«So G’sell so» — de roep van de torenwachter
Nördlingen ligt in Bayerisch-Schwaben, midden in het Nördlinger Ries, de vlakke kom van een inslagkrater. Boven de daken staat de Daniel, de bijna negentig meter hoge toren van de Sint-Georgskerk. Daarin woont een torenwachter, en elke avond klinkt van boven zijn roep: «So G’sell so!» Waar die drie woorden vandaan komen, weet niemand zeker.
1 De stad in de krater
Het Ries is een bijna ronde kom van ruim twintig kilometer doorsnee, tussen de Zwabische en de Frankische Alb. Lang dachten geologen aan een vulkaan. Pas in 1960 toonden Eugene Shoemaker en Edward C. T. Chao aan dat hier een asteroide is ingeslagen, ongeveer veertien en een half miljoen jaar geleden. Zij vonden stishoviet en coesiet, twee vormen van kwarts die alleen onder de extreme druk van een inslag ontstaan.
Het gesteente dat daarbij ontstond heet suevit, naar het Latijnse Suevia voor Zwaben. Het is licht, poreus en makkelijk te bewerken, en men bouwt er in het Ries al sinds de Romeinse tijd mee. Ook de Sint-Georgskerk bestaat grotendeels uit suevit. Wie in Nördlingen tegen een kerkmuur leunt, leunt tegen versmolten kraterpuin.
De raad van de rijksstad besloot op 17 oktober 1427 tot de bouw van de kerk. In 1454 begon men aan de toren, in 1490 was hij klaar, en in 1505 sloot het gewelf van het schip. De toren meet 89,9 meter en heet de Daniel. Op 66,40 meter hoogte ligt de wachterswoning, de Turmstube. Die is tot vandaag bemand — een beroep dat in Europa nog maar in een handvol steden bestaat, zoals in Münster, Bad Wimpfen en Krakau.
Om de oude stad loopt de stadsmuur, begonnen in 1327 in opdracht van Ludwig de Beier. Het is de enige stadsmuur van Duitsland met een volledig bewaarde, overdekte en begaanbare weergang: 2,6 kilometer, helemaal rond, met vijf poorten en elf verdere torens. In 1826 verbood koning Ludwig I verdere afbraak.
2 De nacht bij het Löpsinger Tor
De overlevering plaatst het verhaal in 1440. Graaf Hans van Oettingen-Wallerstein zat diep in de schulden en wilde Nördlingen innemen. Om ongemerkt binnen te komen, zo vertelt men, kocht hij een aantal poortwachters om: op Driekoningenavond moesten zij het Löpsinger Tor, de poort aan de handelsweg naar Nürnberg, onafgesloten laten.
Die nacht ging de vrouw van de lakenwever Dauser naar buiten om in een herberg bier te halen. Bij de poort zag zij dat het zware hout niet dicht was. Een ontsnapte zeug schuurde zich er juist tegenaan en duwde de vleugel verder open. De vrouw riep de woorden die iedereen in Nördlingen kent: «So G’sell so!»
De zeug ging ervandoor, maar belangrijker was dat de wacht wakker schrok. De poort ging dicht en de stad bleef gespaard. De omgekochte wachters werden later opgepakt, naar verluidt boven een spel dobbelstenen en een kan wijn, en gevierendeeld. De kern van de sage is daarmee dat een varken Nördlingen heeft gered.
3 Wat vaststaat en wat niet
De roep zelf is geen verzinsel. Hij wordt nog altijd gedaan: tussen tien uur en middernacht klinkt hij elk half uur van de Daniel, en de stad noemt hem op haar eigen website de wachtersroep die er nog steeds is. Onzeker is alleen waarom.
Zelfs binnen de sage lopen de lezingen uiteen. Sommigen horen in «So G’sell so» niets anders dan een kreet om een zeug weg te jagen. Anderen horen er een dreigement in aan het adres van de verraders op de poort: zo dus, kameraad, zo staan de zaken. Dezelfde drie woorden, twee betekenissen.
Daarnaast staat een nuchtere verklaring die met verraad niets te maken heeft. Torenwachters waren er in Duitse steden vanaf de veertiende eeuw, en hun grootste vijand was de slaap. Een vaste spreuk die alle wachters in het donker tegelijk uitriepen, werkte als controle: wie zweeg, sliep. In die lezing is «So G’sell so» geen herinnering aan een aanslag, maar een dienstroep die moest bewijzen dat de post bezet was.
Een oorkonde die vastlegt wanneer de woorden voor het eerst over de daken gingen, is niet bekend. Wel wringt het jaartal: in 1440 stond de Daniel er nog niet, want aan de toren werd pas veertien jaar later begonnen. Wie de sage volgt, moet de eerste roep dus ergens anders laten klinken. Zeker is enkel dit: in het plafond van de doorgang van het Löpsinger Tor zit een gebeeldhouwd hoofd dat aan het verhaal herinnert, in die poort huist tegenwoordig het stadsmuurmuseum, en boven op de Daniel gaat elke avond een raam open.
Vie FelineKattengedrag en vachtverzorging
Heimweer.be — Europees Erfgoed Bewaard


