Shield
Elburg, Gelderland / Noord-Veluwe

De stompe toren van Elburg en het reuzenschip

Tier 0+ - Publiek 4 min Sage
Flag
Advertentie
OthalaOthalaHandgebouwde websites die je zelf bezit

Elburg ligt achter zijn wallen als een schaakbord in het gras: rechte straten, rechte stegen, een gracht eromheen. De stad kijkt allang niet meer uit op de Zuiderzee, maar op het Veluwemeer. Toch draagt zij haar zeeverleden nog altijd op haar hoogste punt. De toren van de Grote of Sint-Nicolaaskerk eindigt niet in een spits, maar in een vierkante, botte kop. Wie in Elburg vraagt hoe dat komt, krijgt van de oude schippers een ander antwoord dan van de historicus.

HW HW

1 De stad die verzet werd

Op 2 oktober 1392 gaf Willem van Gulik, hertog van Gelre, een bevel dat in de Lage Landen zeldzaam is: «Wij willen dat sy onze stat versetten sullen op een andere stede.» Het oude Elburg was een lintdorp langs één lange straat aan de kust, gegroeid uit vissers, ambachtslieden en handelaars. De hertog droeg de uitvoering op aan zijn rentmeester Arent thoe Boecop.

Tussen 1392 en 1400 verrees landinwaarts een volledig nieuwe stad: een rechthoek van ongeveer 250 bij 415 meter, met straten en stegen die planmatig werden uitgezet als een schaakbord. Rondom kwam een stenen muur met vierentwintig torens en twee poorten, en daaromheen een gracht. Latere onderzoekers meenden in de maatverhoudingen zelfs de gulden snede te herkennen. Alleen de Krommesteeg weigert zich aan het raster te houden — de enige scheve lijn in een stad van rechte hoeken.

De kerk kwam er te laat bij. Pas in 1397 stond de bisschop toe het godshuis binnen de nieuwe muren te herbouwen, en toen was alleen nog een hoek vrij. Daarom staat de Sint-Nicolaaskerk in Elburg niet in het midden, maar aan de rand van het schaakbord.

2 Het schip dat de spitsen wegmaaide

Vraag een oude schipper waarom die kerktoren stomp is, en het antwoord komt van het water. Rond de Zuiderzee ging eeuwenlang het verhaal van een schip zo onmetelijk groot dat de eerste stuurman te paard over het dek reed om zijn bevelen rond te brengen. De masten reikten tot in de wolken; een scheepsjongen die naar boven werd gestuurd, kwam jaren later als grijsaard weer beneden. Het schip heette in de ene streek Sintermieten, in de andere de Almacht of eenvoudigweg het Grote Schip.

Op een dag raakte de reus verzeild in de Zuiderzee terwijl de kapitein sliep. Toen hij moest keren — of, in de versie die de schippers van De Lemmer doorgaven, toen de Friese reus Grote Pier zijn giek liet gijpen — zwaaide het rondhout over het land. Het maaide eerst de spits van de toren van Ransdorp, toen die van Muiderberg, en aan de overkant van het water die van Elburg. Sindsdien, zegt de sage, staan er drie stompe torens rond de oude zee, als drie kerven in een balk.

Het schip voer daarna met zijn lading zout de Noordzee op en verging daar. Daarom, besluit de verteller, is het zeewater zout.

3 De Vischpoort, de botters en het jaar 1932

De waarheid is nuchterder. In 1693 sloeg de bliksem in de puntige spits van de Elburger kerktoren; het houtwerk brandde volledig af en men bouwde het nooit terug. Sindsdien is alleen de hoekige bovenbouw over, en die kan men beklimmen. Sage en blikseminslag leven vreedzaam naast elkaar: de Elburgers vertellen de eerste en weten de tweede.

Van de stadspoorten bleef er één staan. De Vischpoort bij de haven was oorspronkelijk helemaal geen poort, maar de gesloten Visscherstoren; pas in 1592, toen de vesting werd gemoderniseerd, brak men er een doorgang in. Onder de wallen liggen nog de kazematten, de bomvrije gewelven uit de zestiende eeuw. Toen in de negentiende eeuw muren en poorten werden gesloopt, bleef juist de Vischpoort gespaard, omdat er een kustlicht op brandde voor de schepen op de Zuiderzee. Aan de binnenzijde hangt een klok uit 1683 die het vertrek van de beurtschipper aankondigde.

Op 28 mei 1932 werd bij de Vlieter het laatste gat in de Afsluitdijk gesloten. De Zuiderzee werd het IJsselmeer, het zoute water zoet, en de vloot die Elburg groot had gemaakt verloor haar visgronden. Met de inpoldering van Flevoland kwam de stad zelfs niet meer aan open zee te liggen; aan de Flevolandse kant steekt het oude havenhoofd, de Kop van ’t Ende, nog uit het land. In de tweede helft van de twintigste eeuw verdween de visserij helemaal. Wat bleef, zijn de botters. Zij liggen in de oude havenkom, worden op de werf van de botterstichting gerestaureerd en varen elk jaar in september de haven binnen — onder een toren die nog altijd geen spits heeft.

Bron: Nederlandse Volksverhalenbank, Meertens Instituut, INZ00035 «Stompe torens rond Zuiderzee» (2006), verhaaltype ATU 1960H «The Great Ship»; K. ter Laan (1940); «Verhalen van stad en streek. Sagen en legenden in Nederland» (Amsterdam 2010).
Wist je dat? Elburgers worden van oudsher Botbekkers genoemd, naar de bot die in de Zuiderzee werd gevangen, en de stad heeft een eigen volkslied: Waar het brood uit water kwam. Voor sommige oude huizen liggen keitjesstoepen van witte en zwarte veldkeien met achtpuntige sterren, ruiten en bloemvormen; het symbool verraadde vaak het beroep dat achter de gevel werd uitgeoefend, een vis bij de vishandel, een krakeling bij de bakker. Elk jaar in september lopen de historische botters de oude havenkom binnen tijdens de Botterdagen.
Heimweer Heimweer

Heimweer.be — Europees Erfgoed Bewaard