Ellert en Brammert
In de tijd toen nog reuzen door Europa dwaalden, toen de hei zich uitstrekte als een oneindige zee van heide en jenever, leefden twee broers in een enorme kuil diep in de heide tussen Schoonoord en Orvelte. Hun namen waren Ellert en Brammert, en zij waren niet klein of zacht. Zij waren reuzen van drie keer de grootte van normale mannen, met krachten die een paard konden verpletteren. Zij waren roofzuchtig en wreed, en hun naam bracht schrik en ellende aan alle reisenden die onvoorzichtig genoeg waren om hun domein te betreden.
1 De Reuzen van de Ellertshaar
De Ellertshaar was niet zomaar een gat in de grond. Het was een enorme kuil, diep genoeg om een leger in te verbergen, met wanden van steen en modder zo glad als toegewezen handen. Ergens diep in die kuil, in gangen die niemand kon volgen, had de reuzen hun verblijf. Hun voetafdrukken waren zo groot als voetstukken; hun adem voelde als wind.
Ellert en Brammert waren niet alleen reuzen — zij waren broers, en zij waren onafscheidelijk. Zusammen plunderden zij de heide. Samen stopten zij reizigers op de wegen, hun zware knuppels klaar, hun grins wreed. Zij stalen alles wat waardevol was: munten, juwelen, kleding, ja zelfs de paarden. Degenen die tegenstand boden, werden met een klap neergeslagen. Degenen die probeerden te vluchten, werden achtervolgd en grepen door handen zo groot als schaupen.
2 De Ontvoering van het Meisje
Het noodlot van de reuzen werd verzegeld op de dag toen zij een jong meisje ontvoerden. Zij was mooi en van nobele herkomst, en toen zij over de heide reisde met haar begeleiders, vielen de reuzen aan. De begeleiders werden afgeslagen, en het meisje werd over de schouder van Brammert genomen als niets meer dan voorraden.
Het meisje had een minnaar — een dappere jongeman van middelbare afkomst maar groot hart. Toen hij hoorde van haar ontvoering, verzamelde hij tien andere mannen, allen sterke en vastbesloten. Tezamen marcheerden zij naar de Ellertshaar, hun wapens klaar, hun doelbewustzijn ondersteund door liefde en eerherstel. Zij kenden de reuzen zou hen opwachten, dat de strijd zou gruwelijk zijn. Maar zij hadden geen keus.
3 De Strijd in de Kuil
De strijd in de Ellertshaar was legendarisch. De twaalf mannen daalden af in die enorme gat, hun fakkels branden in het donker, hun harten bonzend van angst. Ellert en Brammert kwamen op hen af, brullend als stormen, hun vuisten zwingend als stormbokken. De mannen, klein als muggen, vochten met alle kracht die zij hadden. Zij hakten en staken, zij slingerden hun zwaarden, zij draaiden en telden.
De strijd duurde uren. Mannen vielen, maar anderen vochten verder. Het bloed — zowel rood als rievig geel van de reuzen — druppelde over de wanden van de kuil. Ellert viel eerst, zijn lichaam verbrijzeld onder de eensgezinde aanval van de mannen. Brammert, door woede bevangen bij de dood van zijn broer, vochten met dubbele felheid. Maar ook hij kon niet tegen een volle groep blijven staan. Uiteindelijk, toen hij viel, werd hij vertreden onder voeten van strijdende mannen, en zijn macht verdween.
4 Het Einde en de Herinnering
Toen de reuzen dood waren, werd het meisje gevonden diep in de kuil, levend maar verkocht. De mannen voerden haar voorzichtig naar het licht. Haar minnaar — die de strijd had overleefd hoewel beroofd van bloed en wonden — werd herenigigd met haar. Zij huwelijked niet lang daarna, en hun kinderen erfden de verhalen van de twee dappere mannen die hun moeder uit de klauwen van reuzen hadden gered.
De Ellertshaar werd beroemd, en de verhalen van Ellert en Brammert werden verteld in kamers rond vuren door generaties heen. In Schoonoord stonden twee grote stenen beelden opgericht, statues van de reuzen in hun volle grootte, als waarschuwing en monument. En hoewel de reuzen zelf verdwenen waren, bleven hun namen levend in de legenden van Drenthe. Want soms, zeggen de wijzen, zijn het juist de dapperen die de namen van de sterksten zullen herinneren.
Vie FelineKattengedrag en vachtverzorging
Heimweer.be — Europees Erfgoed Bewaard


