Shield
Rottweil, Baden-Württemberg / Landkreis Rottweil

De Narrensprung van Rottweil

Tier 0+ - Publiek 4 min Volksverhaal
Flag
Advertentie
OthalaOthalaHandgebouwde websites die je zelf bezit

Rottweil ligt aan de Neckar, tussen het Zwarte Woud en de Zwabische Alb, en geldt als de oudste stad van Baden-Württemberg: de Romeinen stichtten er in het jaar 73 de nederzetting Arae Flaviae. Maar één ochtend per jaar hoort de stad niet aan haar burgers toe. Op Fasnetsmontag, klokslag acht uur, slaat de klok bij het Schwarze Tor, en dan stromen de narren door de poort de stad in.

HW HW

1 De poort die de stad opent

Het Schwarze Tor is de laatste bewaarde stadspoort van Rottweil. Het onderste deel werd tussen 1240 en 1244 opgetrokken uit zware bultkwaderstenen, met muren tot 3,4 meter dik; de twee bovenverdiepingen kwamen er rond 1571 bij, het tentdak omstreeks 1706. In 1566 wordt het bouwwerk voor het eerst aantoonbaar «Schwarzer Turm» genoemd, naar een zwarte verflaag die het ooit droeg. Vanaf 1812 diende de toren als gevangenis. Vandaag is hij het teken van de stad.

En hij is de mond waardoor de Fasnet naar buiten komt. De Rottweiler Fasnet werd in 1310 voor het eerst schriftelijk vermeld; larven en vermommingen worden in 1546 genoemd, een echte optocht pas in de zeventiende eeuw. De Fasnet zelf begint al op 6 januari, met het Abstauben: dan kloppen de bestuursleden in rok en hoge hoed het stof van de narrenkleren van het vorige jaar. Op Fasnetsmontag verzamelen de narren zich in het donker achter de poort, gewekt door de Lange Mann, die met de dagwachtkapel door de straten trekt. Om acht uur slaat de klok, zet de stadskapel de Rottweiler Narrenmarsch uit 1882 in, en dan gaat het «d’Stadt nab», de stad af, de Hauptstraße door, uren lang, tot aan de Friedrichsplatz. Ruim drieduizend narrenkleren komen door de poort, gadegeslagen door tienduizenden toeschouwers. Voorop loopt de Narrenengel, de enige nar in rood en wit, de oude rijksstadskleuren, met de narrentafel in de hand.

2 De gestalten

Wie door de poort komt, draagt geen kostuum maar een narrenkleidle: een linnen kleed dat met de hand beschilderd is. Op het kleed en op de haube staan historische koppen, Turkenkoppen, maskarons, Bacchuskoppen. De larve is uit lindenhout gesneden en beschilderd, en veel larven dragen tot vandaag de naam van hun eerste eigenaar, zoals «s’Marx-Becka Federahannes», genoemd naar bakkersmeester Franz Josef Marx.

De Gschellnarr is het gezicht van de Rottweiler Fasnet: een witte nar met een vriendelijke barokke larve, een haube met drie vossenstaarten en zes riemen vol schellen die samen zo’n twintig kilo wegen. De Biss lijkt op hem, maar zijn larve toont een streng mannengezicht met ontblote tanden; hij ontstond pas rond 1860. Het Fransenkleidle is de lichtere, jongere variant met vier riemen en een krans van zwart paardenhaar. Het Schantle was ooit eenvoudig en grof, en werd later verfijnd, met paraplu of wandelstok. De Federahannes is de duivelse gestalte: een grof mannengezicht met twee gebogen slagtanden uit de mondhoeken, kleed en haube bezet met ganzenveren. Met een lange stok maakt hij koene sprongen; aan het uiteinde bungelt een kalfsstaartje waarmee hij de toeschouwers plaagt.

3 Het recht van de nar

Naast hen lopen de Benner-Rössle, schijnpaarden met elk twee drijvers, en de Guller, de haan — guller is Zwabisch voor haan — waarop een nar rijdt; men verbindt hem met oude voorstellingen van vruchtbaarheid. Het huidige exemplaar werd in 1956 door Ludwig Sauter gemaakt.

De nar heeft in Rottweil een oud recht: het Aufsagen. Hij spreekt een voorbijganger aan, houdt hem zijn eigen jaar voor, spot met wat er in de stad is gebeurd, en leest zo nodig voor uit zijn narrenbuch. Daartegenover staat de plicht om onherkend te blijven: de larve gaat niet omhoog. En in Rottweil springen uitsluitend de figuren van de eigen narrenzunft mee — anders dan elders komen er geen gastgroepen bij. Achteraan loopt de Bettelnarr in een versleten gschellkleed met een beschadigde larve en kattenstaarten in plaats van vossenstaarten; hij zamelt aalmoezen in zijn zomasack.

De Narrensprung wordt drie keer gehouden: op Fasnetsmontag om acht uur, op Fasnetsdienstag opnieuw om acht uur, en dinsdagmiddag om twee uur voor de laatste keer. Dan verschijnt de Briekere, de larve met het huilende gezicht, want de Fasnet is voorbij. Toen Rottweil in 1803 zijn status als vrije rijksstad verloor, werd de Fasnet verboden; het gebruik hield stand. In 1903 werd de Narrenzunft Rottweil opgericht, en sinds 1963 vormt de stad met Elzach, Überlingen en Oberndorf de Viererbund. Het devies bleef: iedereen tot vreugde, en niemand tot leed.

Bron: Rottweiler Fasnet, eerste schriftelijke vermelding 1310; overlevering van de Narrenzunft Rottweil (opgericht 1903); larven- en kledingtraditie van de Rottweiler narrenfamilies.
Wist je dat? Een Gschellnarr draagt aan zes riemen samen ongeveer twintig kilo schellen, uren achtereen. De larve is uit lindenhout gesneden en met de hand beschilderd; veel larven dragen de naam van de ambachtsman die ze ooit liet maken, zoals het Gschell van slagersmeester Dominikus Sichler of de Biss van smid Dreher uit 1864. Alleen kleren die als origineel erkend zijn, mogen mee in de sprong.
Heimweer Heimweer

Heimweer.be — Europees Erfgoed Bewaard