De schurkpaal van de Okke-hel
Tussen Witmarsum en Kimswerd, aan het uiteinde van de Pingjumervaart en dicht bij de Waddenzee, ligt Pingjum: een oud terpdorp in de Lytse Bouhoeke, gekend als open, tolerant en kunstzinnig. Wie er de weilanden inloopt, ziet vlak land, een oude ringdijk en de lucht van de zee. In een van die weilanden lag ooit de Okke-hel, en daar stond een paal die er niet hoorde. Het was, zo werd verteld, de mast van een verzonken schip, en aan die mast hangt een verhaal over een kapitein die God verloochende. S. Franke tekende het in 1932 op.
1 De schurkpaal in de Okke-hel
In het weiland dat de Okke-hel heette, bij Pingjum, stond eeuwenlang een enkele paal. De mensen noemden hem de schurkpaal, en niemand plantte er ooit een tweede naast. Volgens de overlevering was het geen gewone paal maar de mast van een schip. Dat schip, zo ging het verhaal, had een kapitein die zich boven God verhief en Hem openlijk verloochende. Voor die hoogmoed werd hij gestraft: schip en al verzonk, en het water sloot zich boven de bemanning. Wat overbleef stak nog uit de grond, een mast in het gras, ver van elke haven.
De naam van het weiland droeg de afloop al in zich. «Hel» klinkt hier als de plaats waarheen de godloochenaar verdween, en de Okke-hel werd zo een stuk land met een waarschuwing erop geschreven. De paal bleef staan als een teken: hier had iemand het te ver gedreven. Generaties lang wezen ouders hun kinderen op de plek, en de schurkpaal werd een vast punt in het landschap, tastbaarder dan menig grenssteen.
Uiteindelijk is de paal verdwenen, zoals zoveel dat vroeger vaststond. Wat bleef is de naam en de aantekening van S. Franke, die het verhaal in 1932 opnam in zijn Sagen en legenden rond de Zuiderzee. Het is een echte kustsage: een schip dat niet op zee maar in een weiland vergaat, een zee die ooit verder het land in reikte dan nu, en een straf die uit de hemel neerdaalt op wie zich aan niets gebonden acht.
2 Een dorp op een terp, achter de Gulden Halsband
Dat een schip tot in de weiden van Pingjum kon komen, is minder vreemd dan het lijkt. Het dorp ontstond op een terp aan de Marne, een oude zeearm van de Waddenzee, en het gebied was al voor het begin van de jaartelling bewoond. Toen men in de negentiende eeuw de terp afgroef, kwam er een Romeins beeldje van de god Mercurius tevoorschijn. In 1270 wordt de plaats vermeld als Penningem; het water en het dorp waren toen al oude buren.
Tegen dat water legden de bewoners een van de oudste ringdijken van het land aan: de Pingjumer Gulden Halsband. Grotendeels aangelegd in de tiende eeuw en rond 1100 voltooid met de Griene Dyk, sloot de dijk het dorp en zijn akkers in als een halssnoer. Hij bewees zijn waarde in de nacht van 3 op 4 februari 1825, toen bij een vliegende westerstorm de Friese zeedijken doorbraken: binnen de Halsband bleef Pingjum droog.
Pas in 1892 besloot het provinciebestuur van Friesland de Gulden Halsband als zeewering op te heffen; het accent was toen verschoven naar de buitenste zeedijken. De dijk is daarna deels afgegraven, maar op tal van plekken tekent hij zich nog altijd af in het land. Wie de golving van die oude wal volgt, begrijpt hoe hier zee, dijk en weiland altijd in elkaars greep zaten, en waarom een verhaal over een verzonken schip juist hier kon wortelen.
3 Menno Simons en een dorp dat bleef luisteren
Pingjum kent nog een ander verhaal over geloof, en dat is geen sage. In 1524 werd hier een jonge priester als vicaris aangesteld: Menno Simons, geboren in het nabije Witmarsum. In de kerk van Pingjum begon hij te twijfelen aan de leer dat brood en wijn tijdens de eucharistie werkelijk lichaam en bloed werden. Hij zocht bevestiging in de Schrift en vond die niet. Zo begon, in dit dorp, de weg die hem tot leidsman van de doopsgezinden zou maken.
Waar de kapitein van de sage God verloochende en verzonk, brak Menno Simons met de kerk van zijn tijd en bouwde iets nieuws op. De ene overlevering straft de hoogmoed, de andere geschiedenis eert de twijfel die tot een eigen geloof leidde. Beide spelen zich af op hetzelfde vlakke land, tussen dezelfde dijk en dezelfde lucht, en beide gaan over de vraag waaraan een mens zich bindt.
Vandaag telt Pingjum nog geen zeshonderd inwoners en staat het bekend als een open en tolerant kunstenaarsdorp; een deel ervan is beschermd dorpsgezicht. De Okke-hel geeft haar paal niet meer prijs, en de Gulden Halsband is grasgroen geworden. Maar wie hier over de wallen loopt en de weilanden overziet, hoort in de namen nog de oude lessen: dat de zee neemt wat zij wil, en dat een dorp op een terp leert luisteren, naar het water en naar zichzelf.
Vie FelineKattengedrag en vachtverzorging
Heimweer.be — Europees Erfgoed Bewaard


