Shield
Douarnenez, Bretagne / Finistère

De zondvloed van Ys

Tier 0+ - Publiek 3 min Legende
Flag
Advertentie
OthalaOthalaHandgebouwde websites die je zelf bezit

Wat overblijft van Ys liggen onder de baai van Douarnenez. Op heldere ochtenden in september, bij het laagste tij van het jaar, zien de oudste vissers van Tréboul de toppen van haar torens onder het water. En in elke storm hoort men, onder het oppervlak, de klokken luiden.

HW HW

1 De stad onder water

Wat blijft over van Ys? Geen steen die boven het water uitsteekt. Geen ruine. Geen plek waar men zegt: hier was de poort. De zee heeft de stad zo volkomen genomen dat zelfs haar geografie onzeker is. Sommigen plaatsen haar in de baai van Douarnenez. Anderen zeggen iets verder, op het Plateau de la Chaussée voor het eiland Sein. Beide plekken kennen vissers wier ankers verdraaide stenen omhoog brengen.

Op heldere ochtenden in september, bij het laagste tij van het jaar, vertellen de oudste vissers van Tréboul, dat zij door het glaasheldere water in de Anse de Pors-Bihan de toppen zien van twee torens, en daartussen iets dat een stadsmuur lijkt. Wie het zien, zwijgen erover op het land. Het brengt ongeluk om over Ys te spreken in de haven, zegt men.

2 De klokken in de storm

In stormnachten verandert de baai van Douarnenez. Het water wordt zwart. De wind huilt door de masten van de schepen die in Tréboul-haven liggen vastgebonden. En als men één moment goed luistert tussen twee windvlagen door, hoort men een geluid dat niet uit de boten komt en niet uit de kerk: de klokken van Ys, gedempt en traag, alsof zij door het water zwemmen.

Een Tréboulse priester, Pierre Tanguy, schreef in 1748 in een brief aan de bisschop van Quimper: «Ik heb in de stormnacht van 14 oktober de klokken van Ys gehoord. Zij klinken niet als koper. Zij klinken als brons dat eeuwen onder water heeft gelegen. Vier slagen, drie tellen pauze, vier slagen. Het lijkt of zij om hulp roepen, of om vergiffenis, ik weet het niet.» De bisschop noteerde dat hij Tanguy te lang vasten had laten doen.

3 De terugkeer

Wanneer komt Ys terug? De Bretonse zegswijze luidt: «Pa vo beuzet Pariz, Ec’h adsavo Ker Is» — wanneer Parijs verzwolgen wordt, zal Ys terugkeren. Het is geen voorspelling van de eindtijd. Het is een geduldige zegswijze van de Bretonners, die hun verzonken stad niet kwijt willen aan louter afgunst tegenover de Franse hoofdstad.

Op het strand van Tréboul-Douarnenez, achter de oude vismarkt, staat sinds 1923 een kleine bronzen plaquette met deze zegswijze in het Bretons en Frans. Toeristen nemen er foto’s van. De vissers, op hun terugweg uit de baai, kijken er soms naar en spuwen ergens. Dat brengt geluk. Het bevestigt: Ys is er nog. Wie haar respecteert, kan haar klokken horen. Wie haar bespotte, zoals koningin Dahut, ligt er bij.

Bron: Bretonse mondelinge traditie sinds de 10e eeuw; Albert Le Grand (1636); E. Souvestre (1844); Claude Debussy, «La cathédrale engloutie» (1910).
Wist je dat? Claude Debussy schreef in 1910 het pianowerk «La cathédrale engloutie» dat de stille klokken van Ys, opkomend uit het water, uitbeeldt. Het is één van de bekendste impressionistische stukken voor piano; in het midden hoort men, in akkoorden, de klokken van Ys luiden.
Heimweer Heimweer

Heimweer.be — Europees Erfgoed Bewaard