Shield
Toulouse, Occitanie / Haute-Garonne

Sint-Sernin en de stier van Toulouse

Tier 0+ - Publiek 4 min Legende
Flag
Advertentie
OthalaOthalaHandgebouwde websites die je zelf bezit

Toulouse is een stad van baksteen, en die baksteen kleurt in de avondzon warm en vleeskleurig. Daarom noemt men haar la Ville rose, de roze stad. Tussen het Capitool en de grote romaanse basiliek loopt een smalle, kaarsrechte straat waar de Toulousanen elke dag doorheen wandelen zonder erbij stil te staan. Zij heet de rue du Taur, de straat van de stier. Die naam komt uit het jaar 250, en van een man die er achter een razend dier heen werd gesleurd.

HW HW

1 De weigering voor het Capitool

Men vertelde dat Saturninus — Sernin, zoals de mensen hier hem noemen — vanuit Rome werd uitgezonden om het nieuwe geloof naar Gallië te dragen. Hij trok langs Nîmes, ging door tot Pamplona en keerde toen op zijn schreden terug om te blijven in Tolosa, de grote Gallo-Romeinse stad aan de Garonne. Daar bracht hij de eerste christengemeente van de stad bijeen, en zo werd hij haar eerste bisschop.

Om van zijn huis naar de plek te komen waar hij predikte, kwam Sernin elke dag voorbij de tempel op het forum, het Capitool van het oude Tolosa. En zie, zeiden de heidense priesters, sinds die man hier langsloopt zwijgen de orakels. De goden keren zich af. Zij moeten verzoend worden.

Op een dag in de late herfst, tijdens de vervolgingen die keizer Decius had bevolen, grepen zij hem aan de voet van de tempeltrap. Daar stond een prachtige stier te wachten, versierd met banden en linten, klaar voor het offer. Laat hij Jupiter eren, zeiden zij, laat hij het bloed van het dier doen vloeien, en hij mag vrij weglopen.

Sernin weigerde. Hij sprak, zo wil de overlevering, maar weinig woorden: hij kende slechts één God, en die van hen vreesde hij niet. Toen greep de woedende menigte het offerkoord en bond de bisschop aan de achterpoten van de stier vast. Iemand prikte het dier in de flank. Het vertrok.

2 De straat van de stier

Het beest stormde de trappen van de tempel af, de man achter zich aan slepend. Op de stenen treden werd het hoofd van de bisschop verbrijzeld. De stier joeg dwars door de stad over de grote noord-zuidweg, ging de noordelijke poort uit en sloeg de weg naar Cahors in, tussen de grafstenen van de Romeinse dodenakker. Daar, zo zegt men, brak eindelijk het koord en bleef het lichaam in het stof liggen.

Niemand durfde het aan te raken. Toch kwamen er twee jonge christenvrouwen, in het donker. Het Toulousaanse geheugen noemt hen de heilige Puelles, de jonge meisjes. Zij raapten op wat er van hun bisschop over was, legden het in een houten kist en groeven een diepe kuil, diep genoeg opdat geen heiden de dode nog zou storen. De overlevering voegt eraan toe dat de menigte hen daarna met stokken de stad uit joeg, en dat zij onderdak vonden in een dorp van het Lauragais dat nog altijd hun naam draagt: Mas-Saintes-Puelles.

Een eeuw later liet bisschop Hilarius boven het graf een bakstenen gewelf metselen en daarop een klein houten bedehuis zetten. Later verrees er een kerk, die men vandaag Notre-Dame du Taur noemt, met haar hoge bakstenen klokkenmuur die dwars in de straat oprijst. En de straat zelf hield voorgoed de naam van het dier: rue du Taur, naar het Occitaanse woord taur, stier.

3 Het graf van de roze stad

Er kwamen zoveel pelgrims naar het kleine kerkje van de Taur dat het al gauw te klein werd. In het jaar 402 droeg men het gebeente van Sernin met veel praal naar een ruimer heiligdom buiten de oude muren: de toekomstige basiliek Saint-Sernin. De legende verzekert dat de menigte die dag een zachte geur uit de beenderen zag opstijgen, honderdvijftig jaar na de dood.

Van dat heiligdom maakten de kanunniken vanaf het einde van de elfde eeuw het grote schip van baksteen en steen dat er nog staat. Vijf beuken, een geweldig dwarsschip, een koor met een omgang waarin de pelgrims rond de relieken konden lopen zonder de mis te storen, tweehonderdzestig gebeeldhouwde kapitelen en een achthoekige toren van vijf verdiepingen die boven de daken uitkomt. Het is een van de grootste bewaard gebleven romaanse kerken van Europa, en velen noemen haar eenvoudigweg de grootste.

Toulouse was een belangrijke halte op de weg naar Santiago de Compostela: wie van Arles naar de Pyreneeen trok, liet niet na bij het graf te bidden. De kerk kreeg reliek na reliek, tot zij er honderdachtentwintig bezat.

Wie vandaag vanaf de place du Capitole de rue du Taur afdaalt, loopt zonder het te weten de weg van de stier. Driehonderdvijftig meter roze baksteen, halverwege een kerk, aan het eind een basiliek. En op 29 november viert Toulouse nog altijd haar eerste bisschop.

Bron: Toulousaanse overlevering rond de «Passio sancti Saturnini»; plaatselijke traditie van de rue du Taur en Notre-Dame du Taur.
Wist je dat? De basiliek Saint-Sernin bewaart honderdachtentwintig relieken, waaronder die van zes apostelen. Daarmee is het de kerk van Frankrijk met de grootste reliekenschat en na het Vaticaan de tweede ter wereld. In de basiliek staan tweehonderdzestig romaanse kapitelen, uitgehouwen in de late elfde en de twaalfde eeuw. Sinds 1998 staat het gebouw op de werelderfgoedlijst van de UNESCO als halte op de pelgrimswegen naar Santiago de Compostela. De rue du Taur is amper driehonderdvijftig meter lang en verbindt de place du Capitole met de place Saint-Sernin. Het feest van de heilige valt op 29 november.
Heimweer Heimweer

Heimweer.be — Europees Erfgoed Bewaard