Shield
Bedum, Groningen / Het Hogeland

Walfridus van Bedum

Tier 0+ - Publiek 4 min Legende
Flag
Advertentie
OthalaOthalaHandgebouwde websites die je zelf bezit

Op het Hogeland, waar het Boterdiep door de Groninger klei snijdt, ligt Bedum. Wie er vandaag rondloopt, ziet een toren die schever hangt dan die van Pisa, en een bronzen boer op de hoek van de Kapelstraat. Beide wijzen naar hetzelfde verhaal: dat van Walfridus, de vrome boer die elke dag naar Groningen liep om te bidden, en van zijn zoon Radfried, die met hem meeging. Rond het jaar 1000 kwamen de Noormannen, en vader en zoon betaalden hun geloof met hun leven. Uit hun graven groeide een van de grootste bedevaartsoorden van Noord-Nederland.

HW HW

1 De boer die elke dag naar Groningen liep

Walfridus, in oude teksten ook Wolfryt genoemd, leefde volgens de overlevering in de tweede helft van de tiende eeuw, in de tijd dat het christendom in de Groninger Ommelanden net voet aan de grond kreeg en heidense Noormannen het kustland teisterden. Hij was boer, en hij was vroom. Omdat zijn eigen dorp geen kerk had, maakte hij elke dag een voettocht naar het grote dorp Groningen, om te bidden in de Sint Maartenskerk, de voorloper van de Martinikerk. Zijn zoon Radfried, in de bronnen Radfridus, was even godsdienstig en liep mee.

Onderweg moest de rivier de Hunze worden overgestoken, bij een doorwaadbare plaats ter hoogte van het latere Noorderhoogebrug. Om zijn kerkgang te vergemakkelijken bouwde Walfridus daar een brug, die als Walfridusbrug in de herinnering bleef; in 2003 kreeg de nieuwe spoorbrug over het Van Starkenborghkanaal opnieuw die naam.

Walfridus keek verder dan zijn kerkpad. Om de natte gronden rond zijn dorp bewoonbaar te maken werkte hij aan de Wolddijk, de dijk van Noorderhoogebrug tot Woltersum die het toestromende water moest keren en die geldt als een van de oudste dijken van Nederland. Het binnendijkse land, Innersdijk, veranderde van een zompig moeras in bruikbare landbouwgrond. Zijn vita schrijft hem nog meer toe: hij zou het christendom naar Bedum hebben gebracht en er voor een rechtssysteem hebben gezorgd. De mensen vonden het een wonder wat deze ene boer voor elkaar kreeg.

2 De Noormannen

Aan het einde van de tiende eeuw voeren de Noormannen opnieuw het noorden binnen. Zij plunderden Groningen en staken het in brand. Waar en wanneer vader en zoon hen precies tegenkwamen, vertellen de bronnen niet, maar de ontmoeting liep dodelijk af. Walfridus werd vermoedelijk onthoofd. Zijn familie moest zijn lichaam vrijkopen om het te kunnen begraven. Radfried werd doodgemarteld; zijn lichaam werd later teruggevonden in een rietkraag bij Bedum.

Beiden werden begraven op de plek waar zij hadden gewoond, en al snel werden zij als martelaren vereerd. Boven hun graven verrezen kapellen. Die van Walfridus stond midden in het dorp, die van Radfried even erbuiten, aan de huidige Kapelstraat. De houten Radfriedkapel werd in de dertiende eeuw vervangen door een eenvoudige bakstenen kerk met twee torentjes, die op haar beurt verviel en rond 1664 werd afgebroken. In 1934 werden de fundamenten ervan teruggevonden.

Bij het graf van Walfridus ging het anders. Tussen 1025 en 1050 werd hij plechtig herbegraven, en met die herbegrafenis is de stichting van de Walfriduskerk verbonden. De houten kapel werd al in de elfde eeuw vervangen door een tufstenen kerk, door de bisschop van Münster gewijd aan Maria en Paulus. Lang duurde dat niet: al snel werd Walfridus zelf de beschermheilige van zijn eigen kerk.

3 Wonderen, pelgrims en een scheve toren

De levensbeschrijvingen vertellen van wonderen boven de graven: blinden werden ziend, kreupelen liepen weer. Omdat de mondelinge verhalen pas later en door verschillende mensen werden opgeschreven, spreken zij elkaar tegen over welk wonder bij welke kapel gebeurde. Aan de toeloop deed dat niets af. Bedum groeide uit tot een van de grootste bedevaartsoorden van Noord-Nederland. In het Friese Kollumerland werd een veertiende-eeuws zegelstempel gevonden van een frater Johannes de Bedum met de beeltenis van Walfridus, en uit de Oosterschelde kwam een vijftiende-eeuws pelgrimsinsigne naar boven.

De kerk groeide met de pelgrims mee, tot zij in de zestiende eeuw bijna zo groot was als de Martinikerk. Maar de fundering was slecht: de toren zakte kort na de bouw al scheef, schever dan de toren van Pisa. Na de Reformatie bleven de pelgrims weg, en het te groot geworden gebouw werd stuk voor stuk ingekort; begin zeventiende eeuw ging een deel tegen de grond, rond 1860 verdwenen de gewelven van midden- en zuidbeuk. De bisschop van Münster had Walfridus heilig verklaard, maar de paus heeft die stap nooit gezet.

Helemaal zeker is het verhaal niet. Onderzoekers als Ben Westerink wijzen erop dat de vitae Bedum wel als bedevaartsoord noemen, maar nergens als woonplaats van Walfridus; misschien woonde hij eerder in Adorp of Sauwerd. Voor Bedum maakt dat weinig uit. Sinds 1998 staat de boer in brons op de hoek van de Kapelstraat en de Walfriduslaan, elk jaar trekt de Walfridusvoettocht door het dorp, en boven alles hangt, geduldig en 4,18 graden uit het lood, zijn scheve toren.

Bron: Middeleeuwse levensbeschrijvingen (vitae) van Walfridus, naverteld door Emmy Wagenaar Hummelinck in De Verhalen van Groningen; nl.wikipedia (Walfridus, Walfriduskerk (Bedum)); Ben Westerink, Noorderbreedte (1997).
Wist je dat? De romaanse toren van de Walfriduskerk hangt 2,61 meter uit het lood bij een hoogte van bijna 36 meter, ofwel 4,18 graden; de toren van Pisa haalt 3,99 graden. Daarmee heeft Bedum de op een na scheefste toren van Nederland, na het Friese Miedum met 4,72 graden. Uit de Oosterschelde werd een vijftiende-eeuws pelgrimsinsigne van Walfridus opgevist, een teken dat zijn faam tot ver buiten Groningen reikte.
Heimweer Heimweer

Heimweer.be — Europees Erfgoed Bewaard