Het Ontzet van Leiden en de hutspot
In 1574 lag Leiden maandenlang belegerd door de Spanjaarden. Honger en pest teisterden de stad, en toch weigerde zij zich over te geven. De redding kwam op een manier die niemand had durven dromen: men liet het water zelf de vijand verjagen.
1 Het water als bondgenoot
Willem van Oranje en de Staten namen een radicaal besluit: doorsteek de dijken en zet het land onder water, zodat de platbodems van de Geuzen tot vlak bij de stad konden varen. Boeren zagen hun akkers verdrinken, maar het was de enige weg. Wekenlang wachtte de vloot op wind die het water hoog genoeg zou stuwen. Toen eindelijk een noordwesterstorm het zeewater landinwaarts joeg, gleden de schepen over de ondergelopen velden naar Leiden toe, kanonnen bulderend.
2 De pot in het lege kamp
In de nacht van 2 op 3 oktober 1574 sloegen de Spanjaarden overhaast op de vlucht voor het stijgende water. Een Leidse jongen, in de overlevering Cornelis Joppenszoon genoemd, waagde zich naar de verlaten schans bij Lammen en vond daar een pot die nog warm op het vuur stond: een stamppot van wortelen, uien en vlees. Kort daarna voeren de Geuzen de stad binnen met haring en wittebrood voor de uitgehongerde bevolking. Sindsdien eet Leiden elk jaar op 3 oktober hutspot, haring en wittebrood, en herdenkt het dat een stad die niet opgaf werd gered door het water en door de moed van gewone mensen.
Vie FelineKattengedrag en vachtverzorging
Heimweer.be — Europees Erfgoed Bewaard


