Shield
Havelte, Drenthe / Zuidwest-Drenthe

De spinwijfjes van Havelte

Tier 0+ - Publiek 4 min Sage
Flag
Advertentie
OthalaOthalaHandgebouwde websites die je zelf bezit

Op de Havelterberg, tussen Havelte en het verdwenen oude Darp, liggen twee hunebedden naast elkaar: het grote D53, bijna negentien meter lang, en zijn kleinere buur D54. Ze liggen er al meer dan vijfduizend jaar, maar de verhalen eromheen zijn jonger en taaier. Vroeger heetten zij de hunebedden van Wapserveen, en wie er in het donker langs moest, wist wat daar zat: oude wijfjes die spinnen op gouden spinnewielen, en die je beter niet kon beledigen. Dit is het verhaal van een boerenknecht die het toch deed, en van een hunebed dat in de oorlog letterlijk moest onderduiken.

HW HW

1 De wijfjes met de gouden spinnewielen

Wie tegenwoordig over het Holtingerveld wandelt, ziet heide, jeneverbessen en twee stapels reusachtige keien. De mensen van vroeger zagen meer. Voor hen waren de hunebedden geen grafmonumenten van de trechterbekercultuur, maar het werk en de woonplaats van wezens van voor de mensentijd. Op de Franse stafkaarten van 1811 tot 1813 staan de twee steenhopen van Havelte zelfs deftig omschreven als oude graven van de Hunnen, bedekt met grote granieten stenen. Reuzen dus, in de ogen van de kaartenmakers.

Maar de boeren uit de omgeving vertelden iets anders. Bij de hunebedden, zo ging het verhaal, zaten oude vrouwtjes te spinnen op spinnewielen van zuiver goud. Overdag zag je ze zelden; in de schemer hoorde je het snorren van hun wielen tussen de stenen. Het waren geen gewone besjes. Ze hoorden bij het slag van de witte wieven, de nevelvrouwen die in heel Drenthe bij grafheuvels en kuilen huisden, en iedereen wist twee dingen over hen: hun goud was onmetelijk, en hun woede was gevaarlijk. Wie ze met rust liet, had niets te vrezen. Wie ze beledigde, kon maar beter een snel paard hebben.

2 Het groene bot

Op een keer was er een boerenknecht die het niet laten kon. Hij had vaak genoeg gehoord dat je de spinwijfjes niet mocht tergen, maar juist dat maakte het verleidelijk. Hij bedacht een plan dat hem veilig leek: hij zou ze plagen vanaf de rug van het beste paard van de boer, dan kon hij altijd wegkomen. Zo reed hij op een avond naar de stenen, hield in, en riep zo hard hij kon: oud wijfje platvoet, kom maar naar buiten, als het plagen kwaad doet!

Het antwoord kwam sneller dan hem lief was. De wijfjes schoten overeind, hun spinnewielen vielen om, en woedend zetten zij de achtervolging in. De knecht gaf zijn paard de sporen en joeg over het veld, en achter hem gierden de wijfjes, en zij wierpen met groene botten. Elke worp floot hem om de oren. Hij haalde het erf, het paard stoof de stal binnen, de deur sloeg dicht. Op het allerlaatste ogenblik trof een groen bot het dier nog in de flank. De knecht zelf was ongedeerd en aan de dood ontsnapt, maar het paard was van dat uur af lam en heeft nooit meer een stap getrokken.

Het verhaal werd in 1845 opgetekend door de Duitse verzamelaar Johann Wilhelm Wolf, en het leeft tot vandaag voort in de Drentse overlevering. De les is er nooit uit gesleten: van spinnende wijfjes en van hunebedden blijf je af.

3 Het hunebed dat moest onderduiken

Van de stenen afblijven: precies dat gebod werd in de twintigste eeuw op de hardst denkbare manier geschonden. De hunebedden van Havelte waren toen al lang beroemd. Andries Schoenmaker beschreef het grote hunebed al in 1732 in zijn reisverslagen, Cornelis Pronk tekende het in 1737, en in 1918 groef de archeoloog Albert van Giffen de grafkelder van D53 op. Hij vond er scherven van 665 potten, meer dan in enig ander hunebed van Nederland ooit is gevonden, en daarnaast vuurstenen bijlen, kralen van git en barnsteen en de resten van zeker vijf doden.

Toen kwam de oorlog. In het najaar van 1942 begon de Duitse bezetter op de Havelterberg aan een groot militair vliegveld, Fliegerhorst Havelte. Het dorpje Darp moest er letterlijk voor wijken, en de hunebedden lagen in de weg van een landingsbaan. D53 werd op last van de Duitsers steen voor steen afgebroken en in een kuil van zeven meter diep begraven; D54 verdween onder een laag zand, zodat het de geallieerde vliegers niet als herkenningspunt kon dienen. Veel heeft het vliegveld niet gebracht: in 1944 en 1945 werd het door de geallieerden aan gruzelementen gebombardeerd.

Na de bevrijding werden de stenen weer opgegraven, en in 1949 werd D53 op zijn oude plek herbouwd. Dat kon zo nauwkeurig omdat Van Giffen in 1918 tekeningen had gemaakt van elke steen. Zo staat het op een na grootste hunebed van Nederland er vandaag weer bij alsof er nooit iets gebeurd is, midden in het stille Holtingerveld. Gouden spinnewielen zijn er nooit gevonden. Maar wie in de schemer langs de stenen loopt en het snorren van de wind in de jeneverbessen hoort, weet wat de oude Drenten daarvan gedacht zouden hebben.

Bron: J.W. Wolf, Deutsche Märchen und Sagen (Leipzig 1845), p. 581-582; W. de Blécourt e.a., Verhalen van stad en streek (2010), p. 145-146; Het Hunebed Nieuwscafé; nl.wikipedia (D53, Havelte).
Wist je dat? Het grote hunebed van Havelte, D53, is met bijna negentien meter het op een na grootste van Nederland. Bij het onderzoek van 1918 kwamen scherven van 665 potten tevoorschijn, meer dan in enig ander Nederlands hunebed. In de Tweede Wereldoorlog lieten de Duitsers het monument afbreken en zeven meter diep begraven voor een vliegveld; in 1949 werd het steen voor steen herbouwd.
Heimweer Heimweer

Heimweer.be — Europees Erfgoed Bewaard