Het Witte Wief van Geesteren
Noordoost-Twente is een oud land van losse esdorpen, houtwallen en grillige zandwegen. Tussen Geesteren en Tubbergen bollen de akkers op, staan grote alleenstaande eiken in de bochten van de paden en liggen op de heide nog eeuwenoude grafheuvels. Het is een landschap waarin de verbeelding gemakkelijk gestalte krijgt, en generaties lang werd hier rond het vuur verteld over de witte wieven, vrouwenfiguren die in de mist over het veld schuiven en die soms goedgezind, soms onberekenbaar zijn. Een van de mooiste Twentse sagen speelt zich af bij zo’n holle eik, en draagt de spreuk die het hele verhaal stuurt: zwijgen is goud.
1 De holle eik op het pad naar Tubbergen
Twee arme jongens, Dieks en Addie, liepen voor dag en dauw met een kalf over het pad naar Tubbergen. Hun vader was gestorven, hun moeder lag ziek, en al het geld ging op aan haar medicijnen. Bracht het kalf op de markt niet genoeg op, dan zag het er slecht uit. Addie, de oudste, droeg de zorgen als een te zware jas, en hij wilde op de markt zijn voor het licht werd.
Om zijn broertje op te beuren wees Addie op een eik verderop in de bocht en riep dat wie er het eerst was, gewonnen had. Maar Dieks bleef staan: in die boom woonde een Wit Wief, dat wist toch iedereen. Terwijl Addie zich verwenste, kreeg het kalf vaart en trok hem onderuit, zodat hij vlak voor de eik in het zand belandde. Een klaterende lach danste door de takken. In de grijze schemer zag hij een Wit Wief dat vrolijk aan een gouden spinnewiel draaide en zong dat het een draad spon voor het eeuwige leven, om er een ander een dag of wat van te geven.
Achter de gedaante kwam de zon op, het lied stierf weg, en gouden zonnestralen sponnen zich om haar heen tot zij met spinnewiel en al verdwenen was. De jongens haastten zich naar Tubbergen, en op de markt deden zij wonderlijk goede zaken: het kalf bracht driemaal zoveel op als Addie had durven hopen. Dik tevreden wandelden zij over hetzelfde pad terug naar Geesteren.
2 De gulle gift onder de vlierstruik
Bij de eik hield Dieks halt, stak zijn hoofd in de holle stam en riep zijn dank voor alles. Dank, klonk de stem van het Witte Wief, is een zeldzaam geschenk, zelden aan een wit wief gegeven; aanvaard daarvoor mijn gulle gift. Ga naar huis, graaf onder de vlierstruik, en zwijg tot de klus is geklaard, dan is het goud van jullie.
Thuis hadden de jongens geen oog voor hun moeder, die er blozender uitzag dan in tijden. Zij grepen een schop en groeven ruim een uur onder de vlier, met stijf op elkaar geklemde lippen. De handen van Dieks zaten vol blaren en hij wilde het uitschreeuwen, maar hij gaf geen kik. Toen stootte een schop op een massieve eiken kist met loodzwaar gouden beslag.
Hijgend sjorden zij het gevaarte omhoog, tot het uit hun handen begon te glijden. Hou vast, mopperde Addie, en meteen had hij zijn tong wel willen afbijten. Een kille wind blies in een keer alle besjes van de vlier, de kist plofte terug in de kuil en in minder dan een tel vulde het gat zich met zand. Dagenlang groeven de broers nog verder, zonder een woord, maar tevergeefs: de schat van het Witte Wief liet zich niet meer vinden. Zwijgen, zo leerden zij, was goud geweest.
3 Geesteren, esdorp in het katholieke Twente
Het dorp waar de jongens naar terugkeerden, bestaat echt en is oud. Geesteren werd in 1268 al vermeld als Geysteren en hoort tot het type van de losse esdorpen in de gemeente Tubbergen. Het is van overwegend rooms-katholieke signatuur, en de naaste omgeving telt talrijke grote en oude boerderijen, langs de Bragersweg, de Huyerenseweg en de Meyersweg, die getuigen van een vroeger bloeiend boerenbestaan.
In het dorp verrees in 1926 de Sint-Pancratiuskerk naar een ontwerp van Jan Stuyt, met muurschilderingen en twee steigerende paarden op het plein. Vlakbij maalt de Grote Geesterse Molen, en ten oosten bollen de akkers van de Loo Esch op. De schrijver Tommy Wieringa bracht er zijn jeugd door en gebruikte streek en mensen als inspiratie voor zijn roman De heilige Rita uit 2017.
De witte wieven zelf zijn ouder dan elke kerk. Hun naam is streektaal voor witte vrouwen, maar hangt samen met weten, met wetende vrouwen en waarzegsters; men bracht hen in verband met de mistflarden boven het veld en met de grafheuvels op de heide. In Geesteren staat aan een schouw het gezegde eigen haard is goud waard, een stillere neef van het goud uit de sage. En wie vandaag nog het oude pad naar Tubbergen loopt, komt de holle eiken tegen, en zwijgt voor de zekerheid maar even.
Vie FelineKattengedrag en vachtverzorging
Heimweer.be — Europees Erfgoed Bewaard


