De Grand’Goule van Poitiers
Onder de abdij Sainte-Croix in Poitiers, waar de Clain in een wijde lus om het oude rotsplateau heen buigt, lag een stelsel van kelders en onderaardse gangen. Steeg de rivier, dan liep dat stelsel vol water — en volgens de Poitevijnse overlevering huisde daar een gevleugeld monster met klauwen en een lange staart: de Grand’Goule, het Grote Keelgat. Het verslond de nonnen die bij hoogwater door de ondergelopen gangen naar de kapel moesten, tot de heilige Radegonde zelf met kruis en wijwater afdaalde.
1 Het beest in de onderaardse gangen
Poitiers ligt op een rotsplateau dat aan drie zijden door de Clain en de Boivre wordt omsloten. Onder de abdij Sainte-Croix, die vlak bij de rivier lag, liep sinds de vroege middeleeuwen een net van kelders, kruipgangen en waterlopen. De zusters gebruikten die gangen om droog van het slaapvertrek naar de kapel te komen. Maar de Clain is een grillige rivier: na lange regen zwelt hij in één nacht en perst zijn water door de kalksteen in elke holte onder de stad.
In die volgelopen duisternis, vertelt de overlevering, huisde de Grand’Goule. Het was geen slang en geen wolf, maar iets daartussenin: een geringd reptielenlijf, vleugels als van een vleermuis, klauwen als van een adelaar en een lange getande staart die als die van een schorpioen omhoogkromde. Zijn muil stond altijd open. Wie het beest zag, zag eerst de keel.
Telkens wanneer het water hoog stond, moesten de zusters bij nacht door de gangen waden. En telkens keerde er één niet terug. Men vond geen lichaam en geen bloed, alleen een spoor op de natte trap en een moeraslucht die dagenlang in het klooster bleef hangen. De abdis liet de laagste deuren dichtmetselen, maar het water — en wat erin zwom — vond altijd een andere weg naar binnen.
2 Radegonde met kruis en wijwater
De stichteres van Sainte-Croix was Radegonde, een Thüringse koningsdochter die als oorlogsbuit aan het Frankische hof was beland en met koning Chlotharius I moest trouwen. Toen hij ook haar broer liet doden, verliet zij het hof, liet zich tot diacones wijden en stichtte in het jaar 552 in Poitiers het klooster dat later Sainte-Croix zou heten. Zij regeerde er niet als abdis, maar leefde er als de geringste van alle zusters.
Toen men haar over het monster vertelde, vroeg zij niet om soldaten of jagers. Zij nam een houten kruis, een kruik wijwater en één kaars, en daalde alleen de natte trap af. In de laagste gang, waar het water tot haar middel reikte, wachtte de Grand’Goule haar op. Het beest richtte zich op uit het zwarte water en spande zijn vleugels tegen de gewelven.
Radegonde sloeg het kruisteken en sprenkelde het wijwater over de opengesperde muil. Volgens de vertelling kromp het monster ineen alsof het door een pijl was geraakt, gaf een schreeuw die tot in de hele stad te horen was, en zonk terug in de modder van de Clain om nooit meer boven te komen. De zusters liepen die nacht droogvoets naar de kapel. Sindsdien, zegt men in Poitiers, is de abdij verlost.
3 Het houten monster van 1677
Al vanaf de vijftiende eeuw droegen de kanunniken bij de jaarlijkse processie een vaandel met een draak door de straten van Poitiers. In 1677 gaf de abdis van Sainte-Croix aan de Poitevijnse beeldsnijder Jean Gargot de opdracht een echt beeld te maken: een beschilderd houten monster van bijna twee meter, met een beweegbare onderkaak en een gespleten adderentong.
Elk jaar trok de Grand’Goule daarna mee door de stad, voorop in de processie, als teken van het kwaad dat door het geloof is overwonnen. De Poitevijnen behandelden hun monster met een vreemde tederheid. Vrouwen wreven hun rozenkransen langs de geschilderde flank, kinderen wierpen kersen en koekjes in de open bek, en de menigte riep het beeld toe: «Bonne sainte Vermine, priez pour nous» — goede heilige Ongedierte, bid voor ons.
De Revolutie maakte een eind aan de processie. Het beeld verdween van straat, maar niet uit de stad: het staat nu in het Musée Sainte-Croix, op een steenworp van de kelders waar het thuishoort. Wie in Poitiers naar de Clain kijkt als die na een natte winter bruin en breed door de weiden staat, begrijpt waar de sage vandaan komt. Het water dat de gangen vulde was echt. Het beest was de naam die men aan die angst gaf.
Vie FelineKattengedrag en vachtverzorging
Heimweer.be — Europees Erfgoed Bewaard


