Koning Radboud weigert het doopsel
Koning Radboud van de Friezen (regeerde ca. 678-719) stond in 718 op de doopsel-drempel om Christen te worden. Hij vroeg op het laatste moment één vraag aan bisschop Wulfram. Het antwoord deed hem terugtrekken.
1 De vraag
Radboud, omstreeks zeventig jaar oud, ziek, voelde zijn dood naderen. Bisschop Wulfram had hem één jaar lang onderwezen. Op de doopsel-dag, met één voet in het doopvont, vroeg Radboud Wulfram: «Wulfram, mijn voorouders, mijn voorouderlijke koningen van de Friezen sinds vier eeuwen — zijn zij in het Christelijk paradijs of in de hel?» Wulfram antwoordde eerlijk: «In de hel, koning. Want zij waren niet gedoopt.»
2 Het terugtrekken
Radboud trok zijn voet uit het doopvont. Hij zei: «Bisschop, ik kies voor mijn voorouders. Ik zal liever met hen in de hel zijn dan zonder hen in het paradijs. Ga in vrede; ik blijf heiden.» Wulfram drong niet aan. Radboud stierf een jaar later in 719, ongedoopt. Volgens lokale Noord-Hollandse traditie (vooral langs de West-Friese kust waar Radboud zijn paleis had) wordt zijn keus geprezen, niet veroordeeld: «Een koning hoort bij zijn volk, ook in de hel. Een koning die zijn voorouders verlaat is geen koning meer.» Wulfram zelf, volgens de Vita, achtte Radbouds keus «niet christelijk maar koninklijk» en doopte na 719 alleen nog Friezen die geen voorouder-band stelden boven het doopsel.
Vie FelineKattengedrag en vachtverzorging
Heimweer.be — Europees Erfgoed Bewaard


