De gierige vrouw van Halle
In de stille velden rond Halle woonden veel families die uit de aarde hun brood aten en hun geld spaarzel voor zich opzij legden. Maar er was één vrouw wier liefde voor geld groter was dan haar liefde voor het leven zelf, en zelfs de dood kon haar niet van haar geldgewin afscheiden. Dit is het verhaal van een spook dat niet van elkaar kon worden gescheiden van het fortuin wat zij in leven had opgebouwd.
1 De gierigheid van het leven
Er was een vrouw in Halle die zulke fortuin had vergaard dat zij het niet meer kon tellen, maar zij kon het ook niet loslaten. Haar man was een simpele arbeider, maar door haar gereedschap en sluwheid hadden zij zich langzaam omhoog gewerkt tot zij een bescheiden maar genoegzaam bestaan hadden. Toch voelde de vrouw zich nooit tevreden. Elke munt die zij verdiende, legde zij opzij met de klauwachtige ijver van een raven.
Maar dit geld kon niet zomaar in een bank worden gelegd, want zij vertrouwde geen banken. Zij wilde haar rijkdom zien en voelen. Dus verstopte zij alles in waterketels en regenvaten – koperen emmers vol zilverbonen, tinnen beckers gevuld met munten, alle verstopt onder haar bed, op haar zolder, in haar kelder. Slechts zij kende de locatie van elk geheim voorraad. Haar man, haar kinderen – zelfs zij wisten niet waar zij het geld had verborgen.
Jaren verstreken en de vrouw werd oud. Haar lichaam werd grijs en zwak, maar haar wil om geld bij elkaar te rapen verslapte niet. Zij werkte tot de dag van haar dood, en zelfs op haar sterfbed dacht zij niet aan haar ziel, maar aan al het geld dat zij had verzameld.
2 De dood verandert niets
De begrafenis van de vrouw was eigenaardig arm. Zij had geen geld voor een behoorlijke begrafenis nagelaten – hoewel zij miljoenen had opgeslagen – omdat niemand wist waar het geld was. Haar man stierf van schaamte en armoede, hoewel hij rijker was dan de meeste mensen in Halle en dat wist.
Maar de dood was niet het einde voor deze gierige vrouw. Slechts enkele weken na haar begrafenis begonnen de dorpelingen iets ongebruikelijks op te merken. Elke nacht, in het veld achter de kerk – het veld waar de kersekersboom groeide – werd er een licht gezien. De dorpelingen die dichtbij durven te kijken zagen iets wat hen deed bevriezen van angst: de geest van de vrouw, gekleed in witte linnen, diep graven in de aarde onder de kersekersboom.
Nacht na nacht, winter en zomer, groef het spook. Het groef met de dezelfde ijverigheid waarmee zij in leven geld had verzameld. De dorpelingen wilden het niet begrijpen, maar zij konden het niet negeren. Iedereen die langs dat veld liep, voelde een koude huivering, voelde hoe de lucht zelf leek te protesteren tegen wat daar gebeurde.
3 Het bericht van het geld
Op een nacht voelden enkele dorpelingen zich gedwongen naar het veld te gaan, niet uit moed maar uit een soort onverklaarbare trekking. Daar, onder de kersekersboom, zagen zij iets dat hen deed huilen en lachen tegelijk. De geest van de vrouw had gegraven en gegraven totdat zij een waterketel had blootgelegd – vol zilverbonen. Zij haalde hem uit de grond en plaatste hem op het gras, zeer voorzichtig, alsof het het kostbaarste voorwerp op aarde was.
De volgende ochtend vonden de dorpelingen inderdaad de ketel. Zij konden niet geloven wat zij zagen: zilvermunten, veel zilvermunten, en een briefje geschreven in een oude, bevende hand. Het briefje zei: ’Voor mijn begrafenis. Ik kon het in leven niet doen, dus ik doe het na de dood.’
De man van de vrouw gebruikte het zilvergeld om zijn vrouw een behoorlijke begrafenis te geven, ja, zelfs een eervolle. Misschien was dit wat haar geest wilde – niet rust, niet vrede, maar slechts de zekerheid dat zij eindelijk, op haar eigen manier, voor haar eigen dood had betaald. Na die nacht kwamen er geen meer lichten in het veld, en de kersekersboom groeide voort in vrede.
Vie FelineKattengedrag en vachtverzorging
Heimweer.be — Europees Erfgoed Bewaard


