Het wonder van Loosduinen
In Loosduinen, nu een wijk aan de westrand van Den Haag, staat de Abdijkerk, misschien het oudste gebouw van de stad. Binnen hangen twee koperen bekkens aan de muur, met daarbij een oud bord: in deze twee bekkens zijn alle kinderen gedoopt. Het gaat om driehonderdvijfenzestig kinderen, die gravin Margaretha van Henneberg volgens de overlevering in het jaar 1276 in één keer ter wereld bracht. Onder dat wonderverhaal liggen een echte kerk, een echt graf en een naam die eeuwenlang door heel Europa klonk.
1 De bedelvrouw en de vervloeking
De sage is voor het eerst opgetekend in de Cronyke van Hollandt, een kroniek uit het midden van de veertiende eeuw, geschreven door de zogenoemde Clerc uten laghen landen bi der see. Margaretha, geboren in 1234, was de jongste dochter van graaf Floris IV van Holland. In 1249 trouwde zij met Herman I van Henneberg, en het paar woonde meestal in Coburg, maar bezat ook een hof bij Loosduinen, de Hooghe Werf.
Op een dag klopte een arme vrouw met een tweeling op de arm bij de gravin aan om hulp. Margaretha weigerde. Zij hield vol dat een fatsoenlijke vrouw geen twee kinderen tegelijk van dezelfde man kon krijgen, en verweet de bedelares onkuisheid. De vrouw beet fel van zich af, maar werd toch weggestuurd. Bij haar vertrek riep zij de gravin een vervloeking na: dat Margaretha zelf zoveel kinderen zou baren als er dagen in een jaar zijn.
De ontmoeting speelde zich volgens de overlevering af op Goede Vrijdag van het jaar 1276. Margaretha was toen tweeënveertig jaar. Kort daarna reisde zij hoogzwanger naar Holland, naar het hof bij Loosduinen, en daar zou de vervloeking uitkomen.
2 Driehonderdvijfenzestig gedoopt in twee bekkens
Bij Loosduinen schonk Margaretha het leven aan driehonderdvijfenzestig kinderen, volgens sommige kronieken driehonderdvierenzestig. Ze waren heel klein, maar naar men zei volgroeid. De oom van de gravin, de bisschop van Utrecht, kwam over en doopte hen allen in de kerk van Loosduinen. De jongens kregen de naam Jan, de meisjes Elisabeth of Lys. Kort na het doopsel stierven de kinderen, en de gravin stierf met hen. Moeder en kinderen werden samen begraven.
De twee doopbekkens, een voor de jongens en een voor de meisjes, bleven bewaard en werden een bedevaartsoord. Onvruchtbare vrouwen kwamen naar Loosduinen, wasten hun handen in het water van de bekkens en hoopten zo alsnog een kind te krijgen. Een houten bord bij de bekkens, rond 1600 aangebracht door de predikant Meursius ter vervanging van een ouder exemplaar, vertelde het verhaal in het Nederlands en het Latijn.
Het wonder van Loosduinen was eeuwenlang beroemd, ook buiten de Lage Landen. In mei 1660 kwam de Engelse dagboekschrijver Samuel Pepys er langs; hij zag de bekkens en het bord aan de muur en noteerde dat het verhaal begon met de woorden Margarita Herman Comitissa. De dichter Jacob Westerbaen bezong de bekkens al in 1654.
3 De abdijkerk, en wat waar kan zijn
De kerk waarin dit alles zou zijn gebeurd, bestaat echt. Omstreeks 1230 bouwden cisterciënzer monniken een abdij in Loosduinen, rijk begiftigd door Floris IV en zijn vrouw Machteld van Brabant en in 1231 in bescherming genomen door de bisschop van Utrecht. Rond de abdij groeide het dorp Loosduinen. De abdijkerk zelf werd tussen 1238 en 1250 opgetrokken in een overgangsstijl tussen romaans en gotisch, met invloed van de Scheldegotiek, en geldt als een van de oudste gebouwen van Den Haag.
In 1574 verwoestten de Geuzen de abdij, maar de kerk bleef gespaard. Zij bleef eeuwenlang de dorpskerk, werd in 1908 vergroot en tussen 1971 en 1976 grondig gerestaureerd, waarbij men terugkeerde naar de oude vorm. In de kerk liggen Machteld van Brabant, Margaretha van Henneberg en haar in 1250 gestorven zoontje Herman begraven. Sinds 1974 draagt het gebouw officieel de naam Abdijkerk; het staat als rijksmonument te boek.
En het getal zelf? Vermoedelijk berust het op een telkwestie. In het graafschap Holland begon het nieuwe jaar met Pasen, en de ontmoeting viel op Goede Vrijdag, toen het lopende jaar nog maar twee dagen telde. De vervloeking beloofde de gravin dan geen jaar vol kinderen, maar een tweeling. Anderen denken aan een mola-zwangerschap, waarbij een woekerende placenta voor talloze piepkleine kindjes werd aangezien. Wat er ook gebeurde, in de twee bekkens aan de muur leeft het verhaal voort.
Vie FelineKattengedrag en vachtverzorging
Heimweer.be — Europees Erfgoed Bewaard


