten zijn.

In 1723 sloeg de bliksem in de toren. Omdat die als westwerk in de kerk was ingebouwd, kon hij niet los worden hersteld: alles moest tegen de vlakte, en in de jaren 1736 en 1737 verrees een nieuwe toren. Bij die herbouw, zo vertelt de overlevering, roken de Boarnsters hun kans. Als er dan toch een nieuwe toren kwam, moest het meteen de hoogste dorpstoren van heel Friesland worden.

Daarvoor moesten ze langs Tzum, een terpdorp onder Franeker, aan de andere kant van de provincie. De laatgotische toren daar, met zijn spits van eenenveertig meter, haalt in totaal tweeënzeventig meter en was onbetwist de hoogste dorpstoren van het gewest. Hoger bouwen dan Tzum, al scheelde het maar een el, dat was het plan. Maar dan moest men eerst weten hoe hoog die toren precies was.

2 De line en het mes

Twee mannen uit Aldeboarn reisden met een lange lijn, een line zoals de Friezen zeggen, naar het kleidorp. Ze beklommen de toren tot in de spits, bonden een steen aan het uiteinde van het touw en lieten het zakken tot het de grond raakte. Boven werd een knoop gelegd. Zo droegen ze, netjes opgerold, de hoogte van de hoogste toren van Friesland onder de arm.

Daarna wachtte de herberg, want van torens beklimmen krijgt een mens dorst. En daar, tussen het gewas, het vee en een glas te veel, ging het mis. Het verhaal wordt in Friesland op twee manieren verteld. In de oudste versie hadden de Boarnsters de Tzummers eerlijk verteld wat ze kwamen doen, en waren het de dorpelingen zelf die, terwijl hun gasten druk zaten te praten, ongemerkt een flink stuk van de line afsneden. In de versie die men in Aldeboarn zelf vertelt, hadden de mannen stiekem gemeten, maar kreeg de huishoudster van de predikant van Tzum er lucht van. Zij lichtte haar dominee in, en die gaf opdracht een stuk van het touw af te snijden terwijl de meters aan hun afzakkertje zaten.

Hoe het ook zij: de twee mannen merkten niets. Ze rolden hun ingekorte line op, bedankten voor de gastvrijheid en reisden tevreden terug naar de Boarn, waar het hele dorp al klaarstond om te bouwen. De toren zou luchtiger en sierlijker worden dan die van Tzum, en vooral: een el hoger dan de lijn lang was.

3 Bijna zesentwintig meter te kort

Toen de nieuwe toren van Aldeboarn in 1737 voltooid was, riepen de Boarnsters trots dat zij nu de hoogste van Friesland hadden. De Tzummers wisten wel beter. De toren van Aldeboarn meet welgeteld zesenveertig meter en vijf centimeter, die van Tzum tweeënzeventig. Er was dus niet een el van de line verdwenen, maar bijna zesentwintig meter. Het museum van Aldeboarn merkt daar droogjes bij op dat er die avond wel heel diep in het glas gekeken moet zijn: wie ruim vijfentwintig meter touw kwijt is en het niet merkt, heeft meer gedronken dan gemeten.

Heel Friesland smulde van de geschiedenis. De inwoners van Aldeboarn heten sindsdien tuorkemjitters, torenmeters, en de Tzummers kregen de bijnaam lyntsjesnijers, touwsnijders. Beide dorpen dragen die spotnaam tot vandaag, en Aldeboarn heeft de zijne omarmd: in het dorp staat een beeldje van de tuorkemjitter, en het museum noemde zijn nieuwsbrief ernaar.

De toren zelf heeft intussen zijn eigen zorgen gehad. Hij staat anderhalve meter uit het lood en zakte tot 1991 elk jaar een millimeter verder, tot hij werd gestabiliseerd en op steunen gezet. In de toren hangt weer de grote klok die Gherardus de Wou in 1526 goot; door de Duitse bezetter geroofd, kwam ze in 1946 terug. En elke laatste vrijdag van augustus glijden de gondels van de beroemde gondelvaart over de Boarn, al sinds 1945, in het Venetië van het Noorden. De toren van Tzum staat nog altijd fier op zijn tweeënzeventig meter. Maar het betere verhaal, dat woont aan de Boarn.

Bron: Spotverhaal opgetekend in de Volksverhalen Almanak (beleven.org, De touwsnijders van Tzum) en op bord 10 van de historische wandelroute van Museum De Waach Aldeboarn. Historische gegevens: nl.wikipedia (Oldeboorn) en ZuidoostFriesland.nl.
Wist je dat? De toren van Aldeboarn staat anderhalve meter uit het lood en verzakte tot 1991 elk jaar een millimeter, tot hij werd gestabiliseerd en op steunen gezet. De grote klok, in 1526 gegoten door Gherardus de Wou, werd in de oorlog geroofd en kwam in 1946 terug. Het museum van Aldeboarn doopte zijn nieuwsbrief De Tuorkemjitter, en in het dorp staat een beeldje van de torenmeter dat de spotnaam levend houdt.
Heimweer Heimweer

Heimweer.be — Europees Erfgoed Bewaard