Shield
Bogny-sur-Meuse, Grand Est / Ardennes

De vier Heemskinderen en het ros Beiaard

Tier 0+ - Publiek 4 min Legende
Flag
Advertentie
OthalaOthalaHandgebouwde websites die je zelf bezit

Boven Bogny-sur-Meuse, waar de Maas zich in trage bochten door het Ardense leisteen wringt, staan vier rotspieken op een rij. Wie ze vanaf de overkant bekijkt, van de Rocher de l’Hermitage, ziet geen rotsen maar vier ruiters op een galopperend paard, midden in de sprong verstard. De streek noemt ze zolang men zich herinnert de Rochers des Quatre Fils Aymon: de vier Heemskinderen, versteend op hun ros Beiaard. Dit is hun verhaal, en vooral dat van het paard dat weigerde te verdrinken.

HW HW

1 De schaakpartij en de vlucht

Hertog Aymon van Dordonne bracht op een pinksterdag zijn vier zonen naar het hof van Karel de Grote te Parijs: Alard, Reinout, Guichard en Richard. De keizer sloeg Reinout tot ridder en liet hem een wonderpaard brengen, Beiaard.

De volgende dag ging Reinout schaken met Bertolai, de lievelingsneef van de keizer. Bertolai kon niet verliezen en sloeg Reinout tot bloedens toe. Reinout vroeg zijn koning om recht; de koning weigerde te luisteren. Blind van woede greep Reinout het schaakbord en smeet het naar Bertolais hoofd. De neef was op slag dood.

De vier broers vluchtten naar de Ardennen, hun geboorteland. Onderweg werd het paard van Alard gedood; Reinout trok zijn broer bij zich op Beiaard, en het paard rekte zijn rug tot er plaats was voor allen. Ze bouwden hun eigen burcht, Montessor, op een rotspunt boven de Maas. Zeven jaar hielden zij stand, tot de verrader Hervé ’s nachts de valpoort opende en de burcht viel met al hun voorraden. Wat volgde waren maanden in het woud: roestend harnas, groeiend haar, honger tot ze onherkenbaar waren. Alleen Beiaard bleef vet, want de bladeren deden hem beter dan het koren de andere paarden.

2 De molensteen en de Maas

De oorlog sleepte twintig jaar aan. Uiteindelijk verlieten de twaalf pairs het hof, en Roeland dwong de keizer tot onderhandelen. De vrede had een prijs: Reinout moest blootsvoets naar Jeruzalem, en Beiaard moest worden uitgeleverd.

Reinout gaf zijn paard af. De keizer reed naar een brug over de Maas, liet een molensteen aan een ketting om de hals van het dier binden en het in het water werpen. Maar verderop, waar de rivier breed werd, zag hij het paard zwemmen. Beiaard sloeg met zijn hoeven op de steen, tot de scherven wegvlogen en de molensteen brak als een kluit aarde. Hij stak de rivier over, klom tegen de oever op, schudde zich van kop tot staart, hinnikte, sloeg de grond en verdween sneller dan een leeuwerik in het wilde Ardennerwoud. En, voegt het lied eraan toe, hij leeft daar nog; ziet hij een mens, dan vlucht hij, zoals de duivel voor God vlucht.

Eerlijk gezegd: de oudste versies laten dit gebeuren in de Rijn bij Dortmund. Langs de Maas verhuisde het toneel naar de rivier die men zelf kende. Luik toont zijn Pont des Arches, Dinant zijn Rocher Bayard. En in de Ardennen hoort men het paard nog altijd hinniken in de nacht van Sint-Jan. Een oude man vertelde in 1861 hoe hij in 1815 bij Montcy-Notre-Dame op wacht stond, hoe om middernacht de grond beefde en het vuurpaard voorbijkwam, spottend de naam van Karel de Grote over de rotsen roepend.

3 De vier pieken en de reus die men draagt

Reinout zelf eindigt zacht. Terug uit Jeruzalem vindt hij zijn vrouw gestorven; hij stuurt zijn zonen naar het hof en vertrekt zonder iemand te waarschuwen. In Keulen verhuurt hij zich als naamloze arbeider op de bouwwerf van de Sint-Pieterskerk. Hij vraagt geen loon, alleen eten, en werkt voor twee. De andere metselaars noemen dat oneerlijke concurrentie, slaan hem dood en gooien hem in de Rijn. Vissen dragen het lichaam naar de oppervlakte, er komt licht van, engelen zingen. Een kar rijdt uit zichzelf naar Trémoigne, ofwel Dortmund, waar de hoofdkerk nog altijd Reinoldikirche heet.

Dat is literatuur, geen kroniek. Het chanson de geste dateert uit de twaalfde en dertiende eeuw, en de gotische dom van Keulen kreeg zijn eerste steen pas in 1248, vierenhalve eeuw na Karel de Grote. De rotsen boven Bogny hebben hun naam aan het verhaal te danken, niet omgekeerd. Toch blijft de streek vol sporen: de vier pieken op ruim tweehonderdzestig meter, de Ermitage waar Maugis zich zeven jaar terugtrok, en de ruïne van Château-Regnault die men voor Montessor houdt.

En het reuzenbeeld dat men ronddraagt? Dat bestaat werkelijk, maar het is vooral Belgisch en Vlaams. In Dendermonde gaat het Ros Beiaard eens in de tien jaar uit, bijna vijf meter hoog, gedragen door het gilde van de pijnders, met vier echte broers uit de stad op de rug; de ommegang staat op de UNESCO-lijst. Ath heeft zijn Beiaard sinds 1462, Namen sinds 1518. In Frankrijk zijn zulke gedragen reuzen zeldzaam. Boven Bogny staat het paard stil, in steen, en kijkt over de Maas.

Bron: Chanson des quatre fils Aymon, ook Renaut de Montauban genoemd (handschrift La Vallière, dertiende eeuw, 18.500 verzen); uitgave van Ferdinand Castets (1909); moderne Franse vertaling van Micheline de Combarieu du Grès en Jean Subrenat (1983); Ardense volksoverlevering.
Wist je dat? Het standbeeld van de vier broers met hun paard boven Bogny is werk van Albert Poncin en werd in 1932 opgericht op de plek van de oude burcht van Château-Regnault. In dezelfde gemeente maakte de Ardense beeldhouwer Éric Sléziak een metalen Beiaard van drie meter hoog en achthonderd kilo. Bogny-sur-Meuse ontstond pas in 1967 uit de fusie van Château-Regnault-Bogny, Braux en Levrézy; in Braux staat de collegiale Saint-Vivent, een van de oudste kerken van de Maasvallei, met een kern uit de negende eeuw. De rotsen zelf zijn quartsiet en leisteen van meer dan vijfhonderd miljoen jaar oud, en het dorp leefde eeuwenlang van nagels en bouten.
Heimweer Heimweer

Heimweer.be — Europees Erfgoed Bewaard