De Grote Jacht
In de diep verborgen bossen van de Semois-vallei, waar dichte mist zich ’s nachts om de oude eiken slingert, huist een verschrikkelijk geheim. Een geheim dat al eeuwen wordt gefluisterd in de dorpen rond Bohan, een klein dorp in de Ardennen van Namen.
1 De verdoemde heer van Bohan
Lang geleden regeerde over de bossen van Bohan een machtige heer wiens naam in de tijd verloren is gegaan. Dit was geen gewone edelman, maar een man wiens dorst naar macht en wreedheid geen grenzen kende.
Hij jaagde niet uit voedsel of sport, maar uit pure hebzucht en gruwel. Zijn honden waren net zo wreed als hun meester, en zijn jagershoorns schalde door de nacht als het ijl geschreeuw der verdoemden.
De dorpelingen van Bohan leden onder zijn regime. Hij eis te alles op en gaf niets terug. Arme families werden uitgestoten, kerken geplunderd, en het land zelf leek onder zijn voeten te krimpen van angst.
Op een gruwelijke nacht, terwijl hij zich weer te buiten ging aan zijn wreedheid, stierf de heer plotseling. Maar zijn dood zou niet het einde zijn van zijn kwelling van het land.
2 De eerste nachtelijke verschijning
Enkele weken na de begrafenis zagen herders in de nacht iets wat hun bloed deed stollen. Vanuit de diepe bossen klonk het geluid van hoorngeblaat, schel en doordringend.
Al snel volgde het geluid van galopperend paardengebeun op de donkere paden. Daarboven rees een vuur op in de lucht — fakkels die geen hitte leken uit te stralen, maar des te meer verderf boden.
Jagers zagen het eerst. Een troep ruiters steeg uit de diepte op, aangevoerd door een oude, verschrompelde figuur op een zwart paard. Waar deze figuur uit het duister verscheen, leeide hij licht en waarschijnlijkheid uit; zijn ogen gloeidden als verbrande steenkool.
Dit was hun verdoemde heer, terugekeerd uit de hel, voorgoed veroordeeld om ’s nachts te jagen op de hellingen van Bohan. Om hem heen joegen zijn honden — niet met natuurlijk lichaamsgeweld, maar met vuur uit hun neusgaten.
3 De legende van Bois Artus
De spookachtige jacht steeg altijd op rond middernacht en vervolgde zijn gruwelijke pad door Bois Artus, het oude bos waar eens Keltische en Duitse goden werden vereerd. De jacht klom langs de lange helling van de Ruisseau de Bohan, en ruiters uit de diepten van het onderbewuste leken zich aan elkaar vast te klampen.
Er waren echter die de jacht probeerden waar te nemen, hoe verstandig het ook was niet te doen. Een getuige uit Sugny durfde uit te kijken toen het spectrale gezelschap voorbij rasde. Wat hij zag zou hem voor altijd tekenen: de verdoemde heer zelf, met vuur straalend uit waar zijn ogen hadden gezeten, op een paard met nagels van ijzer.
Die man, zo vertelt men, zag zijn haar in één nacht volkomen wit worden. Met diepe angst in zijn ziel bereikt hij Sugny, waar hij de rest van zijn korte leven in stilte leefde.
4 Waarschuwing voor de levenden
De legende van De Grote Jacht heeft zich eeuwen lang voortgezet in de herinneringen van de dorpelingen van Bohan. Geen enkele jager waagde zich meer ’s nachts diep in Bois Artus, en geen reiziger zou vlak voor middernacht de hellingen van de Semois-vallei betreden.
Ouders vertelden hun kinderen: “Hoor je ’s nachts een hoorn klinken uit het bos, en voel je de hitte van vuur zonder licht — blijf dan thuis. Dit is De Grote Jacht, en wie in het pad van de verdoemde heer staat, wordt meegesleurd naar de eeuwige duisternis.”
Tot op de dag van vandaag fluisteren de oude bomen van Bohan over deze legende. Het bos herinnert zich wat eens was, en de nacht draagt nog altijd het gewicht van de verdoemden.
Vie FelineKattengedrag en vachtverzorging
Heimweer.be — Europees Erfgoed Bewaard


