Shield
Blokzijl, Overijssel / Kop van Overijssel

De katten van Blokzijl

Tier 0+ - Publiek 5 min Sage
Flag
Advertentie
OthalaOthalaHandgebouwde websites die je zelf bezit

Aan de rand van de Kop van Overijssel, waar het Nationaal Park Weerribben-Wieden overgaat in de kaarsrechte kavels van de Noordoostpolder, ligt Blokzijl: een havenkom vol masten, een sluis die zelden lang stilstaat en een ring van vestinggrachten die nog altijd in het stratenpatroon te lezen valt. Het stadje telt achtenvijftig rijksmonumenten en nog geen veertienhonderd inwoners. En het draagt een bijnaam die het te danken heeft aan een gebraden kat. De Blokzijlers heten Katten — en hoe dat zo gekomen is, staat opgeschreven in een brief van 23 mei 1892.

HW HW

1 Een haosje? Nee, een kat!

De sage ligt in de Collectie Boekenoogen in het archief van het Meertens Instituut, in een brief van 23 mei 1892 van een zekere A. Smit uit Steenwijk. Zij is kort en droog, zoals verhalen over de buren dat plegen te zijn.

De Blokzijlers kwamen ’s maandags in groten getale naar de Steenwijker weekmarkt, schrijft Smit. De kastelein bij wie zij gewoonlijk vertoefden had te klagen over de snoeplust der Blokzijler heren, die telkens weer zijn provisiekamer doorsnuffelden. Op een dag slachtte hij een vette kat, braadde haar en zette de schotel voor hen neer. De heren smulden er terdege van. «En wat denkt ge, dat ge nu gegeten hebt?» vroeg de kastelein hun naderhand. «Een haosje!» «Nee, een kat!» Sedert heten de Blokzijlers Katten.

Smit stuurde in dezelfde brief een heel lijstje scheldnamen mee, want zo ging dat tussen de plaatsen van de Kop van Overijssel: Meppeler muggen, Zuveniger koeleschieters naar de leemkuilen die daar lagen, Steenwieker kaampeknollen naar de knollen op hun bouwkampen, en Gietersche kwakers wegens de vele eenden en kikvorsen in dat waterland. Alleen bij de Katten tekende Smit aan dat de oorsprong nog bekend was, en hij verwees naar zijn eigen verhaal over de kastelein.

2 Een zijl, en waarschijnlijk geen blokhuis

Wie de naam hoort, denkt vanzelf aan een blokhuis bij een zijl. Dat klinkt logisch, maar het bewijs ontbreekt. In 1438 is sprake van de Groote Zyl by Blockes huis, en daaruit heeft men wel een militaire versterking willen afleiden; er zijn echter geen aanwijzingen dat er ooit werkelijk een blokhuis in Blokzijl heeft gestaan. Andere verklaringen zijn de persoonsnaam Block, of het woord blokzijl zelf: een kokersluis van zware houten balken, ruim genoeg om schepen door te laten. De huidige naam duikt voor het eerst op in 1521.

De zijlen waren er wel degelijk. De Vollenhoofsezijl wordt in 1375 vermeld, in 1438 kwam de Steenwijkerzijl erbij, en samen met de Giethoornsezijl loosden zij het water van het Land van Vollenhove op de Zuiderzee. Daar werd de turf uit het achterland overgeslagen op grotere schepen naar Holland. Vanaf 1518 werd er tol geheven, en het havenplaatsje werd welvarend.

Toen kwam de oorlog. In 1572 veroverden de Geuzen Blokzijl, maar een leger van stadhouder Caspar de Robles verdreef hen weer; in 1580 nam Diederik Sonoy de plaats opnieuw in en liet er in 1581 een stervormige schans omheen aanleggen. In 1621 verrees op kosten van de Raad van State een echte vesting naar een ontwerp van Anthonie Adriaanszoon Metius: een onregelmatige zeshoek met op elke hoek een bastion, met beide sluizen en de havenkom binnen de wallen. Midden in de oude schans was in 1609 de eerste steen gelegd van de Grote Kerk, in 1613 voltooid en daarna driemaal uitgebreid tot zij de vorm van een Grieks kruis had.

