De Haas die Nooit Geraakt Werd
In Drenthe speelden jagers voortdurend met het geloof dat zij soms hazen konden tegenkomen die niet door kugels konden worden geraakt. Deze wezens waren geen normale dieren — zij waren heksen die hun gedaante hadden veranderd om hun buren te bespieden of gruweldaden uit te voeren. De enige manier om zo’n heks-haas te doden was met een zilveren kogel of een kogel die door een priester was gezegend.
1 De Jager en de Onmogelijke Prooi
Adriaan was een goeie jager — misschien de beste in het dorp. Hij kende de bossen rond Drenthe als zijn handpalm. Hij kon een vogel uit de lucht schieten van honderd voet afstand. Hij kon een hert volgen door dicht struikgewas. Zijn schoten waren altijd nauwkeurig, altijd dodelijk. Tot die ene avond in de herfst.
Hij was alleen op jacht gegaan, op zoek naar konijnen en hazen voor het avondeten. De middag liep naar het einde toe, en de zon begon laag aan de horizon te hangen. Adriaan was aan het terugkeren naar het dorp toen hij haar zag: een haas, groot en vet, springend door een opening in de haag.
Hij tilde zijn geweer op en mikte. De haas stopte, blijkbaar onbewust van het gevaar. Het was een perfecte schot. Adriaan haalde de trekker over. Het geweer knalde. En de kogel — die door de lucht vloog en rechtstreeks op het lijf van de haas af — ging recht door het dier heen. Alsof de haas niet bestond. Alsof de kogel door lucht schoot in plaats van door vlees.
De haas verdween tussen de bomen.
2 Het Onmogelijke Spel
Adriaan was geschokt, maar niet ontmoedigd. Misschien had hij gemist. Het gebeurde. Maar terwijl hij dichter bij de plek liep waar de haas was geweest, zag hij iets wat hem deed bevriezen: hoewel het geweer duidelijk had afgevuurd, en hoewel hij de haas vol in het zicht had gehad, was er geen bloed. Geen wond. Geen bewijs dat de kogel het dier ooit had geraakt.
Twee weken later zag Adriaan dezelfde haas opnieuw. Deze keer lette hij beter op. De haas was ongewoon groot — veel groter dan normale hazen. Zijn ogen hadden iets menselijks, iets intelligents. Adriaan vuurt opnieuw. De kogel slaat recht door het dier heen. Opnieuw geen bloed. Opnieuw niets.
Nu wist hij het zeker. Dit was geen normale haas. Dit was iets anders. Dit was — naar hij had horen fluisteren in het dorp — een heks. Een vrouw die de gave (of vloek) had om haar vorm te veranderen en zich als dier te vermommen. Zij spioneerde op de dorpsbewoners. Zij bracht hun vee ziektes. Zij verwenste hun kinderen. En zij gebruikte deze haas-gedaante als dekmantel.
3 Het Zilver
Adriaan ging naar de wijze vrouw van het dorp — Tante Griet, die bekend stond vanwege haar kennis van geesten en magie. Hij vertelde haar over de haas. Tante Griet knikte zwijgzaam, alsof zij dit al had verwacht.
“Zilveren kogels,” zei zij. “Of kogels die door een priester zijn gezegend. Dat zijn de enige dingen die een heks-dier kunnen doorboren. Gewone metalen kunnen hen niet raken. Hazen — of andere dieren — waarin heksen wonen, zijn beschermd door magie.”
Adriaan dacht na. Hij had geen zilveren kogels. Zilver was duur, en als jager spande hij niet veel geld. Maar de priester — de priester kon zijn kogels zegenen. Hij sprak met de priester, en tot zijn verrassing stemde de priester in. “Hekserij is een zonde,” zei de priester. “Indien deze haas inderdaad een heks herbergt, zal ik je helpen deze vloek te eindigen.”
De priester zegende twaalf kogels. Hij sprake woorden in het Latijn uit over elk daarvan, en kruiste zich. Adriaan voelde dat iets heiligs — iets sterks — van de priester overging in het metaal.
4 De Confrontatie
De volgende week ontmoette Adriaan de haas opnieuw. Dit keer was hij voorbereidt. Hij laadde zijn geweer met een gezegend kogel. Hij mikte. Hij haalde de trekker over.
Dit keer gebeurde iets anders. De kogel raakte het dier. Niet door het heen — nee, het bleef erin steken. De haas schreeuwde — een geluid dat niet van een dier afkomstig kon zijn. Het was een menselijke kreet, de kreet van een vrouw in pijn. De haas sprong wild in het rond, en toen gebeurde het: zijn vorm begon te veranderen. Zijn lichaam werd groter, grotesk, vervormd. Vacht veranderde in huid. Poten werden armen. En waar de haas was geweest, lag nu — bloedend en stervende — een oude vrouw.
Het was Moeder Renske, een vrouw uit het dorp die lange tijd verdacht was van hekserij. Zij lag op de grond, haar kleren gescheurd, haar lichaam verminkt door de transformatie. “Jij hebt me ontdekt,” gromde zij naar Adriaan. “Jaren van voorbereiding, jaren van macht — en alles verloren door één zilveren kogel.”
Zij overleed nog diezelfde nacht.
Vie FelineKattengedrag en vachtverzorging
Heimweer.be — Europees Erfgoed Bewaard


