Shield
Hasselt (Ov.), Overijssel / Zwartewaterland

De Heilige Stede van Hasselt

Tier 0+ - Publiek 4 min Legende
Flag
Advertentie
OthalaOthalaHandgebouwde websites die je zelf bezit

Aan het Zwarte Water, waar de Overijsselse Vecht uitmondt en de weg naar het noorden ooit over water liep, ligt Hasselt: een Hanzestadje op een rivierduin, met een hallenkerk aan de Markt. Midden in dat stadje ligt een stuk grond dat eeuwenlang geen gebouw droeg en toch heilig heette. Men noemde het de Heilige Stede. Er stond een kapel, er kwamen pelgrims, er werd een aflaat verdiend — en toen die kapel in 1590 tot op de grond werd afgebroken, bleven de pelgrims komen. Naar niets. Drie eeuwen lang.

HW HW

1 Het wonder dat niemand kan bewijzen

Wie in Hasselt naar de oorsprong van de Heilige Stede vraagt, krijgt meestal een verhaal te horen dat begint met een dronken Fries. Ten tijde van de Marcellusvloed van 1219, zo luidt het, sloeg een Friese kampvechter met zijn bierkan tegen de ciborie van een priester, zodat de geconsacreerde hosties op de grond vielen. Kort daarop werd de ontwijde grond door een watersnood getroffen. In een verschijning beval Maria vervolgens een verzoeningskerk te bouwen, die vereerd moest worden als het graf des Heren.

Het verhaal bestaat werkelijk, maar het komt niet uit Hasselt. Het is een exemplum van de cisterciënzer Caesarius van Heisterbach, die het in de dertiende eeuw optekende zonder Hasselt te noemen. Pas in 1893 paste de Kamper kapelaan B.P. Velthuijsen het aarzelend op de Heilige Stede toe; een jaar later verspreidde de Hasselter pastoor Joannes R. van Groeningen het door het hele land als het authentieke oorsprongsverhaal van zijn bedevaartplaats.

In de middeleeuwse bronnen is tot op heden geen bewijs gevonden dat dit exemplum met Hasselt te maken heeft. Wel heeft er een middeleeuws mirakelboek bestaan; daaruit is één wonderverhaal bewaard gebleven, over de genezing van een lamme jongeman uit Twente.

2 Wat de oorkonden wel vertellen

De oudste akte waarvan de echtheid vaststaat, dateert van 19 mei 1355. Bisschop Jan van Arkel van Utrecht verplaatst daarin het wijdingsfeest van de capelle Sacramenti in Hasselt naar de zondag na Sacramentsdag en verleent een aflaat van veertig dagen. Zo ontstond de Hasselter Aflaat: een bedevaart op een verspringende datum, gekoppeld aan een zomers stadsfeest met markt en kermis dat tot in de twintigste eeuw zou voortleven.

Kort voor 1356 moet er iets gebeurd zijn. Op 25 januari van dat jaar kopen vier berader — kerkmeesters — der heiligher Stede voor driehonderdtachtig oude schilden een goed te Wijhe; de kapel had dus al aanzienlijke inkomsten. In een akte van 23 juni 1357 heet zij gereed, en noemt de bisschop de talrijke wonderen en de grote toeloop van volk als reden om er een vicarie te stichten.

Hoe men er bad, weten we uit de aflaatformules zelf. De geconsacreerde hostie werd al in 1374 onder het altaar bewaard, als in een graf, en de pelgrims liepen ootmoedig om dat vrijstaande altaar heen, zo vaak zij konden. In Zwolle is in de jaren tachtig een vroeg vijftiende-eeuws pelgrimsinsigne opgegraven met een monstrans, een priester ernaast en het opschrift hoc est corpus Christi hasselt.

3 Drie eeuwen knielen op een lege plek

Op 28 oktober 1582 werd de Heilige Stede geplunderd: beelden en wijgeschenken verdwenen, de altaren gingen tegen de vlakte. In juli 1590 werd de bouwvallige kapel volledig gesloopt en verbood de magistraat de bedevaart — een verbod dat jaar in jaar uit herhaald moest worden. De stad zette in 1612 soldatenhutten op het terrein, maakte er een vaalt van en richtte in 1616 ter afschrikking een galg op. Op de stadsplattegrond die Joan Blaeu in 1649 uitgaf, is de Heilige Stede dan ook een onbebouwde plek.

En toch kwamen zij. Bij de aflaat van 1659 zou zelfs een strafwonder zijn gebeurd: de stad had de bewaking verscherpt, maar een plotselinge brand bij het stadhuis riep de wachten weg, zodat ruim honderd pelgrims de Heilige Stede op konden. Zij kropen er op hun knieën rond, want het cultusobject was er niet meer — alleen de plaats. Bij de Enkpoort, tegenover dat terrein, scheepten jaarlijks acht- tot tienduizend Duitse seizoenarbeiders in naar Holland. Van vader op zoon maakten zij op die onherkenbaar geworden grond een kniebuiging, voor een veilige overtocht over de Zuiderzee.

In 1891 kocht de parochie het belangrijkste deel van de grond terug; op 19 juni 1892 werd de Hasselter Aflaat onder zijn oude naam hersteld. Er kwamen dat jaar ongeveer duizend bedevaartgangers, rond 1910 vijfduizend. De nieuwe kerk op de Heilige Stede werd ingewijd op 24 oktober 1933, met boven de poort naar het processiepark een Latijns opschrift dat de plek een toevluchtsoord van bedrukten en hopelozen noemt. Na 1955 werd de Hasselter Aflaat niet meer gevierd; de laatste groepsbedevaart staat opgetekend op 15 juli 1964. En toch komen er op Sacramentsdag nog altijd mensen samen op de grond waar de kapel al ruim vier eeuwen niet meer staat.

Bron: Databank Bedevaartplaatsen in Nederland (Meertens Instituut/KNAW), lemma «Hasselt, Heilig Sacrament», geschreven door Willem Frijhoff, met de daar vermelde literatuur van W. Frijhoff en H.W. van Soest. Historische gegevens: nl.wikipedia (Hasselt (Overijssel), Grote of Sint-Stephanuskerk, Vestingwerken van Hasselt, Kalkovenmuseum Hasselt), Canon van Nederland en Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed.
Wist je dat? De straatnaam Het Eiland, waaraan de Heilige Stede ligt, is later wel geduid als een verbastering van Heilig Land. In de Grote of Sint-Stephanuskerk aan de Markt sloeg op 13 mei 1725 de bliksem in de ingebouwde toren; het carillon van drieëntwintig klokken, in 1662 gegoten door de Hemony’s, stortte neer, en twee geredde klokken staan nog in de kerk. Even buiten de gracht liggen de kalkovens, waar tot 1990 de laatste schelpkalkbranderij van Nederland in bedrijf was.
Heimweer Heimweer

Heimweer.be — Europees Erfgoed Bewaard