De Zwarte Kat van Zell
Wie in Zell aan de Moezel de markt oversteekt, komt langs een fontein met een kat erop. Wie de stad binnenrijdt, ziet er nog een, veel groter, midden op de rotonde. En wie een fles uit de streek in handen krijgt, leest de naam van diezelfde kat op het etiket: Zeller Schwarze Katz. Daarachter zit het bekendste wijnverhaal van de Moezel — een verhaal over drie vaten, besluiteloze kooplieden en een kat die voor hen koos.
1 De kat op het vat
Het toneel is een wijnkelder in Zell, in het huis Am Römerbad 2. Daar had de wijnboer Peter Anton Mayntzer zijn vaten liggen; hij geldt in de stad als de vader van de Schwarze Katz. Volgens de overlevering kwamen er in 1863 wijnhandelaren uit Aken bij hem inkopen.
Het proeven duurde lang. Drie vaten kwamen in aanmerking, en de handelaren raakten er niet uit: het ene leek precies zo goed als het andere. Zij lieten de proefslang nog eens aanzetten, en nog eens, en kwamen geen stap verder.
Toen mengde de zwarte huiskat zich erin. Mori heette zij, en zij was ongemerkt de kelder in geglipt. Zij sprong op een van de drie vaten, zette een hoge rug op, blies en sloeg met de klauwen naar iedereen die te dichtbij kwam. In dat vat ging de slang geen tweede keer.
De handelaren keken elkaar aan en besloten kort en goed: dan nemen wij het vat dat het beest zo fel verdedigt. De wijn uit dat vat liep zo goed dat de Akenaren later de hele opbrengst van de bijbehorende wijnberg opkochten. En de lage waar hij vandaan kwam, kreeg de naam van de kat.
2 Hoe oud is de kat?
Zo mooi als het verhaal loopt, zo weinig staat ervan vast. Dit is geen middeleeuwse sage. De overlevering plaatst het tafereel in 1863, en zelfs die datering wordt doorgegeven met de voorzichtige formule dat het zo verteld wordt. Een stuk uit dat jaar zelf dat het tafereel bevestigt, komt in de gangbare beschrijvingen niet voor. Wat er is, is een verhaal dat in Zell van mond tot mond ging en pas veel later werd opgeschreven.
Daar komt bij dat het verhaal precies doet wat een goed reclameverhaal doet. Het verklaart een naam, geeft die een gezicht en eindigt met kooplieden die een hele oogst opkopen. Wie een naam moet slijten, verzint zelden een saaier verhaal. Dat de legende mede uit de handel is voortgekomen, is dan ook de nuchtere lezing.
Officieel werd de naam pas veel later. Het Duitse wijnrecht deelt de wijnstreken in vier trappen in: Anbaugebiet, Bereich, Grosslage en Einzellage. In die ordening, die met de wet van 1971 haar huidige vorm kreeg, is Schwarze Katz een Grosslage binnen de Bereich Burg Cochem. Zij bundelt zestien Einzellagen in Zell, Merl en Kaimt. Van de wijn uit die lage gaat vandaag verreweg het grootste deel het land uit.
De kat kreeg intussen haar monumenten. In 1936 werd in de oude stad een fontein voor haar opgericht, en diezelfde fontein staat op het eerste biljet van de Zeller streekmunt. Sinds augustus 2012 zit zij nog eens, veel groter, op de rotonde bij de invalsweg: een ontwerp van de karikaturist Michael Apitz uit de Rheingau, uitgevoerd door de kunstenaar Friedrich Freiburg uit het Sauerland.
3 De helling, de toren en het slot
De reden dat er in Zell wijn ligt, staat schuin achter de stad. De Moezel snijdt hier door leisteen, en de hellingen zijn zo steil dat de streek als het grootste steilhellinggebied ter wereld geldt. Ongeveer veertig procent van de wijngaarden ligt op hellingen van dertig tot ruim zestig procent.
Dat is geen landschap voor machines. Veel werk gebeurt met de hand, en op de moeilijkste percelen brengen kleine tandradbaantjes mensen en gereedschap omhoog. Zell heeft ruim driehonderddertig hectare wijngaard en is daarmee, na Piesport, de grootste wijnbouwgemeente van de Moezel. Riesling overheerst.
Het vak is er oud. Zell is een Romeinse stichting van na het jaar 70, en in het stadsdeel Kaimt bewaart men een stenen stichtingsoorkonde van omstreeks 1220 waarop de oudste bekende afbeelding van een wijnbouwer staat. In 1222 kreeg de plaats het recht zich met een muur te omringen.
Van die muur staat nog de Runder Turm, het herkenningsteken van de stad: een ronde toren van drie verdiepingen met een gebogen kap, opgetrokken na de verwoesting van 1689. Zijn smalle schietgaten leverden hem de bijnaam Pulverturm op, en met kerst wordt hij verlicht als een reusachtige kaars.
Iets verderop staat het slot. Tussen 1535 en 1542 liet de Trierse keurvorst Johann III. von Metzenhausen aan de latere Schloßstraße een nevenresidentie bouwen, met ronde hoektorens en laatgotische boogfriezen. In 1803 kwam het bij de secularisatie in particuliere handen; tegenwoordig is er een hotel in gevestigd. Van daar naar de markt is het een paar minuten — en daar zit de kat op haar fontein.
Vie FelineKattengedrag en vachtverzorging
Heimweer.be — Europees Erfgoed Bewaard


