Heiligen en bedevaarten
De landkaart van het geloof
Eeuwenlang liep het leven van de gewone mens langs de heiligen. Zij beschermden tegen ziekte, brand en onweer, zij gaven een stad haar naam en haar feestdag, en hun graven en beelden trokken stromen bedevaarders. De heilige was geen verre figuur uit een boek, maar een aanwezige beschermer, zo dichtbij dat men er verhalen over vertelde alsof men hem persoonlijk had gekend.
Van eik tot basiliek
Veel bedevaartsoorden beginnen klein en wonderlijk. In Scherpenheuvel groeit een verering rond een Mariabeeld in een eik, tot uit die ene boom een van de grootste bedevaartplaatsen van de Lage Landen ontstaat. In Tongeren wijst de Druif van Onze-Lieve-Vrouw op de band tussen heilige en oogst, tussen hemel en akker. Zulke verhalen verankeren het geloof in een plek: hier gebeurde het, hier kom je bidden, hier blijf je terugkomen. De bedevaart maakt van een landschap een gebedsweg.
De heilige was de buurman in de hemel: dichtbij genoeg om aan te roepen, machtig genoeg om te helpen.
Mirakel en menselijkheid
De verhalen zijn zelden plechtig. Een sprekend Christusbeeld in Oostende, een trouwe hond bij Sint-Anna, een heilige die inbrekers betrapt: het wonder komt in het gewone leven binnen, met humor en warmte. Zo werd het geloof niet alleen geleerd in de kerk, maar doorgegeven aan de haard, in verhalen waarin de heilige even echt en even eigenzinnig was als de mensen zelf.
Waarom deze verhalen tellen
Wie de heiligenverhalen leest, leest de mentale wereldkaart van vroegere generaties: waar men bescherming zocht, waar men naartoe trok in nood, welke plekken heilig waren. Die kaart ligt nog onder onze steden en dorpen, in kerknamen, kapellen en jaarlijkse ommegangen.