De smid van Ruhla
Ruhla ligt in een nauw kerfdal aan de noordrand van het Thüringer Wald, tussen Eisenach en Schmalkalden. Wie hier woonde, was eeuwenlang smid: het stadje groeide op rond bossmidsen, smeltovens, hamerwerken en slijpmolens langs de beek de Rolla. Aan die hamerslagen hangt de bekendste sage van Thüringen — het verhaal van de smid die een landgraaf hard sloeg, en hem daarmee zijn bijnaam gaf.
1 De verdwaalde jager
Ludwig II van Thüringen, geboren rond 1128, was al op zijn twaalfde door koning Konrad III met het landgraafschap beleend. Hij gold aanvankelijk als een zachte, inschikkelijke heer, deemoedig tegen iedereen. Juist daar wrong het: zijn jonkers en edelen werden hoogmoedig, verachtten zijn geboden en persten de boeren en burgers overal in het land uit. Wie klaagde, vond geen gehoor, want de heer nam de klachten niet aan en de ridderschap spotte achter zijn rug met hem.
Op een dag reed de landgraaf op jacht in het bos bij Ruhla. Hij volgde een stuk wild zo lang dat hij de weg kwijtraakte en de nacht hem overviel. Tussen de bomen zag hij een vuur schemeren. Hij ging erop af en kwam bij een hamer, een bosmidse, zoals er in dat dal tientallen stonden: mannen die tegelijk mijnwerker, kolenbrander en smid waren en het ijzererts ter plekke in een renoven uitsmolten.
De vorst droeg slechte kleren en had zijn jachthoorn omgehangen. De smid vroeg wie hij was. «De jager van de landgraaf», antwoordde Ludwig. Toen sprak de smid: «Foei, de landgraaf! Wie hem noemt, moest telkens zijn mond afvegen, die barmhartige heer!» Ludwig zweeg. De smid zei ten slotte: «Herbergen wil ik je vannacht; in de schuur vind je hooi, red je maar met je paard. Maar om je heer wil ik je niet herbergen.»
2 Landgraaf, word hard
De landgraaf ging opzij liggen en kon niet slapen. De smid werkte de hele nacht door. Telkens als hij met de grote hamer het ijzer sloeg, sprak hij bij iedere slag: «Landgraaf, word hard, landgraaf, word hard, zo hard als dit ijzer!» En hij schold hem uit: «Jij slechte, onzalige heer! Wat deug je de arme mensen om van te leven? Zie je niet hoe je raadsheren het volk kwellen en je zoete broodjes bakken?»
Zo vertelde hij de hele lieve lange nacht aan zijn knecht wat de ambtenaren de arme onderdanen aandeden. Klaagden die, dan was er niemand die hen hielp. De ridderschap spotte met de landgraaf achter zijn rug en noemde hem smalend Landgraf Metz. «Onze vorst en zijn jagers drijven de wolven in het net», zei de smid, «en de ambtenaren drijven de rode vossen in hun buidel.» Met de rode vossen bedoelde hij de goudstukken.
Zo ging het door tot de morgen. De landgraaf nam alles ter harte, reed onuitgeslapen weg en was sindsdien scherp en ernstig van gemoed. Hij begon de weerspannigen te dwingen en tot gehoorzaamheid te brengen. Van die nacht bleef in Thüringen een spreekwoord over: van een streng en onbuigzaam man zei men eeuwenlang dat hij in Ruhla hard gesmeed was.
3 De Edelacker en het aambeeld in het wapen
De sage gaat verder. Toen Ludwig een van zijn ridders aanpakte, verbonden de anderen zich tegen hem. Bij de Neuenburg boven Freyburg aan de Unstrut versloeg en ving hij ze. Hij liet hen niet doden, maar spande de ongehoorzame edelen met vier tegelijk voor een ploeg en akkerde met hen een hele akker om. Daarna liet hij het veld met grote stenen tekenen tot eeuwige gedachtenis en verklaarde het vrij: wie er ook kwam, ook een misdadiger, was daar veilig. Die akker heette voortaan de Edelacker. Sindsdien droeg Ludwig altijd een ijzeren pantser uit angst voor wraak — en heette hij Ludwig de IJzeren.
Wat is er echt? Ludwig II regeerde van 1140 tot 1172, was zwager en bondgenoot van keizer Frederik Barbarossa en trad hard op tegen het roofridderdom. Hij stierf op 14 oktober 1172 op de Neuenburg. Het ploegverhaal is legende, geen kroniekfeit; de naam Edelacker leeft bij Freyburg voort als wijngaardlocatie. De sage werd rond 1421 opgetekend door de Eisenacher stadsschrijver Johannes Rothe en in 1818 door de gebroeders Grimm bewerkt.
In Ruhla zelf verviel het wapensmeden rond 1530 en gingen velen over op messen en scharen. Wat bleef, is de smid in het stadswapen, een houten sculptuur langs de Pummpälzweg, en het Orts- und Tabakpfeifenmuseum in een huis uit 1614 dat ooit bij een hamersmidse hoorde.
Vie FelineKattengedrag en vachtverzorging
Heimweer.be — Europees Erfgoed Bewaard


