De versteningsbronnen van Saint-Nectaire
In het dal onder het dorp Saint-Nectaire, in het hart van de Auvergne, komt water uit de vulkanische bodem dat zo zwaar van kalk is dat het alles wat er lang genoeg in hangt met een laag steen overtrekt. Wie er een tak of een medaillon in laat zakken, haalt er maanden later een versteend voorwerp uit. Eeuwenlang noemden de dorpelingen dat water betoverd. Sinds 1821 leven er ambachtslieden van.
1 Het water dat alles in steen verandert
Onder Saint-Nectaire, waar het dal van de Couze Chambon zich versmalt, borrelt water op dat door de warme diepte van de oude vulkanen is gestegen. Het bruist van koolzuurgas en draagt zoveel opgeloste kalk mee dat het die weer moet afgeven zodra dat gas ontsnapt. Wat in de straal blijft liggen, verdwijnt onder een korst: mos, riet, gevallen takken, de zoom van een vergeten doek. Het dorp kende plekken waar de begroeiing niet meer boog in de wind, omdat ze geen begroeiing meer was.
Wie dat ziet zonder scheikunde te kennen, bedenkt een verklaring. In de volksmond heette het water betoverd, en even vaak vervloekt. Men zei dat het uit een keuken diep onder de berg kwam waar iets werkte dat geen naam verdiende. Moeders hielden hun kinderen weg van de bekkens, herders dreven hun beesten met een boog om de warme geulen heen, en er ging een waarschuwing rond die iedereen kende: wie te lang met zijn voeten in dat water bleef staan, zou het zelf ook worden. Eerst de schoenen, dan de enkels, dan de man.
Er werd bij verteld hoe het bewezen was. Een houthakker die op een zomerdag met zijn laarzen in de bron was ingedommeld, zou ’s avonds niet meer overeind zijn gekomen; men had hem moeten loshakken. In een andere versie bleef hij staan als een grijze paal naast het water, tot de winter hem omver duwde.
2 Jean Serre en de mallen onder de waterval
In het begin van de negentiende eeuw keek iemand met andere ogen naar hetzelfde water. Jean Serre, in Saint-Nectaire belast met het ijken van gewichten en maten, had een liefhebberij in natuurkunde en zag in de korst geen vloek maar een methode. Met zijn vader Gilbert maakte hij omstreeks 1814 zijn eerste versteende stukken, en in 1821 richtte hij in het dal een werkplaats in die op niets dan stromend water draaide.
Het bronwater wordt over een val van veertien meter geleid en in dunne sluiers uitgespreid; onderweg ontsnapt het koolzuurgas en laat de kalk los. Onder die sluiers hangen de mallen aan haken: medaillons, wapenschilden, reliëfs, lijsten, plaquettes. Elke dag worden ze een slag gedraaid, zodat de aanslag zich gelijkmatig legt. Na zes tot veertien maanden wordt de mal weggenomen. Wat overblijft is geen afgietsel, maar een voorwerp dat het water zelf laag voor laag heeft opgebouwd: echte steen, met de tekening van de mal erin.
Het ambacht bleef in het dorp. Van Serre ging de werkplaats over op de familie Papon, die haar van generatie op generatie doorgaf; in 1922 werden de ateliers voor bezoekers geopend, en op het hoogtepunt telde Saint-Nectaire tot acht van zulke werkhuizen. De oude waarschuwing werd stilletjes een verkoopargument: het water dat mensen in steen zou veranderen, verandert nu op bestelling een lijst of een wapenschild.
3 De heilige, de kerk en de slapende vuurbergen
De naam van het dorp komt van een man die er volgens de overlevering achttien eeuwen geleden kwam. Nectaire, een van de gezellen van Austremoine, de eerste bisschop van de Auvergne, bekeerde met Baudime en Auditor de streek van de Mont-Dore. De legende laat hem doden opwekken — onder anderen een zekere Bradulus, uit zijn sarcofaag geroepen — en op de Mont Cornadore een heiligdom stichten, waar hij zich terugtrok en stierf. Zijn feestdag is negen december.
Op diezelfde Cornadore staat sinds de twaalfde eeuw de romaanse kerk die zijn naam draagt, gebouwd op initiatief van monniken van La Chaise-Dieu en gerekend tot de vijf grote romaanse kerken van de Auvergne. Ze heeft honderddrie kapitelen, waarvan die van het koor de beroemdste zijn: beschilderde steen waarop de Passie, de Gedaanteverandering en het leven van Nectaire zelf zijn uitgehouwen. In de schat liggen het vergulde borstbeeld van Sint-Baudime en de zetelende Onze-Lieve-Vrouw van Mont Cornadore.
En onder dat alles liggen de vuurbergen. De boeren van de Auvergne bouwden eeuwenlang met een donkere, lichte steen en dronken uit warme bronnen zonder te weten waarop zij woonden; pas in 1751 herkende Jean-Étienne Guettard in de Puys uitgedoofde vulkanen, en daarmee begon de vulkanologie. Tachtig kegels telt de Chaîne des Puys, de jongste nog geen negenduizend jaar oud. Uit de weiden op hun flanken komt ook de kaas die de naam van het dorp draagt, ooit op roggestro gerijpt en als cijns afgestaan. Steen, kaas en heilige: in Saint-Nectaire komt alles uit dezelfde warme diepte.
Vie FelineKattengedrag en vachtverzorging
Heimweer.be — Europees Erfgoed Bewaard


