De laatste spekbol van Bredevoort
Bredevoort ligt aan het eind van een zandrug in de Achterhoek, bij de brede voorde door het moeras waaraan het stadje zijn naam dankt. Het is een handvol straten binnen een gracht, met een molen op een oud bastion en boeken achter bijna elke ruit. Wie in de Volksverhalenbank van het Meertens Instituut op Bredevoort zoekt, vindt tientallen sagen: over de galg, over dwaallichten in het Broek, over een schat bij het Klooster. Eén verhaal, opgetekend op 15 december 1962, gaat over honger, over spek en over een leugen die een vesting redde.
1 De laatste spekbol
Het verhaal is kort, zoals de meeste sagen die uit de mond zijn opgeschreven. Een anonieme verteller in Bredevoort gaf het op 15 december 1962 door aan G.J.H. Krosenbrink, de Achterhoekse streekhistoricus die in die jaren honderden verhalen voor het Meertens Instituut verzamelde. In het Nedersaksisch begint het zo: In Brevaort konnen de Spanjaarden ut fort neet kriegen.
De belegerden waren bijna uitgehongerd, vertelt het verhaal verder, en zij hadden nog maar één spekbol over: een enkel stuk gerookt spek. Toen maakten zij een heel stel vleespennen, staken die door het spek en hingen ze achter de raampjes van het fort, telkens elders. Van buiten leek het of alle vensters vol spek hingen. De Spanjaarden zagen het en trokken af.
Krosenbrink noteerde een tweede versie die hij zelf kende: dat de belegerden hun laatste varken op verschillende plaatsen zo hard mogelijk lieten schreeuwen, zodat de vijand meende dat er volop geslacht werd. In de internationale sagencatalogus staat dit motief als SINSAG 1232, Die letzten Brote: het bedrog van de overvloed. Het wordt van Zwitserland tot Westfalen verteld en hecht zich vrijwel altijd aan een stad die werkelijk belegerd is geweest.
2 Wat de sage bewaart: maart 1606
De sage noemt geen jaartal. Maar van de vele belegeringen van Bredevoort is er precies één waarbij de Spanjaarden voor het fort bleven staan en het niet kregen.
In maart 1606, terwijl garnizoen en burgers vastenavond vierden, verscheen een groepje ruiters onder de Franse bevelhebber Louis de Comboursier, bijgenaamd Du Terrail, voor de Aalterpoort. Zij gaven zich uit voor Staatse ruiters met een gevangen Spaanse luitenant en vroegen onderdak binnen de wal. Tijdens het onderhandelen plaatsten afgestegen ruiters springmijnen tegen de poort. Na de ontploffing stormde het leger van Guielmo Verdugo, negentienhonderd man sterk, de stad binnen.
De stad was verloren, het kasteel niet. Drost Gooswijn van der Lawick kreeg burgers en soldaten over enkele loopplanken naar het kasteel — de hoofdbrug lag er wegens onderhoud niet — en liet daarna de ophaalbrug in de gracht storten. Predikant Johannes Verhagen haalde als laatste de overkant; zijn vrouw moest hij achterlaten. Vlak voor de overval had Van der Lawick al het buskruit naar de kruittoren in het kasteel laten brengen: Verdugo trof in de stad wel geschut aan, maar geen kruit.
Ruim een week hield het kasteel stand. Uit de omliggende steden kwamen troepen die alle wegen afsloten; een als boer vermomde soldaat met een mandje eieren bracht bericht dat de Spanjaarden binnen niets meer te eten hadden. Op 22 maart 1606 onderhandelde Frederik Hendrik, graaf van Nassau en later prins van Oranje, over de vrije aftocht van Verdugo. In de sage zijn de rollen omgedraaid, maar de lege maag is dezelfde gebleven.
3 Kruittoren, galg en boeken
Veertig jaar later kwam de klap die Bredevoort zijn kasteel kostte. Op zondag 12 juli 1646, omstreeks vier uur in de middag, sloeg de bliksem in de kruittoren van het kasteel, waar driehonderdtwintig vaten buskruit lagen. De ontploffing liet het Ambthuis instorten; daaronder lagen drost Wilhelm van Haersolte, zijn vrouw Catrijne van Brakel en acht kinderen, negentien doden bij elkaar. De huizen rond het kasteel stortten in; elders verloren bijna alle huizen hun dakpannen en ruiten. Drie dagen lang is er onder het puin naar overlevenden gezocht. In totaal vielen veertig doden. Eén zoon van de drost, Anthony, overleefde omdat hij die dag in Zwolle verbleef. Het kasteel is nooit herbouwd.
Naar verluidt kwamen bij dezelfde ramp de vader en een broer om van Hendrickje Stoffels, het Bredevoortse meisje dat kort daarna naar Amsterdam vertrok en daar de gezellin van Rembrandt werd. Op het plein ’t Zand staat haar beeld.
De overige verhalen die Krosenbrink noteerde zijn kleiner van maat en taaier van leven. Bij Bredevoort stond de Galgenhutte, waarnaar een boerderij nog altijd heet; kinderen werden meegenomen naar een terechtstelling, om hun de schrik aan te jagen. Wie een kind stil wilde krijgen dreigde met Berndt den Duker, die in het veemgericht bij Bredevoort zou hebben gezeten. In de stad woonde Piet van de Poot, die kon heksen. En toen omstreeks 1990 de winkels leegliepen, koos Bredevoort een nieuw verhaal: naar het voorbeeld van Hay-on-Wye en Redu werd het stadje in 1993 boekenstad. De wallen zijn afgegraven en het kasteel ligt onder de grond, maar de plaats die de Spanjaarden met een enkele spekbol bedroog, verkoopt nu boeken waar de bastions lagen.
Vie FelineKattengedrag en vachtverzorging
Heimweer.be — Europees Erfgoed Bewaard


