De vrouwe van Burg Falkenstein
Burg Falkenstein in de Oberpfalz, op een rotsspoor boven de Falkensteiner Schlucht, dateert uit de twaalfde eeuw. Een van de oudste sagen van het slot vertelt van een burchtvrouwe die in 1268 op bevel van haar broer levend werd ingemetseld in een toren, omdat zij een arme jager beminde. Haar stem klinkt nog in stormnachten over de Schlucht.
1 Vrouwe Mathilde en de jager
In 1268 leefde op Burg Falkenstein vrouwe Mathilde, jongste zuster van graaf Heinrich van Falkenstein. Zij was zeventien jaar oud, blond, fragiel. Haar broer wilde haar uithuwelijken aan een rijke heer uit Franken. Mathilde weigerde. Zij beminde een arme jager uit het dorp Falkenstein, Wenzeslaus, die haar hertenvlees bracht en haar in heimelijke ontmoetingen in het bos zag.
Wenzeslaus was te arm voor de adel doch te eervol om weg te lopen. Hij vroeg graaf Heinrich publiekelijk om Mathildes hand. Heinrich schaamde zich te dood. Hij liet Wenzeslaus verbannen uit Beieren onder doodstraf bij terugkeer. Mathilde huilde en weigerde te eten.
2 De ingemetseling
Drie maanden later kwam Mathilde toch in verwachting. Heinrich, in razernij, besloot dat zijn zuster moest verdwijnen. Op 14 september 1268 liet hij haar in de westtoren van het slot binnenleiden. Twee metselaars metselden de muur dicht achter haar. Mathilde had één week voorraad, een kruisbeeld en een kaars.
Wenzeslaus, in ballingschap in Bohemen, hoorde van het lot van zijn geliefde via een dienaar. Hij keerde stiekem terug naar Falkenstein, klom op de westmuur, klopte tegen de stenen. Mathilde antwoordde van binnen. Zij praatten een uur. Toen Wenzeslaus de wachters hoorde, vluchtte hij. Hij werd later in Bohemen gegrepen, naar Falkenstein gebracht, en op de slotbinnenplaats voor de ogen van Mathildes muur op het rad gelegd. Zij hoorde alles. Drie dagen daarna stierf ook zij, in haar muur.
3 De stem in de storm
Graaf Heinrich stierf in 1276 zonder erfgenaam. Het slot ging over op zijn neef. De ingemetselde nis werd in 1953 ontdekt door restaurateurs van het Beierse Landesamt für Denkmalpflege. Een vrouwelijk skelet uit ca. 1268, een houten kruisbeeld, en een ring met de N van Notthafft — want Mathildes moeder was een Notthafft.
Tot vandaag, zegt men in Falkenstein, klinkt op stormnachten over de Schlucht een vrouwenstem die roept: «Wenzel! Wenzel!» Het is de stem van Mathilde, die niet ophoudt met de naam van haar geliefde te roepen, ook niet na zevenhonderd jaar. De skelet is in 1955 op het kerkhof van Falkenstein begraven, doch de stem is gebleven. De Notthafft-familie liet boven haar graf de woorden zetten: «Hier rust wat ons bloed is, en ons gewetensnood.»
Vie FelineKattengedrag en vachtverzorging
Heimweer.be — Europees Erfgoed Bewaard


