Shield
Maasbree, Limburg / Noord-Limburg

Het gespaarde huis van Maasbree

Tier 0+ - Publiek 4 min Sage
Flag
Advertentie
OthalaOthalaHandgebouwde websites die je zelf bezit

Aan de rand van de Peel, waar Noord-Limburg overgaat in boerenland, ligt Maasbree, sinds 2010 een van de dorpen van de gemeente Peel en Maas. Eeuwenlang heette het enkel Bree, een lintdorp aan de oude weg van Helden naar Venlo, met de kerk in het midden en de hoeven op de arme zandgrond eromheen. Over dit dorp bewaarde H. Welters in 1876 een sage: toen hier ooit 22 huizen afbrandden, bleef midden in de puinhopen een enkel huis ongedeerd staan. Men vertelde dat de eigenaar altijd zijn huisraad had geleend aan de auvermannetjes, en dat het kleine volk hem daarvoor spaarde.

HW HW

1 Het kleine volk dat huisraad leende

De auvermannetjes, elders in Limburg ook aardmannetjes genoemd, waren een klein ondergronds volk. Zij sliepen bij dag en waakten bij nacht, en dan kwamen zij in de huizen om keukengerei te lenen. Welters tekende op dat zij te Roggel des nachts potten en pannen kwamen halen, die zij voor de morgen blank geschuurd terugbezorgden. Zij deden geen kwaad zolang men hen met rust liet; alleen keken zij niet graag dat men hen bespiedde.

Wie hun goede kant kende, deelde met hen. Zo, vertelt de sage, was er te Bree een man die in de tijd dat er nog auvermannetjes woonden, zijn huisraad en alles wat zij nodig hadden aan het kleine volk placht te lenen. Hij vroeg niets terug en liet hen begaan. Het dorp lachte er misschien om, maar de man hield zijn gewoonte vol, jaar in jaar uit.

Overal in Limburg loopt de sage op dezelfde manier af: het kleine volk verdween toen de kerkklokken luider werden. De aardmannetjes konden het klokkengelui niet verdragen, en bij het luiden van de avondklok werden zij uit het land verbannen. Ook bij Maasbree, schrijft Welters, verjoeg de avondklok de kleine geesten. Maar voor die tijd hadden zij in Bree nog een schuld te vereffenen.

2 De brand die het dorp trof

Dan komt de nacht van de brand. Het vuur greep om zich heen en verwoestte volgens de overlevering 22 huizen, een hele rij woningen aan de dorpsstraat. Toen de rook optrok, stond er midden tussen de afgebrande huizen een enkel huis onbeschadigd. Het was, zei men, het huis van de man die altijd voor de auvermannetjes had klaargestaan; het dankbare kleine volk had zijn woning door het vuur heen behoed.

Achter die sage schuilt een echte ramp. Uit een schatrekening van 1787 blijkt dat Bree op Sint-Cornelisdag, 16 september 1786, door een felle brand werd getroffen, waarbij 17 huizen verloren gingen. De gedupeerden werden dat jaar vrijgesteld van het betalen van de hoofdschat, de gewone dorpsbelasting. De sage maakt van de zeventien getroffen woningen er 22, zoals verhalen getallen groter maken naarmate zij langer worden doorverteld.

Of het precies deze brand van 1786 is die Welters bedoelde, valt niet met zekerheid te zeggen; hij schreef enkel dat het in de vorige eeuw gebeurde. Vast staat dat Bree meer dan eens door vuur werd bezocht, zoals bijna elk dorp van hout en stro, en dat er telkens een verhaal overbleef om de schade te verklaren. In Maasbree werd dat het verhaal van het gespaarde huis.

3 Bree tussen Peel en Maas

Het dorp is veel ouder dan zijn sage. Bree wordt voor het eerst genoemd in een akte uit 1240, waarin Diederik, heer van Altena, rechten in het dorp schonk aan het klooster Sint-Elisabethsdal bij Nunhem. Er was toen al een gemeenschap met een kerk en een eigen schepenbank, wier zegel Sint-Aldegundis toonde. Om verwarring met het Belgisch-Limburgse Bree te vermijden, heet het dorp sinds de Franse tijd Maasbree.

Bree lag eerst onder de graaf van Kessel en behoorde daarna achtereenvolgens tot Gelre, Bourgondië, Spanje, Pruisen, Frankrijk, België en ten slotte Nederland. Het was en bleef een boerendorp op arme grond, met grote hoeven als de Kerckenhof en Hof Tongerlo, bewerkt door halfmannen die de helft van de oogst aan hun heer moesten afstaan. Aan de rand stonden twee kleine kastelen, Huis Bree, later Huis Aarssen, en Huis Westering; het laatste werd in de laatste oorlogsdagen van 1944 door Engelse granaten tot puin geschoten.

In de Franse tijd begon men ten zuiden van het dorp aan de Noordervaart, een kanaal dat Antwerpen met de Rijn moest verbinden; het werd nooit voltooid en de bedding ligt er nog. In 2010 ging Maasbree samen met Helden, Kessel en Meijel op in de nieuwe gemeente Peel en Maas. Van de auvermannetjes rest enkel de sage, maar wie op een stille avond de kerkklok over het oude lintdorp hoort slaan, weet meteen waarom het kleine volk ooit vertrok.

Bron: Sage opgetekend door H. Welters, Limburgsche legenden, sagen, sprookjes en volksverhalen, deel 2 (1876), hoofdstuk «Aardmannetjes in Limburg» (zegsman H.U.), via dbnl.org. Historische gegevens: Geschiedenis Maasbree en Dorpsprofiel Maasbree (gemeente Peel en Maas) en nl.wikipedia (Maasbree, Peel en Maas).
Wist je dat? Welters tekende de auvermannetjes-verhalen rond 1876 op uit de volksmond; onder ieder verhaal staat een setje initialen van de zegsman, bij Maasbree de letters H.U. Volgens de overlevering verdwenen de aardmannetjes overal in Limburg zodra de kerkklokken luider gingen luiden, want het klokkengelui konden zij niet verdragen. Bij Roggel brachten zij geleende potten en pannen voor de morgen blank geschuurd terug, en te Doenrade liep het slecht af met een knecht die hun rijstpap met stukken oude schoenzool bedierf.
Heimweer Heimweer

Heimweer.be — Europees Erfgoed Bewaard