Shield
Beaucaire, Occitanie / Gard

De Drac van Beaucaire

Tier 0+ - Publiek 4 min Sage
Flag
Advertentie
OthalaOthalaHandgebouwde websites die je zelf bezit

Waar de Rhône bij Beaucaire breed en donker langs de voet van de burchtrots schuift, woont volgens de Provençaalse overlevering de Drac: een waterdraak die zich onzichtbaar kan maken en die even gemakkelijk als een deftige koopman tussen de mensen loopt. Iedereen die aan die oever werkte, hield rekening met hem. Het bekendste verhaal over de Drac gaat niet over een held met een zwaard, maar over een jonge wasvrouw die zeven jaar lang onder water verdween en terugkwam met een gave die haar duur te staan kwam.

HW HW

1 De houten nap op het water

Op een zomermorgen daalde een jonge vrouw uit Beaucaire met haar mand linnen af naar de oever. Zij was pas moeder geworden en waste voor de huizen aan de kade. Terwijl zij klopte en spoelde, kwam er een sierlijke houten nap voorbijdrijven, glanzend van het nat en veel te mooi om te laten wegdrijven. Zij boog zich voorover en strekte haar arm.

Op datzelfde ogenblik sloten twee armen zich om haar middel. Het water week uiteen als een deur en sloot zich boven haar hoofd zonder ook maar een kring achter te laten. De mand bleef staan, het natte linnen lag nog over de stenen, en toen de buurvrouwen haar riepen antwoordde alleen de rivier.

De schippers van Beaucaire wisten meteen wie haar had gehaald. De Drac, zeiden zij, lokt al eeuwen met wat op het water drijft: een beker, een ring, een gouden stuk dat langzaam ronddraait. Wie ernaar grijpt, wordt naar beneden getrokken. Aan de overkant van de stroom had Tarascon zijn eigen monster, maar de Drac vond men erger, want hij kon onzichtbaar worden en gewoon tussen de levenden lopen.

2 Zeven jaar onder de rivier

Beneden bleek de Rhône hol te zijn. De vrouw kwam in zalen van groen licht, met wanden van steen die geen mortel nodig hadden en met vloeren waar het zand in banen lag als in een tuin. De Drac had haar niet gehaald om haar te verslinden: in een wieg lag zijn pasgeboren zoon, de Dracounet, en dat kind had een menselijke voedster nodig.

Zeven jaar lang zoogde en verzorgde zij hem. Elke avond kreeg zij een potje zalf, een vet zo doorschijnend als palingsmeer, en daarmee moest zij het hele lichaam van het jong insmeren. Daarna waste zij haar handen in een schaal water die de Drac zelf klaarzette. De zalf maakte het kind onzichtbaar voor elk oog, ook voor het hare, en het water nam de kracht weer uit haar vingers.

Op een avond, moe van het werk, vergat zij die schaal. Toen zij de volgende ochtend wakker werd en zich de slaap uit het gezicht wreef, streek er wat vet in haar rechteroog. Zij keek op en zag het kind spelen op de bodem, zag de gangen achter de zalen, zag de Drac zelf staan in de gedaante van een breedgeschouderde man. Zij zei niets. Zeven jaar zweeg zij over alles wat dat ene oog te zien kreeg.

3 De jaarmarkt en het gestolen oog

Toen de zeven jaar om waren, hield de Drac woord. Op een ochtend stond de vrouw weer op de oever bij haar oude wasplaats, droog, ouder en met een verhaal dat niemand geloofde. Zij nam haar leven in de stad zo goed en zo kwaad als het ging weer op.

In juli kwam de grote jaarmarkt. Beaucaire lag dan vol tenten tot ver in de weiden buiten de muren: laken uit Vlaanderen, zijde uit Genua, leer, zout, olie, paarden en kruiden, eeuwenlang een van de drukste markten van Europa. Tussen de kramen liep een goed geklede koopman, en met haar rechteroog herkende zij hem onmiddellijk. Uit oude gewoonte groette zij hem en vroeg hoe het met de kleine ging.

De man verstijfde. «Met welk oog zie je mij?» vroeg hij. Zij wees het aan, want liegen kwam niet in haar op. Hij hief zijn hand, blies of sloeg — dat vertelt men verschillend — en op datzelfde ogenblik werd dat oog blind. Voordat de omstanders zich hadden omgedraaid, was hij weg. Nooit meer zag iemand in Beaucaire de Drac, en nooit meer zag de wasvrouw met dat oog. Zijn beeltenis bleef wel: de Drac is nog altijd het zinnebeeld van de stad en gaat elke zomer mee in de optocht van de Madeleinefeesten.

Bron: Gervais van Tilbury, «Otia Imperialia» (ca. 1214), boek III; Provençaalse mondelinge overlevering; Frédéric Mistral, «Het gedicht van de Rhône» (1897).
Wist je dat? Op de wasplaatsen langs de Rhône werden houten wasplanken en kloppers vaak versierd met een gekerfde Drac, als een soort afweerteken tegen de rivier; enkele van die stukken worden nog bewaard in het museum van Beaucaire en in het Museon Arlaten in Arles. Gervais van Tilbury, een Engelsman in dienst van keizer Otto IV en maarschalk van het koninkrijk Arles, tekende het verhaal rond 1214 op in zijn «Otia Imperialia», in het hoofdstuk over lamiae, draci en nachtelijke verschijningen — daarmee is de Drac een van de oudst opgetekende volksverhalen van Frankrijk.
Heimweer Heimweer

Heimweer.be — Europees Erfgoed Bewaard