Shield
Lourdes, Occitanie / Hautes-Pyrénées

Bernadette en de grot van Massabielle

Tier 0+ - Publiek 4 min Legende
Flag
Advertentie
OthalaOthalaHandgebouwde websites die je zelf bezit

Aan de rand van Lourdes, waar de Gave de Pau langs een kalkrots schuurt, ligt een holte die men in de streek Massabielle noemde, naar het Gasconse massavielha, de oude rots. Vroom was de plek allerminst: men dreef er de varkens heen, en wie er kwam, kwam om dood hout of beenderen te rapen. In de winter van 1858 telde het stadje aan de voet van de Pyreneeën amper vierduizend inwoners; men sprak er Gascons, geen Frans. Dat hier een van de grootste bedevaartsoorden ter wereld zou ontstaan, kon niemand vermoeden, en al helemaal niet dat het zou beginnen bij een meisje dat niet kon lezen.

HW HW

1 Het meisje uit het cachot

Bernadette Soubirous was die februari veertien jaar. Haar vader was molenaar geweest, maar de molens waren hem een voor een ontglipt en het gezin was afgezakt tot de onderste sport van de stad. Zij woonden met zijn zessen in een vertrek van nog geen vier bij viereneenhalve meter dat de Lourdesers het cachot noemden: het had gediend als cel voor arrestanten die op hun proces wachtten, pal naast de rechtbank. Donker was het er, vochtig en ongezond. Bernadette had astma, had nooit leren lezen en kende haar catechismus niet.

Op donderdag 11 februari 1858 trok zij er met haar zusje Toinette en hun vriendin Jeanne Abadie op uit om dood hout en beenderen te zoeken op de linkeroever van de Gave. Om bij de grot te komen moesten zij door de ijskoude molenbeek. De anderen waadden dapper door; Bernadette, die snel ziek werd, bleef achter en bukte zich om haar kousen uit te doen. Toen hoorde zij, vertelde zij later, een geluid als een windvlaag. Zij keek op naar de rotsholte en zag daar in een zacht licht een jonge vrouw staan, in het wit, met een blauwe gordel en op elke voet een gele roos. De vrouw glimlachte en sloeg een kruis. Bernadette nam haar rozenkrans. Er viel geen woord.

2 Modder, water en verhoren

Toinette hield het niet voor zich; binnen enkele dagen wist heel Lourdes ervan. Wat volgde was geen stille devotie maar een schandaal. Bernadette keerde terug naar de grot, tussen 11 februari en 16 juli achttien keer in totaal, en telkens kwam er meer volk kijken naar een meisje dat knielde, zweeg en staarde naar iets dat niemand anders zag. Op 4 maart stonden er naar schatting achtduizend mensen langs de rivier.

De overheid was er niet gerust op. Op 21 februari liet politiecommissaris Dominique Jacomet haar komen en probeerde haar in tegenspraken te vangen. Kort daarna ondervroeg de keizerlijke procureur Vital Dutour haar in bijzijn van haar moeder en dreigde met de gevangenis. Bernadette veranderde geen letter aan haar verhaal, en juist die onwrikbaarheid maakte haar ondervragers onzeker.

Op 25 februari deed zij iets dat de omstanders verbijsterde. Zij kroop naar de achterkant van de grot, groef met haar handen in de drassige bodem en dronk het troebele water; drie keer gooide zij het vuile handjevol weg, de vierde keer dronk zij. De dame, zei zij, had haar gevraagd te drinken en zich te wassen. Voor de menigte leek het het gedrag van een verwarde. Die middag groeven anderen het slib weg en kwam er helderder water. Op 2 maart bracht zij nog een boodschap over: men moest in processie komen, en er moest een kapel worden gebouwd. De pastoor stuurde haar boos de deur uit.

3 Een naam die zij niet begreep

Op 25 maart, het feest van Maria-Boodschap, vroeg Bernadette opnieuw wie de dame was. Ditmaal, vertelde zij, kreeg zij antwoord in het Bigourdaans, het Gascons van haar streek: «Que soy era Immaculada Councepciou», oftewel «Ik ben de Onbevlekte Ontvangenis». Bernadette begreep die woorden niet. Onderweg herhaalde zij ze onophoudelijk om ze niet kwijt te raken. Toen zij ze bij de pastoor uitsprak, noemde die haar een leugenaarster: zo kan een mens zichzelf niet noemen, zei hij. Het geloofspunt waarnaar de zin verwees was nauwelijks vier jaar oud.

Op 18 januari 1862 verklaarde Bertrand-Sevère Laurence, bisschop van Tarbes, na lang onderzoek dat de gelovigen de verschijningen mochten aannemen. Bernadette zelf trok zich terug. In 1866 vertrok zij naar het klooster Saint-Gildard van de zusters van Liefde in Nevers, ver van de pelgrims. Dertien jaar leefde zij daar als een doodgewone zuster, vaak ziek, en op 16 april 1879 stierf zij, vijfendertig jaar oud. In 1925 werd zij zalig verklaard, op 8 december 1933 heilig, uitdrukkelijk niet om de verschijningen maar om de manier waarop zij geleefd had.

Lourdes ontving intussen de wereld. Vandaag komen er ongeveer zes miljoen mensen per jaar. Sinds 1884 onderzoekt een medisch bureau bij het heiligdom elke gemelde genezing, met artsen van alle gezindten; van ruim zevenduizend meldingen zijn er iets meer dan zeventig officieel als wonder erkend. Wat de anderen bij die natte rots hebben gevonden, staat in geen enkel register.

Bron: Verhoren en processen-verbaal van de politie en het parket van Lourdes (1858); herderlijk schrijven van bisschop Bertrand-Sevère Laurence (18 januari 1862); getuigenissen verzameld door pater Léonard Cros; kritische bronnenuitgave van René Laurentin.
Wist je dat? De grot is een echte kalksteengrot van ongeveer negen meter diep in een rotswand van zevenentwintig meter hoog; voor 1858 heette de plek in de volksmond de varkenskuil. De bron werd in 1949 gevat en het water loopt sindsdien naar een reservoir onder de basilieken; pelgrims kunnen het gratis tappen. Het beeld in de rotsnis werd in 1864 gemaakt door de Lyonese beeldhouwer Joseph-Hugues Fabisch, die Bernadette nooit ontmoette; de pastoor van Lourdes schreef hem vooraf dat hij betwijfelde of zij het gelijkend zou vinden. De Gasconse zin staat pas sinds 1913 aan de voet van het beeld.
Heimweer Heimweer

Heimweer.be — Europees Erfgoed Bewaard