De Sint-Lievensbrug
In Gent draagt een brug de naam van een heilige wiens verhaal begint met woorden en eindigt met stilte — of juist niet. Sint-Lieven, de Ierse bisschop die Vlaanderen het christendom bracht, stierf op een manier die het geloof van een hele streek zou tekenen.
1 De prediker
In de zevende eeuw, toen Vlaanderen nog grotendeels heidens was en de bossen dichter stonden dan de dorpen, stak een Ierse bisschop genaamd Livinus de zee over. Hij kwam niet met een leger maar met een woord — het woord van God, zo zei hij, en hij was vastbesloten het te brengen aan elke ziel die wilde luisteren. En ook aan de zielen die dat niet wilden.
Livinus trok door het land van de Schelde, predikte op markten en kruispunten, doopte boeren en hun kinderen in rivieren, en bouwde kleine kapellen van hout en leem. De mensen in Gent kenden zijn naam. Sommigen vereerden hem, anderen wantrouwden hem, maar niemand kon ontkennen dat de man een stem had die droeg — helder, krachtig, onvermoeibaar. Het was alsof God zelf door zijn keel sprak, zeiden de gelovigen. Het was alsof de duivel hem niet kon stoppen, dachten de heidenen.
2 De marteling
Op een dag in het jaar 657 preekte Livinus in het dorp Esse, niet ver van Geraardsbergen. De dorpelingen daar hadden geen behoefte aan zijn boodschap. Zij vereerden hun eigen goden, dansten rond hun eigen vuren, en zagen in deze vreemdeling met zijn kruis en zijn beloften niets dan een lastpost die hun kinderen van het oude geloof aftrok.
Een groep mannen greep hem na de preek. Zij sleepten hem naar een open plek buiten het dorp, waar de bomen als getuigen stonden. Daar dwongen zij zijn mond open en sneden hem de tong uit — het werktuig waarmee hij hen had lastiggevallen, het instrument van zijn ongewenste waarheid. Het bloed stroomde over zijn kin en zijn gewaad, en de mannen lachten. Nu zou hij zwijgen.
Maar de legende vertelt dat Livinus zijn afgesneden tong oppakte van de grond, hem voor zich uit hield, en dat de tong bleef spreken. De woorden klonken helderder dan ooit, alsof het verlies van zijn lichaam de stem pas werkelijk had bevrijd. De heidenen deinsden achteruit, wit van schrik. Toen, in blinde woede, onthoofdden zij hem.
3 De brug
Het lichaam van Livinus werd teruggebracht naar Gent, naar de Sint-Baafsabdij, waar monniken het met eerbied begroeven. In de eeuwen die volgden groeide zijn verhaal tot een cultus die de hele streek omvatte. Pelgrims trokken elk jaar op 28 juni van Gent naar Sint-Lievens-Houtem, door de Sint-Lievenspoort die in 1384 werd gebouwd, over de brug die zijn naam draagt.
Historici ontdekten later dat de monniken van Sint-Baafs het verhaal van Livinus mogelijk zelf hadden geschapen, rond het jaar 1007, gebaseerd op de levensgeschiedenis van de Friese missionaris Lebuinus. Het zou een list zijn geweest om pelgrims en inkomsten naar de abdij te lokken. Maar de waarheid van een legende ligt niet in de feiten — zij ligt in wat mensen ervan maken.
En de Gentenaars maakten er veel van. De processie, de poort, de brug, de dorpen die zijn naam dragen: Sint-Lievens-Houtem, Sint-Lievens-Esse. Het verhaal van de man wiens tong bleef spreken nadat zij was afgesneden, werd het verhaal van een stad die zelf nooit zweeg. Want als er één ding is dat de Gentenaars altijd hebben gedaan, is het spreken — luid, eigenzinnig en zonder dat iemand hen de mond kon snoeren.
Vie FelineKattengedrag en vachtverzorging
Heimweer.be — Europees Erfgoed Bewaard


