Shield
Opwijk, Vlaams-Brabant

De genezeres van Brussegem

Tier 0+ - Publiek 8 min Sage
Flag
Advertentie
OthalaOthalaHandgebouwde websites die je zelf bezit

In het landse Brussegem leefde een vrouw wier been niet kon worden genezen door dokters, tot zij naar een genezeres uit Jette ging die niet alleen kon heilen, maar ook kon zien wat het oog niet kon bereiken. Dit is het verhaal van hoe geloof en ongeloof twee mensen voorgoed veranderden.

HW HW

1 De val en de wonde

Het begon met een val, zoals zoveel ellende begint: plotseling en zonder waarschuwing. De vrouw uit Oppem — een wijk van Brussegem — was kort na haar bevalling vallend geworden. Niet gewoon vallend, maar een val die er toe deed, die het lichaam schokte en verwondde. Haar been was geraakt, en uit de wonde liep bloed dat niet snel wilde stoppen.

Ze riep om hulp en haar man kwam naar haar toe. Die eerste nacht was niet te erg. De wonde zou genezen, dacht men. Het lichaam geneest. Maar dagen gingen voorbij, en de wonde genas niet. In plaats daarvan begon het vlees rond de wonde zwart te worden, als iets dat van binnenuit aan het sterven was.

De dokter werd gehaald. Hij keek naar de wonde lange en ernstig. Zijn gezicht werd zo donker als de zee voor een storm. ’Dit is ernstig,’ zei hij ten slotte. ’Heel ernstig.’ Hij zei wat hij kon zeggen, hoewel niemand het wilde horen: ’De wonde kan niet worden genezen. Het enige wat overblijft is amputatie. Anders zal de ziekte zich verder uitbreiden en zal het leven van de vrouw in gevaar zijn.’

De man keek naar zijn vrouw, die in bed lag, bleek en bevend. Amputatie betekende meer dan het verlies van een been — het betekende het verlies van haar vrijheid, haar werk, haar waardigheid. En zij zei nee. ’Ik wil mijn been niet kwijtraken,’ zei zij. ’Daar moet een ander middel zijn.’

2 De genezeres uit Jette

Wanhoopig begonnen de man en vrouw te zoeken. Zij vroegen iedereen die zij kenden, en iedereen zei hetzelfde: er was een vrouw uit Jette, een genezeres, die dingen kon doen die dokters niet konden. Sommigen zeiden dat zij helderziend was, dat zij kon zien wat in het lichaam en in het hart gebeurde. Anderen fluisterden dat zij magie gebruikte, hoewel niet het soort magie dat slecht was.

Met hoop mengd met wanhoop gingen zij naar Jette. Het huis van de genezeres was klein en bescheiden, niet wat je zou verwachten voor iemand met zulke krachten. Zij lieten zien wat de wonde was, en de genezeres keek ernaar zonder veel uit te drukken. Toen bekeek zij het gezicht van de man, en vervolgens het gezicht van de vrouw.

’Ik kan helpen,’ zei de genezeres op een toon die geen twijfel toestond. ’Maar je moet precies doen wat ik zeg.’ Zij gaf de man instructies: ’Morgen moet jij naar de tuin gaan en dat en dat gaan halen. En dan zul je het op het been van je vrouw leggen. Zorg dat je het goed doet. ’s Avonds zal er iemand langskomen om iets te vragen. Dat moet je niet geven, want dat is de persoon die dit kwaad over je vrouw heeft gebracht.’

De man, hoewel hij niet volledig begreep, geloofde. Er was iets in de stem van de genezeres dat geen twijfel toestond. En zij zei nog iets: ’Volgende week moet je naar je moeder in Wolvertem gaan, want het is al drie maanden geleden dat je daar bent geweest.’ De man beloofde alles te doen.

3 De bezoeker in de nacht

De man deed precies wat de genezeres had gezegd. Morgen ging hij naar de tuin en haalde hij uit bloemen en kruiden wat hij kon vinden. Deze legde hij op het been van zijn vrouw. Het voelde raar en mysterieus, maar hij vertrouwde op de woorden van de genezeres.

’s Avonds, zoals de genezeres had voorspeld, kwam er iemand aan de deur. Het was een tachtigjarige vrouw, gebogen van leeftijd, met ogen die niet helemaal vriendelijk waren. ’Mag ik een doosje lucifers van je lenen?’ vroeg zij op een toon die klonk als honig maar voelde als gif.

De man voelde iets in zijn borst — iets wat hem waarschuwde. Dit was de persoon waarover de genezeres had gesproken. Maar in plaats van bang te zijn, zei hij ruw: ’Neen, dat kan ik je niet geven. Ik ben zelf aan mijn laatste doosje bezig.’ Het was een leugen, en hij wist dat zij het wist, maar hij zei het toch.

De oude vrouw keek naar hem met ogen vol woede — niet de woede van iemand die een doosje lucifers niet kon krijgen, maar de woede van iemand wiens plan was verijdeld. Zij draaide zich om en liep weg zonder iets te zeggen. De man sloot de deur en bad.

4 Genezing en de kracht van geloof

Een week later waren de dokteren verbijsterd. De wonde op het been van de vrouw was genezen. Niet langzaam en voorzichtig, maar volledig, alsof het nooit ernstig was geweest. De man vertelde de buurvrouwen en de vrienden wat er was gebeurd, en al snel verspreidde het bericht zich door Oppem en Brussegem als wildvuur.

Maar niet iedereen geloofde. Een buurvrouw — een vrouw van ongeloof en spot — zei ronduit: ’Dat is allemaal toverij. Niets meer dan toverij.’ Zij zei het met zekerheid, met de toon van iemand die dacht alles te weten en alles te begrijpen.

Enkele tijd later, echter, kreeg deze buurvrouw zelf tandpijn. Het soort tandpijn dat niet verdwijnt, dat zich als vuur door het hoofd verspreidt. In haar angst en lijden vroeg zij aan de vrouw uit Oppem: ’Kun je me helpen? Zal je met me meegaan naar de genezeres?’ De vrouw, die goed was, zei ja.

Zij gingen samen naar Jette. Maar toen zij bij de genezeres aankwamen, sprak zij iets dat als een vonk van waarheid leek: ’Jij kan hier niets komen doen. Jij bent de persoon die met mij hebt gelachen en mijn werk hebt tegengesproken. Ik heb geen macht over jou. Want je hebt jezelf verzegeld met je eigen ongeloof.’

De buurvrouw voelde hoe zwaar die woorden waren. Zij besefte dat haar ongeloof sterker was dan alle toverij die de genezeres kon uitoefenen. De tandpijn bleef, een voortdurende herinnering dat sommige dingen—genezen of verdoemd—niet van buiten af kunnen worden opgelegd, maar van binnenuit moeten groeien. En zo eindigde het verhaal met twee lessen: dat geloof kan genezen wat geneeskunde niet kan, en dat ongeloof kan beschadigen wat macht niet kan raken.

Bron: Volksverhalen van België, VVB ID 22784
Wist je dat? Brussegem is een deelgemeente van Opwijk in Vlaams-Brabant. Jette is een wijk van Brussel waar in volkslegende veel tovenaars en genezers zouden hebben gewoond. Wolvertem ligt in dezelfde streek en hoort tot de gemeente Dilbeek.
Heimweer Heimweer

Heimweer.be — Europees Erfgoed Bewaard