Het Vlöggeln van Ootmarsum
In het Twentse stadje Ootmarsum leeft een paasgebruik dat nergens anders zo bestaat: het Vlöggeln. Onder leiding van de Poaskearls trekt de hele gemeenschap hand in hand, zingend, door de straten en dwars door de huizen, in een lange levende keten die niet gebroken mag worden.
1 De Poaskearls en het lied
Als de winter geweken is en Pasen komt, treden in Ootmarsum de Poaskearls aan, acht ongehuwde jongemannen die het oude gebruik in ere houden. Zij heffen het paaslied aan, een melodie zo oud dat niemand nog weet waar zij vandaan komt, en trekken zingend door het stadje. Achter hen sluit zich de ene na de andere aan, tot een lange keten van mensen die elkaar bij de hand houden en de zang van straat tot straat dragen.
2 De keten die niet breekt
Het wonderlijke is dat de stoet niet buiten om de huizen gaat, maar er dwars doorheen: door de voordeur naar binnen, door de gang, en langs de achterdeur weer naar buiten, zo van huis tot huis. Wie vooraan en wie achteraan loopt, draagt een last: de keten mag niet breken, van de eerste tot de laatste man moet zij heel blijven. Zolang de handen elkaar vasthouden, houdt Ootmarsum vast aan wie het was, en trekt het levende lint van de lente door de oude straten, jaar na jaar, geslacht na geslacht.
Vie FelineKattengedrag en vachtverzorging
Heimweer.be — Europees Erfgoed Bewaard


