De keizer in de Desenberg
Warburg ligt in het oosten van Nordrhein-Westfalen, in de Kreis Höxter, waar de Diemel door een vruchtbare börde snijdt. Eeuwenlang was Warburg geen stad maar twee steden: de Altstadt aan de voet van de Burgberg en de Neustadt op de rug daarboven, elk met een eigen raad, een eigen muur en een eigen kerk. Pas in 1436 werden ze één. En ruim drie kilometer verder rijst uit het vlakke land een zwarte basaltkegel op, de Desenberg — waarin volgens de Warburgers een keizer zit te wachten.
1 Twee steden, twee muren
De Altstadt van Warburg werd tussen 1168 en 1187 als planstad aangelegd, beneden aan de voet van de Burgberg, in het dal van de Diemel. Nauwelijks veertig jaar later, in 1228, stichtte Bernhard IV zur Lippe hoger op de rug een tweede stad: de Neustadt, met een spilvormig plan van drie straten. Wat daaruit ontstond, was een kuriositeit: twee zelfstandige steden die elkaar met de rug aankeken.
En de muur ertussen was echt. In 1260 kreeg de Neustadt marktrecht én het recht een stadsmuur te bouwen — een muur die niet alleen naar buiten liep, maar ook dwars tussen de beide steden door. Elk had een eigen raad, een eigen burgemeester, een eigen raadhuis. Elk had een eigen kerk: de Neustadt bouwde vanaf 1264 aan St. Johannes Baptist, de Altstadt vanaf 1299 aan St. Mariä Heimsuchung. Tussen de steden in vestigden zich in 1281 de dominicanen, alsof er een neutrale strook nodig was. De spanningen tussen oud en nieuw hielden tot in de nieuwe tijd aan.
In 1364 traden beide steden toe tot de Hanze, en de handel bracht welvaart. In 1436 legden zij hun samengaan eindelijk vast in de Groten Breff, een bijzonder omvangrijk rechtsdocument in het Middelnederduits, bezegeld door beide steden. Toch duurde het nog honderdtweeëndertig jaar voor er in 1568 een gemeenschappelijk raadhuis kwam: het Rathaus zwischen den Städten, waarvan de stenen arcadenhal lange tijd de enige doorgang tussen de oude en de nieuwe stad was.
2 De keizer in de berg
Ten noordoosten van de stad, ruim drie kilometer van de muren, staat de Desenberg: een kegel van basalt, 343,6 meter hoog en bijna honderdnegentig meter boven de Diemel. Hij is de stomp van een vulkaan die in de aardgeschiedenis lang geleden doofde, en hij staat zo alleen in de vlakke Börde dat men hem van uren ver ziet liggen. Op de top ligt de ruïne van de burcht die omstreeks 1250 aan het geslacht Spiegel kwam.
Maar de Warburgers vertellen dat de berg vanbinnen hol is. Diep in de Desenberg zit de keizer — Karel de Grote — met zijn gewapende ridders om zich heen, en dwergen bewaken de gang. Hij slaapt niet helemaal: hij wacht. Wanneer zijn uur komt, zal hij uittrekken en zijn rijk opnieuw oprichten, en het land zal weer vrede en overvloed kennen. Zo vertellen ze het aan de Diemel, zoals men het elders vertelt van de Kyffhäuser en de Untersberg.
Wie de ingang vindt, zegt de sage, vindt hem bij toeval. Herders die op de flank hun schapen hoedden, trapten op een bijzondere wortel of plukten een blauwe bloem, en plotseling stond de rots voor hen open. Een van hen floot de keizer een lied voor en werd rijk beloond. Ook een bakker uit Warburg klom naar boven en bracht de heer in de berg wit brood; hij kwam met vollere zakken terug dan hij was gegaan. Maar wie de bloem liet vallen, vond de gang nooit meer.
3 De draak en de spiegel
Bij dezelfde berg hoort een tweede overlevering. Voordat er een burcht stond, zou er een draak hebben gehuisd die niemand kon verslaan, want ieder die hem aanviel bezweek. Toen liet een Saksische ridder spiegels op zijn schild zetten en trok ermee de helling op. De draak zag in het schild zijn eigen gestalte, schrok voor zichzelf en werd overwonnen. Sindsdien, zegt men, draagt het geslacht Spiegel zijn naam en drie spiegels in het wapen. Karel de Grote zou de familie de berg hebben toegewezen. Berg en ruïne zijn tot vandaag eigendom van de graven Spiegel zum Desenberg.
Warburg zelf bleef niet gespaard. De Dertigjarige Oorlog maakte een einde aan de Hanzewelvaart en de stad zonk terug tot een landstadje aan de Diemel. Juist daardoor bleef bewaard wat rijkere steden hebben afgebroken: de muur, de torens en de twee stadskernen die je nog altijd los van elkaar herkent.
Wie vandaag boven op de Desenberg staat en over de Börde kijkt, ziet in de verte de torens van Warburg dicht bij elkaar staan: St. Johannes Baptist op de hoogte, St. Mariä Heimsuchung beneden in het dal, en daartussen het raadhuis van 1568. Twee steden die tweeënhalve eeuw nodig hadden om één te worden — en een keizer in de berg die nog altijd wacht.
Vie FelineKattengedrag en vachtverzorging
Heimweer.be — Europees Erfgoed Bewaard


