De kabouters van de mergelgrotten
Onder Valkenburg, in het heuvelland van Zuid-Limburg, loopt een doolhof van gangen die de mens door de eeuwen uit de zachte mergel heeft gehouwen. In die koele donkere gangen woonden, zo geloofde men vroeger, de kabouters: kleine aardmannetjes die de mens goedgezind waren, zolang hij hen met rust en respect liet.
1 De helpers in het donker
De kabouters, zeiden de ouderen, kwamen ’s nachts tevoorschijn wanneer het huis stil was. Wie hen goedgezind was en een schaaltje melk of een korst brood bij de haard zette, kon rekenen op hun hulp: het werk dat bleef liggen was ’s morgens gedaan, het gereedschap gescherpt, de voorraad netjes gestapeld. Zij vroegen niets dan een beetje dank en dat men hen niet bespiedde, want een kabouter die betrapt werd, verdween voorgoed in de mergelgangen.
2 De les van de spotter
Maar wee de luiaard en de spotter. Wie de kabouters uitlachte of hun gaven versmaadde, kreeg last van hun streken: melk die verzuurde, gereedschap dat zoekraakte, een pad dat bij nacht steeds naar dezelfde plek terugvoerde. Een bekend verhaal vertelt van een boer die de aardmannetjes wilde bespieden om hun schat te vinden, en die zo diep de grotten in dwaalde dat hij pas na drie dagen de uitgang terugvond, grijs van schrik en zonder ook maar één muntstuk. Sindsdien, zegt men in Valkenburg, laat men de kleine bewoners van de mergel maar beter met rust.
Vie FelineKattengedrag en vachtverzorging
Heimweer.be — Europees Erfgoed Bewaard


