Shield
Le Mans, Pays de la Loire / Sarthe

De menhir tegen de kathedraal van Le Mans

Tier 0+ - Publiek 4 min Volksverhaal
Flag
Advertentie
OthalaOthalaHandgebouwde websites die je zelf bezit

Tegen de zuidwesthoek van de kathedraal Saint-Julien in Le Mans staat een steen die daar eigenlijk niet hoort. Hij is van roze zandsteen, ruim vier en een halve meter hoog, en duizenden jaren ouder dan de muur waar hij tegenaan leunt. De inwoners noemen hem de Pierre Saint-Julien, en generaties lang hebben zij er een vinger in gestoken.

HW HW

1 De oudste steen van de stad

De menhir meet vier meter vijfenvijftig en bestaat uit roze zandsteen uit het eoceen, met versteende palmresten erin — sabals, uit een klimaat dat Frankrijk vijftig miljoen jaar geleden kende. Archeologen dateren het oprichten van de steen op ongeveer vijfduizend jaar geleden. Daarmee is hij veruit het oudste monument dat in Le Mans nog overeind staat: ouder dan de kathedraal, ouder dan de Romeinse muur, ouder dan de stad zelf.

Zijn huidige plek is jong. In 1778 werd de steen naar de Place Saint-Michel gebracht, nadat men vlakbij de zogenoemde dolmen de la Pierre au lait had gesloopt, en sindsdien staat hij rechtop tegen de muur aan de zuidhoek van de romaanse westgevel. Waar hij daarvóór precies stond weet niemand zeker; vermoedelijk hoorde hij bij een grotere groep megalieten die in de loop van de eeuwen is verdwenen. De negentiende eeuw maakte er een monument van: in 1889 werd hij geklasseerd.

De volksnamen verraden hoe de stad hem gebruikte. Pierre au lait, melksteen — waarschijnlijk een verbastering van pierre levée, opgerichte steen — omdat melkboerinnen en fruitverkoopsters er hun waar op uitstalden. Pierre de sang, bloedsteen, naar de terechtstellingen die er zouden hebben plaatsgevonden. En caillou de Gargantua, want in heel Frankrijk wordt elke steen die te zwaar lijkt voor mensenhanden aan de reus Gargantua toegeschreven.

2 De vinger in het gat

In de zijkant zit een ronde uitholling, een cupule. De overlevering wil dat de steen de vorm heeft van een vrouw in een gedrapeerd kleed — de plooien zijn in werkelijkheid sedimentaire structuren in het zandsteen — en dat het gaatje haar navel is. Le nombril du Mans, heet het dan ook.

Wie er een vinger in steekt, krijgt geluk. Jonge vrouwen die kinderen wilden, wreven hun vinger in de holte om vruchtbaar te worden. Dat gebeurde zo vaak en zo lang dat de wand van het gat glad gepolijst is: de meetbare afdruk van een gewoonte die generaties heeft geduurd. Ook vandaag leggen bezoekers hun duim in de kuil voor ze de kathedraal binnengaan, meestal zonder te weten waarom.

De kerk heeft die gewoonte eeuwenlang proberen te ontmoedigen, met opvallend weinig succes. De klassieke strategie was niet verbieden maar overnemen: op de steen zou ooit een ijzeren kruis hebben gestaan, en de naam Pierre Saint-Julien plakt de heidense steen aan de eerste bisschop van de stad. Het kruis is verdwenen. Het gat is er nog, en de vingers ook.

3 Julianus, de bron en de rode muur

Die bisschop was Julianus, volgens de traditie de eerste van Le Mans, ergens in de derde of vierde eeuw. De Actus pontificum Cenomannis in urbe degentium, een negende-eeuwse tekst en de oudste bron over hem, vertelt hoe hij op een plek die Centonomius heette zijn staf in de grond sloeg en bad, waarna er een bron opborrelde in een streek die om water verlegen zat. Met dat water doopte hij de heidenen. De notabelen bekeerden zich, de gouverneur volgde, en Julianus bouwde de eerste kerk van de stad. Hard historisch is er weinig aan: de tekst is eeuwen jonger dan wat hij beschrijft.

Rond de kathedraal ligt nog een derde laag. Le Mans heette Vindunum, hoofdplaats van de Aulerci Cenomani, en kreeg in de vierde eeuw een stadsmuur van ruim dertienhonderd meter met een veertigtal torens. De bouwers wisselden rossige zandsteen, bleke kalksteen en rode baksteen af in ruiten, driehoeken en visgraatmotieven, gevoegd met roze mortel vol tegelgruis. Er is in Frankrijk geen tweede laat-Romeinse omwalling met zulke versiering; vijfhonderd meter en negentien torens staan er nog overeind, en de stad heet daarom la ville rouge.

Wie het eerlijk wil houden, moet die lagen uit elkaar houden. De menhir is prehistorisch, de muur laat-Romeins, de kathedraal middeleeuws. Er loopt geen ononderbroken cultus van de ene naar de andere: de koppeling tussen steen en kerk is een latere volksgewoonte, geen doorgegeven eredienst. Wat er wél doorloopt is de stadsgewoonte zelf — mensen die langs een oude steen komen en er hun vinger in leggen, omdat hun ouders dat ook deden.

Bron: Actus pontificum Cenomannis in urbe degentium (negende eeuw); André Bouton, «Le Maine» (1962); Henri Dontenville, «Histoire et géographie mythiques de la France» (1973); Base Mérimée PA00109848.
Wist je dat? De cupule in de menhir is zo vaak aangeraakt dat de wand glad gepolijst is; het toerismebureau noemt de holte tegenwoordig gewoon «le nombril du Mans», de navel van Le Mans. Het roze zandsteen bevat versteende resten van sabalpalmen uit het eoceen, waardoor geologen de steen ook als gesteentestaal gebruiken. Sinds 1889 is de menhir geklasseerd als monument historique, dossier PA00109848. De kathedraal erachter is half romaans, half gotisch: in 1128 trouwde Geoffroy Plantagenet er met Mathilde, erfgename van de Engelse troon, en hun zoon, de latere koning Hendrik II van Engeland, werd er gedoopt. Geoffroy ligt er begraven.
Heimweer Heimweer

Heimweer.be — Europees Erfgoed Bewaard