Shield
Baden-Baden, Baden-Württemberg

De Grauwe Vrouw van Hohenbaden

Tier 0+ - Publiek 4 min Sage
Flag
Advertentie
OthalaOthalaHandgebouwde websites die je zelf bezit

Hoog boven Baden-Baden, op de rotsrug van de Battert, rijzen de muren van het Alte Schloss Hohenbaden op. Eeuwenlang was deze burcht de zetel van de markgraven van Baden, tot het hof in 1479 naar het dal verhuisde en een brand de zalen in 1599 verwoestte. Wie vandaag door de lege vensters de Rijnvlakte ziet liggen, hoort van de gidsen ook het verhaal van de Grauwe Vrouw, de wreedste vorstin die hier ooit heeft geheerst.

HW HW

1 De vorstin die niemand ontzag

Lang geleden, zo vertelt de sage, woonde op Hohenbaden een markgravin die enkel aan zichzelf en aan haar voordeel dacht. Haar onderdanen legde zij zware lasten op: hoge afdrachten, eindeloze herendienst en geen dag rust. Wie tegen een bevel mopperde of gehoorzaamheid weigerde, liet zij zonder pardon in de vochtige rotskelder onder de burcht werpen, en menigeen werd daar wreed gefolterd. Terwijl de dorpelingen honger leden, bezweken haar tafels in de grote zaal onder gebraad en wijn, en speelden minstrelen voor haar tot de ochtend.

De mensen in de dorpen aan de voet van de berg vreesden haar naam. Zij bogen het hoofd wanneer haar ruiters voorbijkwamen en betaalden tot de laatste penning, want tegenspraak leverde niets op dan de kerker. In de burcht zelf gonsde het van bedienden, wachters en hoofse jonkvrouwen, maar niemand durfde haar te weerspreken. Haar wil was wet. Geen raadsheer en geen priester kon haar hart vermurwen; zij lachte om hun waarschuwingen en noemde hen zwak.

Toch dacht de markgravin geen ogenblik dat zij verkeerd handelde. Zij was ervan overtuigd dat het land en alles wat erop leefde haar alleen toebehoorde. En haar zoontje, haar enige kind, moest later met dezelfde harde vuist over datzelfde land heersen. Die gedachte koesterde zij als haar liefste bezit.

2 Een avond op de toren

Op een avond nam de markgravin haar kleine zoon bij de hand en droeg hem naar boven, tot op de hoogste weergang van de toren. Zij hield hem ver over de borstwering en wees op het land dat diep beneden in de schemering lag. Kijk toch, sprak zij, tel de dorpen, de gehuchten en de hoeven; je komt er niet mee klaar. Zover je ogen reiken zijn man en vrouw jou onderdanig. De kleine jongen klampte zich aan haar mouw vast, bang voor de duizelingwekkende diepte, maar zij lachte enkel en tilde hem hoger.

Dwing hen ooit onder je knoet, ging zij verder, en schenk hun geen genade, opdat jij goed zult leven op aarde. Maar nauwelijks had zij die woorden gesproken of het kind gleed uit haar armen. Voor zij het greep, stortte het in de diepte, langs de steile rotswand die de burcht draagt.

Doodsbleek haastte de vrouw zich de trappen af. Zij liep het rotsgewirwar voor de muren in en riep de naam van haar zoon tot haar stem het begaf. Alle dienaren en meiden joeg zij het bos in, met fakkels tot diep in de nacht. Zij zochten dagenlang tussen de blokken van de Battert, maar het kind werd nooit meer gevonden.

3 Wat de storm nog meevoert

Vanaf die nacht vond de markgravin geen rust meer. Zij joeg rusteloos door de gangen en vertrekken van de burcht en schreeuwde om haar kind. Zelfs in de grafkelder, waar zij ten slotte werd bijgezet, vond zij geen vrede. De sage zegt dat haar hoogmoed haar voor altijd aan deze muren bond. Dienaren die haar bij leven hadden gevreesd, meden nu na donker de ruine, en herders maakten een omweg om de berg.

Nog altijd, zeggen de mensen van Baden-Baden, waart zij rond wanneer in donkere regennachten de storm door het verweerde metselwerk giert en door de kieren fluit. Dan gaat de hebzuchtige vorstin in een grauwe mantel door de verlaten zalen, het witte haar wild om haar voorhoofd, en schril galmt haar stem tegen de rotsen.

De burcht die zij naliet is nu een ruine die door de Staatliche Schlösser und Gärten wordt beheerd. Bezoekers klimmen kosteloos de toren op, kijken uit over de Rijnvlakte tot aan de Vogezen, en luisteren naar de grote windharp die sinds 1999 in de open ridderzaal staat en bij elke windvlaag zacht begint te zingen. Wie het verhaal kent, hoort in dat geluid soms iets anders dan de wind.

Bron: Sage van de Grauwe Vrouw van Hohenbaden; Staatliche Schlösser und Gärten Baden-Württemberg (altes-schlosshohenbaden.de).
Wist je dat? Het Alte Schloss Hohenbaden werd vanaf omstreeks 1100 gebouwd en was de stamburcht van de markgraven van Baden, die zich naar de plek noemden en zo hun naam aan het hele land gaven. De Bernhardsbau kwam er rond 1400 bij. In 1479 verlegde markgraaf Christoph I de residentie naar het Neue Schloss in de stad, waarna de oude burcht als weduwezetel diende tot een brand haar in 1599 verwoestte. Sinds 1830 is de ruine beveiligd. In de open ridderzaal staat sinds 1999 een windharp van ruim vier meter hoog met honderdtwintig snaren, die door de wind wordt bespeeld.
Heimweer Heimweer

Heimweer.be — Europees Erfgoed Bewaard