3 Het rampjaar en het zand

In het rampjaar 1672 hielp dat weinig. De wallen waren jarenlang slecht onderhouden, en op 26 juni gaf de verdediging zich zonder slag of stoot over aan de Keulse en Münsterse troepen; dezelfde dag vielen ook Steenwijk en de schans Kuinre. Een eerste poging tot herovering mislukte, maar op 23 augustus namen Friese troepen, gesteund door de inwoners zelf, Blokzijl terug. Als beloning verleende prins Willem III op 19 oktober 1672 stadsrechten. Lang duurde die eer niet: de drost van Vollenhove protesteerde, de Staten van Overijssel weigerden te bevestigen, en in 1675 was Blokzijl weer geen stad.

Gevaarlijker dan Münster was het zand, dat de zee telkens weer voor de havenmond schoof. In 1663 en 1664 werd het Scheepsdiep voor bijna honderdduizend gulden verdiept en verlengd, maar in de tweede helft van de zeventiende eeuw liep het aantal schepen sterk terug: de turfwinning verschoof naar Drenthe en ging voortaan via Zwartsluis. In de nacht van 3 op 4 februari 1825 brak de Zuiderzee door de dijken. In Blokzijl kwamen vier mensen om, achtentwintig huizen spoelden weg en tachtig raakten zwaar beschadigd. Het hoogwaterkanon op de kade herinnert aan de schoten waarmee men langs de kust voor zulke stormen waarschuwde.

Het einde van de zeehaven kwam in 1942, toen de Noordoostpolder droogviel en Blokzijl niet langer een schakel tussen land en zee was, maar een plaats tussen oud en nieuw land. Sinds 1973 is het beschermd stadsgezicht. Bij de sluis staat het bronzen beeld van Kaatje van Hans Bayens, en ook daarover is een sage opgetekend: aai haar met de rechterhand over het hoofd en dat brengt welvaart, met de linker geluk in de liefde, maar met beide handen brengt het ongeluk. De Canon van Blokzijl herleidt die naam tot de bijnaam van een zekere Klaas Mooiweer, die daar bij de sluis woonde. Van de Katten weet men het nog altijd zekerder.

Bron: Sage opgetekend in de Collectie Boekenoogen (archief Meertens Instituut), brief van A. Smit te Steenwijk, 23 mei 1892; Nederlandse Volksverhalenbank, records CBOEK217 en CBOEK363, verhaaltype TM 2602 «Spotnaam voor naburig dorp (stad) of hun inwoners». De sage over het beeld van Kaatje: Volksverhalenbank INZ00499. Historische gegevens: nl.wikipedia (Blokzijl, Vestingwerken van Blokzijl) en de Canon van Blokzijl op canonvannederland.nl, vensters De zijlen, De Grote Kerk, Het Scheepsdiep, Stadsrecht, Het hoogwaterkanon, Het nieuwe land en Beschermd stadsgezicht.
Wist je dat? In de volksverhalencatalogus draagt het verhaal het nummer TM 2602: spotnaam voor een naburig dorp of stad of voor de inwoners daarvan. In dezelfde brief uit 1892 staan nog vier andere: Meppeler muggen, Zuveniger koeleschieters, Steenwieker kaampeknollen en Gietersche kwakers. Blokzijl telt achtenvijftig rijksmonumenten en nog geen veertienhonderd inwoners. De Vollenhoofsezijl, voor het eerst vermeld in 1375, werd in 1913 in gewapend beton herbouwd en schut nog altijd zestien- tot twintigduizend schepen, boten en jachten per jaar.
Heimweer Heimweer

Heimweer.be — Europees Erfgoed Bewaard