De duivels als kaartspelers
Op ’t Hobosch in Eksel, waar vroeger de drossaard woonde, kwam een boer wonen die zijn knechten in het vervallen kasteel liet slapen. Maar ’s ochtends werden ze altijd dood teruggevonden, totdat een dappere landloper het durfde aan te gaan met de duivelse bezoekers.
1 Het spookkasteel
Op ’t Hobosch in Eksel, de plaats waar de drossaard vroeger woonde, was een boer komen wonen. De boer liet zijn knechten in het kasteel slapen om de plaats te bewaken. Maar de knechten werden ’s ochtends altijd vermoord teruggevonden, en de boer had daardoor vaak geen knecht.
Toen een landloper op een avond onderdak kwam vragen, stuurde de boer hem naar het kasteel. ‘Let op,’ waarschuwde de boer, ‘alle knechten die daar sliepen zijn vermoord.’ De landloper vroeg een kerkboek, een paternoster en een kaars, en ging op weg.
2 Het kaartspel
Terwijl de landloper in het kasteel spek zat te bakken, vielen er plotseling beenderen langs de schoorsteen in de pan. ‘In Gods naam, weer een goede snede spek!’ zei de landloper telkens rustig, en gooide de beenderen in een hoek.
Om middernacht werd er op de deur geklopt. ‘Wacht even, ik ben aan het eten,’ zei de landloper. Toen hij na een tijdje drie bezoekers had, zei hij opgewekt: ‘Nu kunnen we een spelletje kaart spelen, want we zijn precies met vier!’ Maar de landloper vertrouwde zijn gasten niet helemaal. Hij liet met opzet een kaart vallen en bukte zich. ‘In Gods naam, het zijn allemaal paardenpoten!’ riep hij uit. Daarop verdwenen de drie bezoekers spoorloos.
3 De verlossing
Toen de landloper wilde gaan slapen, hoorde hij gekerm uit de kelder. Hij ging kijken en vond een man die was vastgebonden aan een ring in de muur. De man sprak: ‘Je hebt me verlost. Onder de vloer liggen drie grote potten met geld: de eerste is voor de kerk, de tweede voor de armen en de derde voor jou.’
De volgende ochtend vertelde de landloper aan de boer wat er was gebeurd. De boer was zo blij dat hij de landloper al het geld liet houden. ‘Zou je niet graag bij mij willen werken?’ vroeg de boer. De landloper antwoordde enthousiast: ‘Heel graag! Omdat ik altijd mijn gebeden opzeg, zal ik de drie kerels uit het kasteel wel de baas kunnen!’ Sindsdien spookte het niet meer in het kasteel van ’t Hobosch.
Vie FelineKattengedrag en vachtverzorging
Heimweer.be — Europees Erfgoed Bewaard


