De overgave van Vercingetorix bij Alesia
Zeventig kilometer ten noordwesten van Dijon ligt een kalkplateau tussen twee riviertjes, de Oze en de Ozerain. Het heet de Mont Auxois, en bovenop staat sinds 1865 een koperen Galiër van bijna zeven meter met afhangende snor en zwaard. Aan de voet ligt het dorp Alise-Sainte-Reine. Hier eindigde in 52 voor Christus de georganiseerde weerstand tegen Julius Caesar — en hier begon, achttien eeuwen later, een tweede strijd, over de vraag of het hier wel gebeurd was.
1 Een ring binnen een ring
Na Caesars nederlaag bij Gergovia week Vercingetorix, de Arvernische aanvoerder van de Gallische coalitie, in de zomer van 52 voor Christus uit naar Alesia, de vestingstad van de Mandubiërs op de Mont Auxois. Het plateau was te steil om te bestormen, dus sloot Caesar het in. Zijn legioenen groeven twee volledige ringen: een binnenste van vijftien kilometer naar de belegerden toe, en een buitenste van ruim twintig kilometer naar buiten, want er zou een ontzettingsleger komen.
Ertussen lag een tuin van vernuftige wreedheid: aangepunte stammen in de greppels, putten met een geharde staak op de bodem en takken erover — de Romeinen noemden ze lelies — en blokken met ijzeren weerhaken. Vercingetorix had zijn ruiterij nog net naar buiten gestuurd om heel Gallië op te roepen. Daarna was er alleen wachten, en het voedsel raakte op.
Wat toen gebeurde vertelt Caesar zelf, zonder verzachting: de Mandubiërs zetten hun vrouwen, kinderen en ouderen buiten de poorten om voorraden te sparen, en hij weigerde hen te voeden of door te laten. Ze stierven tussen de twee linies. Eind september kwam het ontzettingsleger, onder Commios van de Atrebaten en Vercassivellaunus. Drie dagen werd er van twee kanten tegelijk op de wallen gebeukt; op de derde dag begaf de Romeinse linie het bijna bij de Mont Réa. Toen brak het ontzet. De volgende ochtend gaf de heuvel zich over.
2 Wat Caesar schreef, wat men later zag
Over het moment zelf is Caesar opvallend kort. Hij ging zitten op de versterking voor zijn kamp, de aanvoerders werden naar voren gebracht, Vercingetorix werd uitgeleverd, de wapens werden neergeworpen. Dat is alles: geen paard, geen rondrit, geen gebaar, nauwelijks twintig woorden voor de belangrijkste overgave van de hele Gallische oorlog. Het beeld dat iedereen kent komt van elders. Plutarchus, anderhalve eeuw later, laat Vercingetorix zijn mooiste wapenrusting aantrekken, zijn paard optuigen, de poort uit rijden, een volle kring om de zittende Caesar draaien, dan afstijgen en zwijgend aan diens voeten gaan zitten.
Die versie bleef hangen en werd in de negentiende eeuw Frans nationaal bezit. Lionel Royer schilderde in 1899 de wapens die voor Caesars voeten kletteren, een doek dat generaties lang in de Franse schoolboeken stond en nu in het musée Crozatier in Le Puy-en-Velay hangt. Wie gelijk heeft valt niet uit te maken: Caesar schreef propaganda voor Romeinse lezers en had geen reden zijn tegenstander een groots afscheid te gunnen, Plutarchus schreef levensbeschrijvingen en hield van een scène. Vast staat alleen het onschilderachtige vervolg: Vercingetorix zat zes jaar in de Mamertijnse kerker in Rome, werd in 46 voor Christus meegevoerd in de triomftocht van zijn overwinnaar en daarna gedood.
3 De heuvel die men kwijt was
Daarna raakte Alesia zoek. Caesar noemt het volk maar beschrijft het landschap te vaag, en eeuwenlang wisten de Fransen niet zeker waar hun eigen nederlaag had plaatsgevonden. In 1855 stelde de architect Alphonse Delacroix het dorp Alaise in de Doubs voor, en er ontbrandde een ruzie tussen Bourgondiërs en Franc-Comtois die nooit helemaal is uitgewoed.
Napoleon III hakte de knoop door met een schop. Van 1861 tot 1865 liet hij graven bij Alise-Sainte-Reine, en men vond wat er volgens Caesar moest liggen: de grachten, de kuilen van de lelies, wapens, munten, paardenskeletten. In 1865 kwam het beeld van Aimé Millet op de top, op een sokkel van Viollet-le-Duc, met in de steen een zin uit Caesars tekst over een verenigd Gallië dat de wereld kan trotseren. Het gezicht leek volgens tijdgenoten verdacht veel op dat van de keizer zelf, en daar zat het probleem: een vorst die door een staatsgreep aan de macht kwam betaalde de opgraving die zijn eigen stamvader moest opleveren. Vanaf 1962 verdedigde de archivaris André Berthier Chaux-des-Crotenay in de Jura, en een kleine minderheid doet dat vandaag nog.
De vakwereld beschouwt de zaak als gesloten: Frans-Duitse opgravingen tussen 1991 en 1997 en luchtfoto’s van René Goguey legden de belegeringswerken bloot, precies zoals Caesar ze beschrijft. Blijft het dorp, dat zijn naam niet aan de Galiër dankt maar aan een meisje. Reine was een herderin die hier omstreeks 253 werd onthoofd omdat ze de Romein Olibrius afwees; waar ze viel ontsprong een bron, haar relieken gingen naar Flavigny, en haar mysteriespel wordt nog altijd eind augustus opgevoerd — onder de koperen man die zijn wapens neerlegt.
Vie FelineKattengedrag en vachtverzorging
Heimweer.be — Europees Erfgoed Bewaard


