De Betoverde Haas
In de velden rond Aartrijke, waar de akkers breed en vlak zijn en je tot aan de horizon kunt kijken, verscheen op sommige avonden een haas die groter was dan normaal en sneller dan welk dier ook. Geen jager kon hem raken. Het verhaal van die haas gaat terug tot het midden van de negentiende eeuw.
1 De onaanraakbare haas
Jager Camiel Devos had al drie keer op de haas geschoten en drie keer gemist. Dat was vreemd, want Camiel was de beste schutter van Aartrijke en misschien van heel Zedelgem. Hij schoot patrijzen uit de lucht en konijnen in volle ren, maar deze haas — die grote, grijze haas die elke avond op dezelfde plek verscheen, aan de rand van het bietenveld achter de hoeve van weduwe Maes — die kon hij niet raken.
De haas zat daar als de schemering viel, altijd op dezelfde kluit aarde, en keek Camiel aan met ogen die in het halfdonker leken te gloeien. Camiel legde aan, schoot, en de haas was weg — niet geraakt, niet gevlucht, gewoon weg, alsof hij er nooit had gezeten. Een tel later zat hij twintig meter verderop op een andere kluit, en keek weer.
2 Het advies
Na de derde keer ging Camiel naar de herberg en vertelde het aan de mannen. De meesten lachten. “Je wordt oud, Camiel. Je ogen zijn niet meer wat ze waren.”
Maar oude Fons, die in de hoek bij het vuur zat en zelden sprak, keek op. “Beschrijf die haas nog eens,” zei hij.
Camiel beschreef hem: groter dan normaal, grijzer dan grijs, en die ogen. “Het lijkt alsof hij me kent,” zei Camiel. “Alsof hij weet dat ik kom.”
Fons knikte langzaam. “Dat is geen gewone haas,” zei hij. “Gewoon lood raakt hem niet. Je moet iets van zilver laden. Snij een zilveren knoop van je zondagse vest en gebruik die als kogel. Maar bereid je voor op wat je vindt, want het zal geen haas zijn.”
De mannen lachten weer, maar Camiel lachte niet. Hij kende Fons. Fons had dingen gezien die andere mensen niet zagen, en hij had altijd gelijk gehad.
3 Het schot
De volgende avond stond Camiel aan de rand van het bietenveld met zijn geweer, en in de loop zat geen loden hagel maar een zilveren knoop die hij van zijn zondagse vest had gesneden en met een vijl had bijgewerkt tot hij in de loop paste. De haas zat er, op dezelfde kluit, met dezelfde gloeiende ogen.
Camiel legde aan, haalde diep adem, en schoot. De knal echode over de vlakte en de haas sprong op — maar dit keer niet ongedeerd. Hij sloeg een zijsprong, wankelde, en hinkte het veld in op drie poten. De linkerachterpoot sleepte over de grond.
Camiel rende erachteraan, maar de haas was snel, zelfs op drie poten, en bij de haag achter het bietenveld verdween hij in de struiken. Camiel zocht een kwartier, maar vond geen haas, geen bloed, geen spoor.
4 De weduwe
De volgende ochtend liep Camiel langs de hoeve van weduwe Maes. De weduwe stond bij haar hek en keek hem aan met koude ogen. Ze leunde op een stok en haar linkerbeen was omzwachteld met doeken.
“Wat is er met uw been, Leonie?” vroeg Camiel.
“Gevallen,” zei ze kort. “Op de trap.”
Camiel keek naar het been, en keek naar de ogen van de weduwe, en de ogen van de weduwe waren dezelfde ogen als die van de haas. Dat wist hij zeker, zo zeker als hij ooit iets had geweten.
Hij zei niets. Hij draaide zich om en liep weg, en hij heeft nooit meer gejaagd op dat bietenveld. Maar hij vertelde het verhaal aan Fons, en Fons knikte alleen maar en zei: “Sommige vrouwen hebben een gave die ze niet van God hebben gekregen. Laat ze met rust, en ze laten jou met rust.”
De weduwe Maes leefde nog twintig jaar in Aartrijke, en ze liep de rest van haar leven mank aan haar linkerbeen. De grote grijze haas is nooit meer gezien.
Vie FelineKattengedrag en vachtverzorging
Heimweer.be — Europees Erfgoed Bewaard


