De Kerk van De Goddelijke Zaligmaker
In de late middeleeuwen, toen Tienen nog maar een klein stadje was aan de rand van uitgestrekte moerassen, verscheen boven de natte gronden een licht dat geen mens kon verklaren. Dit licht zou een kapel voortbrengen, en die kapel zou groeien tot een basiliek vol mirakels.
1 Het licht boven het moeras
In het jaar 1470, op een nacht in september wanneer de maan vol hing boven de velden, zagen herders die hun kudde door het Poel-moeras leiden een verschijning die hun adem benam. Boven de natte gronden, waar ’s avonds alleen kikkers hun gejuich lieten horen, verscheen een licht zo helder en zuiver dat het alles rondom zich in een gouden gloed zette.
Het licht was niet aardesch — van lantaarn of toorts kon geen sprake zijn, want het zweefde in de lucht, bewegingsloos en eeuwig, als een ster die tot op de aarde was gedaald. De herders vielen op hun kniën, want zij wisten dat zij getuige waren van iets heiligs, iets dat buiten hun begripsvermogen lag. Hele nacht lang brandde het licht, tot de eerste straaltjes van het ochtendgloren aan de hemel verschenen.
Toen het licht verdwenen was, lieten de herders hun kudde achter en holden zo snel hun benen hen konden dragen naar het stadje Tienen. Daar verkonden zij met luide stemmen wat zij hadden gezien. De priesters, de magistraat en zelfs de bisschop werden ingelicht. Een commissie werd aangesteld om de plaats van het verschijnsel te onderzoeken.
2 De plek der genezing
Wat de commissie vond, was niet minder wonderbaarlijk. Op de plek waar het licht was verschenen, welde uit de natte grond een bron die tot dan toe onbekend was. Het water van deze bron, zo bleek al snel, bezat genezende eigenschappen. Een blinde man die met zijn handen in het water doopte, kreeg zijn gezicht terug. Een vrouw wiens arm jaren lang gevoelloos was geweest, voelde weer warmte en kracht. Binnen enkele weken verzamelden zich honderden zieken en zwakken rondom de heilige bron.
De bisschop van Luik gaf opdracht tot de bouw van een kapel ter ere van Onze-Lieve-Vrouw, want het was duidelijk dat de Maagd zelf haar zegen over deze plaats had uitgestort. Arbeiders werden aangesteld om het sompige grondgebied droog te maken en uit te graven. Tegen alle verwachtingen in, alsof de aarde zelf mededeelde aan het werk, voorterde de bouw voorspoedig. En waar anderen jaren zouden hebben nodig gehad, was na slechts enkele maanden de eerste kapel gereed.
Deze kapel — klein, bescheiden, maar vol van goddelijke gunst — werd al snel een bedevaartsoord. Mensen kwamen van heinde en ver, sommigen over verre afstanden, omdat zij hadden gehoord van de genezingen. En zij keerden terug naar huis genezen of troost gevonden, dankbaar voor wat zij in Tienen hadden ondervonden.
3 De groei van het heiligdom
Met de jaren groeide de kapel uit tot een echte kerk. Edelen en rijke burgers, dankbaar voor genezing van hun familieleden, doneerden grote sommen geld. Kunstenaars en bouwmeesters werkten eraan om de kerk steeds mooier en groter te maken. In de loop van twee eeuwen was uit de kleine kapel een imposante basiliek ontstaan, met torens die ver boven de daken van Tienen uitsteken.
Nog steeds, in de dagen van nu, stromen pelgrims naar de Basiliek van Onze-Lieve-Vrouw-ten-Poel. Zij brengen hun zorgen en hun ziekten mee, hopen op dezelfde genezing die eeuwenlang duizenden voor hen hebben ondervonden. En nog steeds, zeggen zij die er zijn geweest, voelt men in die kerk iets bijzonders — een warmte, een stilte, een tegenwoordigheid van iets dat groter en sterker is dan het menselijk begrijpen.
Het moeras is allang drooggemaakt en in weidegrond veranderd, maar in het hart van dat voormalige moeras staat nog steeds het steenwerk van het geloof. De bron van het licht is verdwenen, maar haar geur hangt nog in de kerkmuren, een stille getuigenis van een nacht toen het goddelijke zich aan stervelingen openbaarde.
Vie FelineKattengedrag en vachtverzorging
Heimweer.be — Europees Erfgoed Bewaard


