De snoek van Teterow
Teterow ligt in een kom van het Mecklenburgse Zwitserland, aan het Teterower See, het geografische middelpunt van Mecklenburg-Voor-Pommeren. Hier, zo vertelt men, ving de stadsvisser ooit een reusachtige snoek. Om de vis vers te houden tot het volgende feest, hingen de stadsvaders hem een klok om de hals en zetten hem terug in het meer. De klok zou luiden en de snoek verraden. Ze luidde nooit, en Teterow geldt sindsdien als het Schilda van het noorden.
1 De stad in de kom aan het meer
Teterow duikt weg in een vochtige kom tussen beboste heuvels, daar waar het Mecklenburgse Zwitserland zijn zachte ruggen opheft. De naam klinkt Slavisch, en dat is hij ook: hij komt van het oud-Polabische tetrev, het auerhoen dat ooit in deze bossen baltste. Op een eiland in het Teterower See lag al in de negende eeuw een burchtwal, zetel van een vorst van de Zirzipanen en vermoedelijk een cultusplaats. Water omringde de mensen hier van meet af aan, en het meer met zijn vissen voedde de nederzetting aan de oever.
Rond 1230 stichtten de heren van Werle naast het oude dorp de nieuwe stad op een door moeras en water omgeven heuvel. Omstreeks 1235 kreeg ze het Schwerinse stadsrecht, in 1272 wordt ze voor het eerst als oppidum in een oorkonde genoemd. Twee dammen leidden naar binnen, in het noorden en in het zuiden, en wie de stad wilde betreden moest door poort en water. Die ligging, half eiland, half vasteland, tekende de plek en haar faam: een volk dat met het meer leefde en er zijn streken aan te danken had.
2 De snoek met de klok
Op een dag ving de stadsvisser een reusachtige snoek, zo groot dat de halve stad hem kwam bekijken. Weldra naderde het Koningsschot, het grote schuttersfeest, en de stadsvaders wilden de vis bewaren voor de feesttafel. Maar hoe houd je een snoek zo lang vers? De raad beraadde zich en vond een oplossing waarop alleen Teterowers konden komen. Men hange de snoek een klok om de hals en zette hem terug in het meer. Luidt de klok, dan is de vis licht terug te vinden wanneer het feest gekomen is.
Zo geschiedde het. De visser roeide naar buiten, liet de snoek met klok en al in het water glijden, en om helemaal zeker te zijn kerfde hij een keep in de rand van zijn boot, precies op de plek waar de vis verzonken was. Aan die keep, dacht hij, zou hij de plek moeiteloos terugvinden.
Maar de klok zweeg. Onder water klinkt geen klok, en een boot drijft waarheen de wind hem draagt; de keep in het hout wees naar elke plek van het meer en naar geen enkele. De snoek bleef verdwenen, het feest verliep zonder hem, en de Teterowers zochten vergeefs naar een luiden dat uit de diepte nooit opsteeg.
3 Schilda van het noorden en de Hechtbrunnen
Van toen af lachte men wijd in het land om de Teterowers en hun snoek met de klok, zoals men lachte om de Schildburgers van Schilda. Teterow werd het Schilda van het noorden, zijn burgers helden van een reeks Schildburgerstreken die men bij het vuur vertelde. Maar de stad droeg de spot met gezonde nederduitse humor en maakte de snoek tot haar wapenmerk.
In 1914 zette ze hem midden op de markt: de Hechtbrunnen van de beeldhouwer Wilhelm Wandschneider, een knaap die een reusachtige snoek op zijn schouders draagt. Rond het bovenste bekken loopt een nederduitse inscriptie, die de dichter Paul Warncke schreef en die met een knipoog besluit: de klok heeft geluid, de snoek is gevangen. Wie er vandaag langskomt ziet het water opborrelen en de jongen met zijn vis.
Teterow is meer dan zijn snoek. Sinds 1930 razen op de Bergring in de Heidberge met Pinksteren de motoren, en duizenden stromen toe voor het Bergringrennen; Bergringstadt noemt de stad zich tot vandaag. Maar wanneer de Teterowers over zichzelf vertellen, beginnen ze bij de snoek, bij de klok en bij de keep in de boot, die nooit hielp.
Vie FelineKattengedrag en vachtverzorging
Heimweer.be — Europees Erfgoed Bewaard


