De Bremer stadsmuzikanten
Een ezel, een hond, een kat en een haan zijn te oud geworden voor hun werk en worden bedreigd met de dood. Ze lopen weg en besluiten naar Bremen te gaan om stadsmuzikant te worden. Zo ver komen ze nooit. Onderweg vinden ze een rovershuis, jagen de bende weg met hun gezamenlijke lawaai, en blijven daar wonen.
1 Vier die niets meer waard waren
Een ezel had jarenlang zakken naar de molen gedragen. Zijn krachten raakten op, en zijn baas begon te rekenen dat het voer meer kostte dan het dier opbracht. De ezel merkte wat er in de lucht hing en liep weg. Hij zou naar Bremen gaan, dacht hij, en daar stadsmuzikant worden; hij had tenslotte een stem.
Onderweg vond hij een jachthond die hijgend langs de weg lag. Te oud voor de jacht, en zijn baas had het geweer al gepakt. Kom mee, zei de ezel, ik speel luit en jij slaat de trom. Daarna kwam een kat die niet meer op muizen jaagde en die men had willen verdrinken, en ten slotte een haan die de volgende zondag in de soep zou gaan omdat er gasten kwamen.
Zo liepen ze met zijn vieren, allemaal afgedankt, allemaal net op tijd vertrokken. Wat men niet meer nodig heeft, zegt het sprookje zonder er lang bij stil te staan, maakt men dood. En wie dat op tijd doorheeft, gaat lopen.
Dit verhaal is voor Supporters
Je las de opening. De volledige vertelling — alle hoofdstukken, in vier talen — is er voor wie Heimweer steunt. Eénmalig, levenslang toegang tot alle premium-verhalen.
Word Supporter
Vie FelineKattengedrag en vachtverzorging
Heimweer.be — Europees Erfgoed Bewaard


